Praag blijft struikelen over kwestie Sudeten-Duitsers

57 jaar na dato ligt het probleem van de gewelddadige verdrijving van de Sudeten-Duitsers weer op tafel en zet het de relaties tussen Praag enerzijds en Wenen en Berlijn anderzijds onder druk.

Een flinke scheldpartij tussen Tsjechië en Oostenrijk heeft de kwestie van de Sudeten-Duitsers weer prominent op de politieke agenda gezet in beide landen. Duitsland, waar vandaag de dag de meeste Sudeten-Duitsers wonen, volgt deze ontwikkeling met zorg.

Internationaal worden vragen opgeworpen over de gewelddadige verdrijving van ruim drie miljoen Duitsers na de Tweede Wereldoorlog uit Tsjechoslowakije. Was dit soms geen etnische zuivering? Europarlementariërs vragen om het herroepen van de Beneš-decreten, op grond waarvan Tsjechoslowakije in 1945 de Duitsers eerst hun staatsburgerschap ontnam en vervolgens al hun bezit confisqueerde.

Ja, daarover moesten de Oostenrijkers zich nou maar niet meer druk maken, want die Sudeten-Duitsers waren pure landverraders, een vijfde colonne, zei de Tsjechische premier Miloš Zeman in januari tegen het Oostenrijkse weekblad Profil.

De boomlange Tsjech is een man van gepeperde uitspraken en er waren al harde woorden gevallen tussen Praag en Wenen over de omstreden kerncentrale in Temelín, vlak over de Tsjechische grens. Het was wat hem betrof maar een klein stapje om tegelijk ook maar weer eens flink uit te halen over het `foute' verleden van de Sudeten-Duitsers, van wie een deel in Oostenrijk woont.

In Tsjechië doet dat het altijd goed, maar in Oostenrijk sloegen de stoppen door. Zeman had namelijk het tere onderwerp van `collectieve schuld' aangeroerd en dat ging de Duitstalige wereld te ver. Wenen reageerde furieus en ook Berlijn vroeg – na scherp protest uit Beieren – om uitleg. En die kwam de afgelopen dagen in interviews die een dit keer zorgvuldiger formulerende, Zeman gaf aan Duitse media. De Tsjechische premier ontkent de Sudeten-Duitsers collectief schuldig te achten. ,,Er zijn ook goeie geweest en wat mij betreft kunnen die financiële steun krijgen. Maar het blijft een feit dat de meeste Sudeten-Duitsers landverraders zijn geweest en als staatsburgers van Tsjechoslowakije in 1938 de komst van het Duitse leger hebben begroet.''

Het lot van de Sudeten-Duitsers blijft als een schaduw over de verhoudingen in Midden-Europa liggen. Toen Tsjechoslowakije zich na de Eerste Wereldoorlog losmaakte uit het Habsburgse rijk, telde het een Duitstalige minderheid van drieëneenhalf miljoen zielen, ongeveer eenderde van de bevolking. In een poging de jonge Tsjechoslowaakse staat te consolideren moesten deze Duitsers assimileren. In traditioneel Duits sprekende streken werden ze gedwongen Tsjechisch te spreken en er werden veel Tsjechische arbeiders naar die gebieden gestuurd om het Duitse monopolie te doorbreken.

Met de economische crisis begon een periode van armoede en werkloosheid onder de Duitsers, die tot dan toe als industriëlen en herenboeren hadden geleefd. De benaming Sudeten-Duitser was aanvankelijk alleen van toepassing op de Duitsers die op de grens met Silezië leefden, maar werd synoniem voor alle Duitsers binnen Tsjechoslowakije. In 1936 namen de Sudeten-Duitsers wraak door massaal op de partij van Konrad Henlein te stemmen die een belangrijke pion van Hitler was. Henleins partij van Sudeten-Duitsers wilde weg van Tsjechoslowakije en `Heim ins Reich'. De wereldpolitiek leek hun aanvankelijk gunstig gezind: in oktober 1938 marcheerden Hitlers soldaten het Sudetenland binnen. Ze werden door de plaatselijke Duitsers als helden binnengehaald. De Tsjechische bevolking voelde zich diep verraden door de Duitse landgenoten.

Zeven jaar en honderdduizenden Tsjechische doden later, bleken de Sudeten-Duitsers hopeloos klem te zitten. De Tsjechoslowaakse president Edvard Beneš had tijdens zijn ballingschap in het westen plannen uitgewerkt om eens en voor altijd af te rekenen met de Duitsers en andere minderheden die zich niet loyaal hadden getoond tijdens de oorlog.

Na de terugkeer van Beneš werden de Duitsers massaal de grens overgedreven naar Duitsland en Oostenrijk. Aanvankelijk door middel van zogeheten wilde verdrijvingen, later met toestemming van de geallieerden georganiseerd in beestenwagens. De gebeurde op basis van speciale decreten, uitgeschreven door president Beneš: alle minderheden die met de vijand hadden geheuld raakten hun staatsburgerschap en hun bezit kwijt.

Volgens schattingen van de Sudeten-Duitsers zelf kwamen bij de deportaties ruim tweehonderdduizend mensen om. Tsjechische historici schatten het aantal dodelijke slachtoffers op ergens tussen de twintig- en veertigduizend. In de Tsjechische grensgebieden zijn nog altijd de restanten te zien van Duitse herenboerderijen, in de dorpen wordt vaak nog gegeten van Duitse borden en soms zelfs nog geslapen onder Duitse dekens. De Duitsers hebben alles achter moeten laten.

Onder druk van de Sudeten-Duitsers, die vooral in Beieren wonen en georganiseerd zijn in zogeheten Landmannschaften, hebben Tsjechië en Duitsland in 1997 geprobeerd een punt te zetten achter het pijnlijke verleden. Er zou niet meer worden gesproken over collectieve schuld en er zou niet meer worden geroerd in het wederzijdse verleden.

Maar dat blijkt onvoldoende. Als de Sudeten-Duitsers in Oostenrijk door Zeman voor landverraders worden uitgemaakt, voelen hun lotgenoten in Duitsland zich uiteraard ook aangesproken. Plotseling staat de zaak weer bovenaan de politieke agenda. In Oostenrijk gaan steeds meer stemmen op om het herroepen van de Beneš-decreten als voorwaarde te verbinden aan het Tsjechische lidmaatschap van de EU. Stilzwijgend accepteren van de decreten zou een internationale legitimering zijn voor etnische zuiveringen.

Formeel weigeren Oostenrijk en Duitsland de Beneš-decreten bij de EU-onderhandelingen met Tsjechië te betrekken. Maar de druk is groot. Zeman probeert de schade te beperken door te zeggen dat de Beneš-decreten in feite al `vervlogen' zijn en dat er geen sprake is van collectieve schuld. Voor juristen die naar gaatjes zoeken om forse schadeclaims in te dienen is dat geen erg hard argument. De zaak is voorlopig nog niet af.