Het ongeluk met de Uiver

Mensen met vliegangst kunnen één argument aanvoeren dat staat als een huis: als het met een vliegtuig misgaat, gaat het ook echt goed mis. Vliegtuigongelukken zijn daarom meestal rampen. Tot de ongevallen die een onuitwisbare indruk maakten, behoort zonder twijfel het ongeluk met de Uiver in december 1934.

De Uiver is de naam van een DC-2 van de KLM. De KLM kocht in 1934 veertien exemplaren van dit Amerikaanse verkeersvliegtuig om in te zetten op het traject Amsterdam-Batavia. Tevoren had de KLM steeds met Fokkers geopereerd. In het begin van de jaren dertig was tussen Amsterdam en Batavia al wekelijks een vlucht. De KLM wist de publieke opinie te mobiliseren en kreeg het voor elkaar dat de overheid de exploitatie met meer dan een half miljoen gulden per jaar steunde. Met veel tamtam had de KLM in 1933 een speciale retourvlucht met kerstpost aangekondigd. De bemanning van het Fokker-toestel (de Pelikaan) werd zelfs door leden van het kabinet uitgezwaaid.

Het toppunt van euforie werd tien maanden later bereikt. De KLM liet de pas aangekochte DC-2 deelnemen aan de internationale luchtrace tussen Londen en Melbourne, die was uitgeschreven bij gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Melbourne.

Er werden twintig vliegtuigen ingeschreven, waarvan het merendeel speciaal voor deze gelegenheid was gebouwd. Bij de inschrijving kon gekozen worden uit twee categorieën: een snelheids- en een handicapwedstrijd. De KLM schreef de DC-2, bekend onder de naam de `Uiver' (uiver is een oude benaming voor ooievaar), voor het laatste onderdeel in.

Op 20 oktober 1934 vertrokken Koene Parmentier, Jan Moll, Bouwe Prins en Cor van Bruggen (en nog drie passagiers en duizenden poststukken) vanaf het Engelse vliegveld Mildenhall. In een recordtijd van 52 uur vloog het toestel naar Batavia. Ter vergelijking: voor een reguliere vlucht met een Fokker was gemiddeld ruim zeven dagen nodig.

Kort nadat het toestel koers gezet had naar Melbourne kreeg de bemanning met tegenslag te kampen. In de nacht van 22 op 23 oktober moest in hevig noodweer een tussenlanding worden gemaakt. Mede dankzij inspanningen van de burgemeester werden de autobezitters van de Australische stad Albury opgetrommeld om de plaatselijke renbaan te verlichten, waar de Uiver kon landen. De provisorische landingsbaan was zo drassig geworden dat het toestel erin wegzakte. Met vereende krachten trok de bevolking de Uiver weer los en het toestel kon de tocht voortzetten. Uiteindelijk bereikte het na 90 uur en 20 minuten de finish. Slechts de speciaal voor deze race ontworpen `Comet' was sneller. De Uiver werd wel winnaar in de handicapklasse.

De vier bemanningsleden waren op slag nationale helden. ,,Heel Nederland `Uiverde' in die novembermaand'', zo schreef de historicus Puchinger, ,,men verkocht Uiverhoedjes, Uiverspeldjes, Uiverlepeltjes, Uiverklokjes, en beroemd werd het Uiverlied dat telkens voor de radio werd gespeeld. Men kan gerust zeggen dat, wanneer Piet Hein met de Zilvervloot in 1934 was teruggekeerd, hij moeilijk met meer enthousiasme en dank had kunnen worden binnengehaald.''

Het geluk was de Uiver helaas niet lang gunstig gezind. Op 19 december 1934 – nog geen twee maanden na zijn triomftocht – ging de Uiver op weg naar Indië. Toen het toestel op weg was van Kaïro naar Bagdad, kwam het boven de Syrische woestijn in de buurt van Rutbah Wells in een zware bui terecht. Later uitgevoerd onderzoek heeft aangetoond dat de piloot doelbewust in de bui gevlogen was; de ingehaalde antenne wees daar op. Omdat het toestel sneller vloog dan de verplaatsingssnelheid van de bui was het, naar de inschatting van de piloot, een minder groot risico om door de bui heen te vliegen dan een koers eromheen te volgen of een noodlanding te wagen in het moeilijk te vinden landingsterrein van Rutbah. Achteraf bezien was deze inschatting verkeerd. Door dalende winden verloor de piloot de controle over het toestel. De Nederlandse onderzoekscommissie kwam tot de slotsom dat `de zeer ongunstigen weersomstandigheden tezamen met minder gunstige vliegeigenschappen van het toestel in zware remous en vermoeidheid van den vlieger geleid hebben tot de botsing met den grond, die de catastrophe ten gevolge had'.

In 1999 was er een herleving van de geestdrift rondom `dit stuk nationaal erfgoed'. Met giften van 16.000 particulieren, de Mondriaan Stichting, de Grote Sponsor Loterij en de KLM werd het mogelijk de laatste nog vliegwaardige Uiver 2 in Nederlandse handen te krijgen. Deze bevindt zich nu in het Nationaal Luchtvaartmuseum Aviodome op Schiphol.

M.L.J. Dierikx, Begrensde horizonten. De internationale burgerluchtvaartpolitiek van Nederland in het Interbellum (Zwolle, 1988).