Traanbelust

Een collectieve snik ging door televisiekijkend Nederland, toen Máxima's tranen in close-up uit haar reebruine ogen welden. Over besmettelijkheid van emoties gesproken. Het snotterende tv-publiek identificeerde zich met de sprookjesprinses die op de mooiste dag van haar leven de aanwezigheid van haar vader moest missen. Dat is inderdaad een verdrietig feit, maar haar tranen vloeiden toch in de eerste plaats voort uit de muziek, een tango die de plechtigheid in die Nieuwe Kerk een weemoedig exotisch tintje gaf. `Voorbij, voorbij en, ach, voorgoed voorbij' was de associatie die zich aan mij opdrong.

Met Papa heeft dat allemaal niets te maken, want Zorreguieta was weliswaar geen bruiloftsgast, maar hij kon een paar uur later gewoon door zijn dochter worden opgebeld. Er is geen reden om aan te nemen dat er geen normaal vader-dochtercontact zal blijven bestaan, met telefoontjes en transatlantische bezoekjes over en weer.

Deze tango had op een begrafenis niet misstaan. Sommige muziekstukken hebben maar het geringste kader van rituele plechtigheid nodig om toehoorders te laten huilen `om alles'. Om de vergeefsheid van het leven, de onherroepelijkheid van het lot, de dapperheid van mensen, het gezamenlijke en allerlei andere dingen die groter zijn dan jezelf en met ontzag te maken hebben.

Bruiloften overweldigen nauwelijks meer. Misschien pinkt een enkele oude tante nog een traantje weg, maar de wetenschap dat er vorig jaar meer mensen scheidden dan trouwden knaagt op de een of andere manier aan het verschuldigde ontzag. Een modern bruidsspaar laat een monter `ja' horen, lacht beleefd om de grapjes van de dienstdoende ambtenaar en verheugt zich op het feest dat straks komt. Maar Máxima huilde `om alles' en gelijk had ze. Zelden is de deur van een kooi zo onherroepelijk achter iemand dichtgevallen als onder deze klaaglijke tangomuziek.

Je hoeft alleen maar de foto's te bekijken van de vele royalty-gasten die het huwelijk bezochten om bevangen te worden door fundamenteel onbegrip. Er is niets in hun uiterlijk, prestaties, ethiek of bevlogenheid dat de koningen, prinsessen en andere vorsten onderscheidt van mensen die je in de Kalverstraat tegenkomt. De Oranjes zijn onmetelijk rijk, krijgen desondanks een uitkering, betalen geen belasting en heten het volk te dienen, maar ze zijn compleet overbodig en dat weten ze. Koningin Beatrix heeft zich haar hele leven als een eersteklas workaholic ingespannen om overal alle dossiers van te lezen, maar het koningschap en Nederland zelf hadden heel goed zonder al die moeite gekund. Beatrix was beter tot haar recht gekomen als hoogleraar staatsrecht of minister van landbouw. Dan had ze als ieder ander een bijdrage kunnen leveren; als vorstin mag ze niet eens invloed uitoefenen.

Na het huwelijk komt de skivakantie en het reisje naar de zon. Daarna hoopt het volk op zwangerschap en huiselijk geluk. Liever een rol in de sfeer van nationale troosteres bij rampen dan die van galeriehoudster. En overal liggen fotografen en verslaggevers in hinderlaag. Hoofdredacteur Nanninga van Privé heeft Máxima al uitgeroepen tot koningin van de emoties, want dat laat de kassa rinkelen.

Leden van het koningshuis dienen er een onbesproken levenswandel op na te houden. Tegelijk verlustigt het publiek zich in het kleinste afwijkinkje van de standaard van neutraliteit. Kijk, ze glimlacht, ze huilt, ze is een waarachtig mens. Met emoties valt goed geld te verdienen. Uiteindelijk is dat de enige taak die overblijft voor de monarchie: emoties genereren voor de entertainmentindustrie. Het is een zinloze en vernederende taak, in het aangezicht waarvan Máxima's tranen op hun plaats waren. Niet alleen in terugdeinzende zin, maar ook als plichtsbetrachting tegenover een traanbelust publiek.