EU-Commissie onder druk

Met de mond bepleiten alle landen van de Europese Unie een sterke Europese Commissie. Maar als een Brusselse aanwijzing niet goed uitkomt, schreeuwen ze moord en brand.

Het is iedere keer hetzelfde liedje: zodra de Europese Commissie in haar rol als hoedster van de Europese verdragen optreedt tegen een grote lidstaat van de Europese Unie, breekt de herrie los. De Duitse bondskanselier Gerhard Schröder heeft gisteren bereikt dat de Commissie geen waarschuwingsbrief aan Duitsland stuurde, hoewel dat volgens de regels van het stabiliteitspact van de euro wel moest. Zijn voorganger Helmut Kohl vond ook dat de Europese regels niet golden zodra ze hem niet goed uitkwamen. De voormalige Europese commissaris voor Mededinging, Karel van Miert, kan er boekdelen over volschrijven.

Het is geen exclusieve Duitse neiging om de Europese Commissie, als het er op aan komt, te behandelen als een veredeld secretariaat. Frankrijk heeft er ook een handje van. Jarenlang heeft de Franse regering geduwd en getrokken opdat Franse staatssteun voor de bank Crédit Lyonnais in strijd met de Europese regels door de vingers zou worden gezien.

Dankzij een toverformule kan Europees commissaris Pedro Solbes (monetair beleid) met een tevreden glimlach doen alsof de Commissie niet voor de Duitse regering is gezwicht. Duitsland heeft geen brief gekregen, maar heeft wel moeten beloven met de opmerkingen van de Commissie rekening te houden. Het gaat echter om de brief. Zelfs Joschka Fischer, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken die als geen ander pleit voor de Europese integratie, heeft de afgelopen dagen betwist dat de Commissie het recht had om Duitsland een publieke waarschuwing te geven wegens het oplopende overheidstekort.

De positie van de Europese Commissie staat al vele jaren onder druk. EU-lidstaten roepen voortdurend om een sterke Commissie. Maar zij beklagen zich als de Commissie in hun nadeel krachtig optreedt. In de jaren negentig werd de Luxemburger Jacques Santer tot voorzitter van de Commissie benoemd, omdat de toenmalige Duitse bondskanselier Kohl en de Franse president François Mitterrand iemand wensten die naar hen zou luisteren. Ze hadden genoeg van de machtige rol die Santers voorganger, de Fransman Jacques Delors, had gespeeld. Toen de huidige Commissievoorzitter, Romano Prodi, werd benoemd, hoopte Frankrijk dat hij sterk zou zijn. Dat wil zeggen tegenover het Europees Parlement, niet tegenover de EU-lidstaten.

De problemen hebben niet alleen te maken met grote lidstaten. Alle EU-landen vinden dat de Commissie verkeerd zit zodra toepassing van Europese wetten hen slecht uitkomt. De huidige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Jozias van Aartsen, blies in zijn vorige functie van minister van Landbouw tevergeefs hoog van de toren tegen de Commissie. Hij probeerde onder een Europese boete uit te komen wegens fouten bij de Nederlandse aanpak van de varkenspest. Minister Willem Vermeend (Sociale Zaken) deed alles om de Commissie te bewegen Nederlands misbruik van geld uit het Europees Sociaal Fonds door de vingers te laten zien. Kleine landen krijgen alleen meestal minder voor elkaar dan grote.

Kern van het probleem bij de relatie met de Commissie is dat de Europese landen vast willen houden aan hun nationale macht. Ze schreeuwen daarom moord en brand zodra de Europese wetgeving hun niet goed uitkomt en proberen de Europese Commissie te overdonderen. [Vervolg EUROPESE COMMISSIE: pagina 6]

EUROPESE COMMISSIE

Soevereiniteit is struikelblok

[Vervolg van pagina 1] Om dezelfde reden zijn ze al vele jaren niet in staat om noodzakelijke institutionele hervormingen in de EU door te voeren. Die hervormingen zouden moeten gebeuren voor de uitbreiding van de EU met nieuwe lidstaten in Oost-Europa plus Cyprus en Malta. In 1997 mislukten onderhandelingen daarover in Amsterdam. In december 2000 slaagden de regeringsleiders er in Nice opnieuw niet in de EU voor de uitbreiding gereed te maken.

Deze maand start in Brussel een conventie over de toekomst van Europa. Die conventie moet de regeringsleiders ideeën bezorgen voor onderhandelingen in 2004, waarbij opnieuw de macht van de individuele landen centraal staat. In 2004 zullen het niet meer de huidige vijftien EU-lidstaten zijn die een nieuw verdrag moeten opstellen, maar zullen waarschijnlijk 25 lidstaten meepraten. Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië zijn bang voor verlies van macht in een uitgebreide EU. Hoe meer lidstaten, hoe meer kans dat besluitvorming door middel van veto's wordt tegengehouden.

Al jaren wordt geklaagd dat de Commissie onhandelbaar groot wordt als alle landen vasthouden aan de benoeming van een eigen eurocommissaris. Niemand wil een stap terug doen omdat de Commissie officieel onafhankelijk is, maar de lidstaten hun eurocommissaris toch als een nationale vertegenwoordiger beschouwen. De landen willen via hun eurocommissaris macht binnen de Commissie behouden.

Europa wil een belangrijker rol op het wereldtoneel spelen. Als de Commissie aan uitvoering van die wens wil bijdragen, botst zij al snel met EU-lidstaten die voor hun nationale macht opkomen. Eurocommissaris Chris Patten (Buitenlands Beleid) gaf tijdens een donorconferentie voor Afghanistan onlangs hoog op over de bijdrage van de EU als geheel (de Commissie en de afzonderlijke lidstaten). Hij kreeg woedende reacties van veel lidstaten, inclusief Nederland. De landen wilden dat hun nationale bijdragen voor Afghanistan werden genoteerd. ,,Wat denkt die Commissie wel!'', zei een hoge Europese diplomaat. Deze verontwaardigde kreet gebruiken EU-lidstaten voortdurend over de Commissie, die met haar recht van initiatief een sleutelrol in de EU moet hebben.

hoofdartikel: pagina 7