Kitty Courbois

In een reeks profielen van hedendaagse filmsterren deze week Kitty Courbois, die in de eerste film van Frans Weisz speelde en nu ook in zijn nieuwste, `Qui Vive', te zien is.

Haar stem is altijd een verrassing, maar toch past hij bij haar verschijning, zwoel, donker, hard en een beetje clownesk. Zo is die stem en zo lijkt Kitty Courbois, de actrice die al vaker tot monstre sacré van het Nederlandse toneel bestempeld is. Haar portret hangt in de Amsterdamse Stadsschouwburg tussen dat van Willem Nijholt en Han Bentz van den Berg. Zo'n grote vedette is de geridderde Courbois niet van de Nederlandse film. Ze is geen Willeke van Ammelrooy of Renée Soutendijk of Monique van de Ven. Maar de Griekse tragediespeelster werd wel de Hollandse Simone Signoret genoemd en speelde soms onvergetelijk in meer dan twintig films, grote, kleine en bijrollen, van haar debuut in Frans Weisz' korte film Helden in een schommelstoel (1963) tot nu in Qui Vive van dezelfde regisseur.

Catharina Anna Petronella Antonia Courbois (Nijmegen, 30 juli 1937) deed na de toneelschool die ze volgde in Arnhem mee aan allerlei soorten films, van de kordate low budget producties van Pim & Wim uit de jaren zestig (Liefdesbekentenissen, Aah Tamara) tot Paul Verhoevens megaproject Flesh + Blood uit 1985. Na haar meisjesrollen, vooral in Het gangstermeisje (Frans Weisz, 1966) heeft ze veel moeders gespeeld, bijvoorbeeld in Het debuut (Nouchka van Brakel, 1977), Op hoop van zegen (Guido Pieters, 1986), Twee vorstinnen en een vorst (Otto Jongerius, 1981) en vooral in Leedvermaak (Frans Weisz, 1989), waarin Courbois zo mooi, broos maar toch met fonkelende ogen, Ada, de moeder van Lea speelt. Zelfs Frans Weisz was verbaasd dat niet Courbois, maar Annet Nieuwenhuijzen, die in dezelfde film haar rivale, Lea's onderduikmoeder, speelt, dat jaar het Gouden Kalf voor beste actrice kreeg. Courbois kreeg nooit een Kalf, ook niet voor haar tweede optreden als Ada in Qui Vive, het vervolg op Leedvermaak. Het Nederlands Film Festival wijdde in 1992 wel al een retrospectief aan haar.

Kitty Courbois, die de 65 al is gepasseerd, staat nog steeds op het toneel, is nog steeds te zien in de bioscoop en op de televisie (Oma Hondje). ,,Wat moet ik anders doen'', zei ze vorig jaar in een interview tegen Het Algemeen Dagblad.

Courbois heeft de zegen dat ze wel oud maar niet lelijk wordt. Volgens Courbois zijn er genoeg rollen voor oudere vrouwen, maar willen weinig regisseurs ze laten spelen. Vorig jaar streed ze daarom fel voor de rol van een vrouw die nog minstens tien jaar ouder is dan zij. Als bejaarde weduwe in Monte Carlo (Norbert ten Hall) beroofde ze met veel plezier een bank.