Scheur als splijtstof

De tijdelijke sluiting van de kernreactor in Petten kunnen de autoriteiten niet alleen benutten voor inspectie, maar ook voor een evaluatie van de bedrijfsvoering en bezinning op de toekomst. Het is in Petten lelijk misgegaan. Niet zozeer met de reactor, maar met het management. Een haarscheurtje in het reactorvat – in kleine kring bekend en stabiel blijvend, maar daarom niet te veronachtzamen – heeft een paar belangrijke zaken blootgelegd. Allereerst lijkt geen sprake te zijn van `Tsjernobyl-achtige toestanden'. Petten staat niet op ontploffen. De veiligheid lijkt gewaarborgd. Wel was het scheurtje de aanleiding om de `veiligheidscultuur' aan de orde te stellen bij het bedrijf dat de reactor exploiteert. En dat spoor leidde vervolgens naar het echte drama van Petten. Binnen de leiding heersen grote verschillen van mening. Over van alles en nog wat: van kleine zaken tot de vraag of het bestaan van de kernreactor wel zin heeft. Een scheurtje als splijtstof voor een proces van fricties en nijd.

`Petten' is een ingewikkeld bedrijf. De uit de jaren zestig stammende reactor is gebouwd voor onderzoek en is eigendom van de Europse Unie. De exploitatie ervan gebeurt door de Nucleair Research & Consultancy Group, die op zijn beurt voor 70 procent eigendom is van het Energie-onderzoek Centrum Nederland (ECN) en voor 30 procent van de Kema. De kernreactor maakt de productie mogelijk van radioactieve medicamenten voor diagnose bij kankerpatiënten. In dit complexe geheel speelt de kwestie over de noodzaak van de reactor een belangrijke rol. Immers, het ECN heeft zijn prioriteiten verlegd van onderzoek naar kernenergie naar dat van duurzame energie; een potentiële conflictbron.

Via een klein scheurtje kreeg Nederland vorige week een inkijk in een onverkwikkelijk huiselijk conflict. Het venijn in de ruzie nam af toen bekend werd dat de ECN-directeur elders een baan heeft aanvaard en de reactor vanaf 18 februari tijdelijk stilligt voor onderzoek naar de veiligheidsregels en de naleving daarvan. In die periode kan tevens het scheurtje worden onderzocht, een naam die het overigens feitelijk niet mag hebben. Het scheurtje staat voor kleine hechtingsfouten in een las in het binnenste van de dikke aluminium wand van het reactorvat. Sinds 1984 is bekend dat hier een oneffenheid zit. Uit oude en nieuwe metingen is steeds gebleken dat de haarscheuren in de las niet groter worden en ook niet lekken.

Het scheurtje om die reden wegwuiven zou niet goed zijn. Het is juist dat de verantwoordelijke minister, Pronk van Milieu, zich ermee heeft bemoeid – hoewel hij niet de indruk wekte van de echte problemen in Petten op de hoogte te zijn. Als het onderzoek is afgerond, moet Pronk snel naar bevind van zaken handelen. In een kernreactor kan niet veilig genoeg worden gewerkt. Als er iets mis is met de veiligheidsvoorschriften bij de Nucleair Research & Consultancy Group, zal het management daarvan de consequenties moeten dragen en met maatregelen moeten komen. Tegelijkertijd kan de complexe bedrijfsstructuur eens worden doorgelicht. Maar bovenal kunnen Pronk en zijn collega's van Economische Zaken en Volksgezondheid van de gelegenheid gebruikmaken om nut en noodzaak van de kernreactor grondig te laten analyseren. Moet Petten in zijn huidige vorm wel open blijven? De medicamenten kunnen in ieder geval zonder probleem elders worden betrokken.