Grote geesten in de war op filmfestival Berlijn

Veel films met een Oscarnominatie zijn op het festival in Berlijn te zien. Grootste verrassing van de competitie is een Deens debuut.

Dat de bekendmaking van de Oscarnominaties gisteren samenviel met de vertoning in Berlijn van A Beautiful Mind (acht nominaties) en Iris (drie), is geen toeval. Berlinaledirecteur Dieter Kosslick telde trots twintig nominaties voor de films in zijn hoofdprogramma (ook zeven voor Gosford Park en twee voor Monster's Ball), en dan had hij de scenarionominatie voor Wes Andersons later te vertonen The Royal Tenenbaums nog over het hoofd gezien.

Belangrijker dan de aantallen – de laatste jaren specialiseert Berlijn zich in Amerikaanse Oscarfilms – is de constatering dat de voorspelbare successen dit jaar van redelijke kwaliteit zijn, dat de sterren grotendeels wegblijven van het festival, en dat er minstens even veel aandacht gaat naar andere films in de competitie.

Ron Howards A Beautiful Mind beantwoordt nog het meest aan het prototype van een Oscarfilm: epische lengte, spectaculaire hoofdrol van een man met een handicap, een glorieuze ontknoping en een teneur die 99,99 procent van de mensheid geruststelt, namelijk dat er aan een genie vaak een schroefje los zit. Russell Crowe zal de prijs wel winnen voor zijn vertolking van de wiskundige John Nash (Nobelprijs Economie 1994), die onder meer de algoritmen in het gedrag van campusduiven bestudeert, maar zo veel fenomenen met elkaar in verband brengt dat hij moet worden opgenomen wegens paranoia van schizofrene aard. Even lijkt het verband in het scenario tussen Amerika's collectieve paranoia in de Koude Oorlog en Nash' wanen interessant te worden, maar dan kiest de film toch veilig voor het te boven komen van persoonlijke problemen door liefde en vastbeslotenheid. Een andere grote geest in de war is schrijfster Iris Murdoch in Iris van Richard Eyre. De ziekte van Alzheimer zorgt ervoor dat de pleitbezorgster van eruditie en geestelijke vrijheid eindigt voor de Teletubbies. De tegenstelling met A Beautiful Mind is groot: de weg van de dementerende romancière (de sublieme Judi Dench) voert uitsluitend bergafwaarts, maar in flashbacks wordt duidelijk dat het om meer gaat dan hersencellen: de onmogelijkheid haar te doorgronden is ook een psychologische en filosofische kwestie, die haar echtgenoot (Jim Broadbent, ook voortreffelijk) tot wanhoop drijft. Voor tachtig procent (helaas zijn sommige symbolen te vet) is Iris een voorbeeldige film over onvrijwillig intellectueel isolement.

De grootste verrassing in de competitie tot nu toe is een Deens debuut, Minor Mishaps (Små ulykker) van Annette K. Olesen, waarin de vruchten geoogst worden van de Dogma-beweging zonder de strenge regels na te leven. De vrijheid van het acteren, de ironische aandacht voor alledaagse tragedies maken van deze komedie over een vader die zijn volwassen dochter niet los kan laten, een dwarse onderhuids doorwerkende sociale observatie, in de trant van Italiaans voor beginners, maar dan rijper, voor gevorderden dus.