Somalië heeft al opvolger Barakaat

Somalië is een vernietigde boevenstaat met grote sociale misère, maar ook een land waarin zakenlui stinkend rijk worden. Het vacuüm van het ontmantelde imperium van banken en telefonie Barakaat, verdacht van banden met het terreurnetwerk Al-Qaida, is al weer opgevuld.

Honderden hagelwitte schapen met zwarte koppen trekken door de zanderige straten van de Somalische havenstad Bosasso. Op weg naar het slachtmes in de Golfstaten aan de andere kant van de Rode zee. De export van vee is de belangrijkste bron van inkomsten voor Somalië.

Vanuit Berbera, enkele honderden kilometers verder westwaarts aan de Rode Zee, wordt jaarlijks voor meer dan honderd miljoen dollar (115 miljoen euro) aan vee uitgevoerd, in Bosasso rond de twintig miljoen dollar. Officieel bestaat er al twee jaar een invoerverbod van vee in Saoedi-Arabië wegens de ziekte Rift Valley Fever in Afrika. De Somalische handelaren omzeilen dit embargo door naar Jemen te exporteren en dan naar Saoedi-Arabië. ,,Als de deur dicht gaat, dan ga je door het raam naar binnen'', lacht een zakenman.

De levendige handel levert de Somalische zakenlui harde valuta om goederen te kopen in de Arabische wereld, zoals frisdranken, elektronica, medicijnen en toiletpapier. Ook wordt er benzine en diesel mee aangeschaft, die brandstoffen zijn ruim voorradig bij primitieve tankstations. Tenslotte worden de dollars aangewend voor wapens en voor qat (zie inzet).

Bij de markt van Bosasso zuigt een wervelwindje honderden plastic zakken en ander afval de lucht in. Somalië is in tien jaar burgeroorlog zonder sterk centraal gezag een smerig land geworden. Iets verderop worden in marktstalletjes kogels en geweren te koop aangeboden. Een groepje mannen in sarongs hangt doelloos rond in een smerig openluchtrestaurantje, ze eten spaghetti met hun handen of nippen aan hun glaasje thee met suiker en kamelenmelk.

Er ontstaat een verkeersopstopping bij de markt. Vrachtauto's laden midden op de weg hun bakken vol met goederen uit de haven. Een politieagent in uniform blaast driftig op zijn fluitje in een poging de file te ontknopen. Iedereen negeert zijn aanwijzingen. De geïmporteerde goederen worden vanuit de havenstadjes verspreid over het gehele land, over honderden kilometers lange wegen en mulle zandpaden, door dorstige woestijnen en savannes.

Somalië is een vernietigde boevenstaat met grote sociale misère, maar ook een land waarin zakenlui stinkend rijk worden. In de deels kapotgeschoten steden verrijzen sjieke villas. Ali Haji Said exporteert schapen en geiten. ,,Vandaag hebben we vijfduizend stuks in de boten geladen'', vertelt hij trots. ,,We betalen belasting aan de krijgsheer die zich uitriep tot president van Puntland. Vijftig dollarcent per beest. Helaas moeten we sinds enkele maanden aan twee presidenten betalen, want een andere krijgsheer eist eveneens het presidentsschap op.''

Alles draait om veiligheid. De regering van het autonome Puntland in Noordoost-Somalië geeft 67 procent van haar begroting uit aan de soldij van milities, anderhalve procent aan onderwijs. ,,Wanneer we geen belasting betalen gaan de milities weer van ons plunderen'', aldus Ali Said. In augustus brak er een machtsstrijd uit in Puntland en sindsdien zijn de krijgsheren nieuwe milities gaan rekruteren in afwachting van een oorlog. Dat leidde tot vergrote onveiligheid.

De grootste ondernemingen zijn banken, bedrijven in telecommunicatie en luchtvaartmaatschappijen. Financieel het sterkste was tot voor kort het zakenconglomeraat Barakaat. Miljoenen dollars investeerde Barakaat de afgelopen jaren in Somalië, veelal geld afkomstig van de Somalische diaspora in het Midden-Oosten. Het bedrijf concentreerde zich op de telefonie en bankactiviteiten. Amerika sloot vorig jaar de kantoren van Barakaat in de Verenigde Staten omdat het bedrijf zou zijn gebruikt om fondsen naar Al-Qaida door te sluizen. Bewijzen voor samenwerking tussen Barakaat en islamitische terroristen zijn nooit geleverd, maar er bestaat weinig twijfel dat Somalische fundamentalisten een sterke plaats innemen in de economie en banden onderhielden met Barakaat. Tot ernstige verstoring van de Somalische economie leidde het embargo op Barakaat overigens niet. Andere Somalische bedrijven hadden binnen enkele weken de zaken van Barakaat overgenomen.

Saleeban Abdalla was tot vorige week vertegenwoordiger van Barakaat-Red Sea in Galcayo, de dependance van Barakaat in Puntland. Met een sip gezicht laat hij zijn half afgebouwde hoofdkantoor zien en wijst naar de onvoltooide communicatietoren. ,,Onzin die beschuldiging van George Bush tegen Barakaat, we werken niet met terroristen samen'', zegt hij. ,,Hebben de Amerikanen ooit een naam van een Somaliër kunnen noemen die met Bin Laden zou hebben gecollaboreerd?'' Hij vertelt voorstander te zijn van een islamitische staat, ,,maar dat maakt me nog geen terrorist''.

Het bedrijf van Saleeban Abdalla legde na de Amerikaanse sancties al het werk stil maar kondigde eind vorige maand aan opnieuw te beginnen. Het maakte bekend alle banden met Barakaat te hebben verbroken en richtte de nieuwe onderneming Goolis Telecommunications op. ,,We hervatten de bouw van ons kantoor in Galcayo'', verklaart hij triomfantelijk. ,,Onze aandeelhouders gaan verder zonder Barakaat, we zoeken nog naar ondernemingen in het buitenland om contracten te sluiten over het gebruik van satellieten.''

Jaarlijks maakt de Somalische diaspora tussen de tweehonderd en vijfhonderd miljoenen dollars over naar het vaderland, een gigantisch bedrag in vergelijking met de internationale hulp die slechts zestig miljoen dollar bedraagt. Al deze fondsen, ook die van de Verenigde Naties, werden voor een belangrijk deel via Barakaat overgemaakt. Bashir Ali Jama werkt voor Amal Money Wire in Galcayo. Het ruikt naar lijm en houtzaagsel in zijn kantoor. ,,We zijn aan het uitbreiden'', wijst hij naar de bouwvakkers. ,,We namen veel zaken van Barakaat over'', zegt hij met brede glimlach. ,,Wij Somaliërs zijn handelaren. Oorlog of niet, we gaan door met zakendoen. Laat de buitenwereld niet denken dat er alleen maar wordt geleden in Somalië.''