Internationaal verdrag kindsoldaten in werking getreden

Een internationaal verdrag waarin de minimum leeftijd van kindsoldaten is opgeschroefd naar 18 jaar, is gisteren in werking getreden.

Het verdrag, dat in 2000 werd goedgekeurd op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN), is een toevoeging op de reeds bestaande Verdrag voor de Rechten van het Kind uit 1989. Daarin was een minimum leeftijd van 15 jaar vastgelegd.

De VN-Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens Mary Robinson, noemde het verdrag gisteren ,,een kroon op de jarenlange inspanningen tegen de grootste vorm van schendingen van mensenrechten in de wereld''.

Volgens schattingen werken meer dan 300.000 kinderen als soldaat in 35 verschillende conflicten, uiteenlopend van de guerrillastrijd in Colombia tot burgeroorlogen in Afrika. De meeste kinderen zijn tussen de 15 en 17 jaar oud, sommigen zijn zelfs nog jonger.

In tegenstelling tot het verleden worden kinderen niet gebruikt om het tekort binnen troepenmachten aan te vullen, maar worden zij ingezet omdat ze goedkoop, gehoorzaam en makkelijk beïnvloedbaar zijn.

Het nu in werking getreden verdrag staat werving van recruten toe vanaf 16-jarige leeftijd en daadwerkelijke militaire inzet vanaf 18 jaar.

Ruim 90 landen ondertekenden de overeenkomst. Ook rebellenbewegingen deden dat. Slechts veertien landen ratificeerden het verdrag tot nu toe.

Mensenrechtenorganisaties Unicef Nederland en Save the Children Nederland dringen er bij de regering op aan zo snel mogelijk het kindsoldatenverdrag te ondertekenen. Tevens dringt Unicef er bij het Nederlandse ministerie van Defensie op aan om ook de wervingsleeftijd op te schroeven naar 18 jaar. Tweede Kamerleden M. Zeilstra (PvdA) en N.G. van het Riet (D66) dienden daartoe in 1999 een motie in die door een meerderheid van de Kamer werd gesteund. Maar staatssecretaris van Defensie H. van Hoof wil wegens het personeelstekort ook 17-jarigen kunnen werven.

Olara Otunnu, namens de secretaris-generaal van de VN Kofi Annan, belast met kindsoldaten, werkt aan een rapport, met de titel `naming and shaming', over landen en groeperingen die kindsoldaten recruteren.