Er komt wat rust aan het front van Indonesië

De gisteren ondertekende regeling voor de Molukken is geen vrijblijvende verklaring van goede wil. Er staat een premie op naleving.

De `Overeenkomst van Malino' die moslims en christenen gisteren hebben ondertekend, zal in de Molukken de pijn en rancune die daar in drie jaar van geweld en vernieling is opgehoopt niet wegnemen. Het akkoord is getekend in Hotel Celebes, een ontspanningsoord in de koele heuvels boven Makassar, door 70 notabelen uit beide Molukse geloofsgemeenschappen. Zulke lieden worden het onder zulke serene omstandigheden makkelijker eens dan commandanten in de hitte van een straatoorlog, om nog maar te zwijgen over de heethoofden onder hun voetvolk.

Toch is `Malino' geen vrijblijvende verklaring van goede wil. Een van de waarnemers – en drijvende kracht achter dit vredesproces – was de coördinerende minister van Veiligheid, luitenant-generaal bd Susilo Bambang Yudhoyono. Hij sprak van een contract of accountability, een overeenkomst waaraan de ondertekenaars gehouden kunnen worden en die schending van de afspraken strafbaar stelt. Juristen trekken die afdwingbaarheid in twijfel, maar dat is hun vak. Interessanter is dat de conflictpartijen zich vrijwillig hebben onderworpen aan het dwingende karakter van het akkoord.

Een sterk punt van de overeenkomst is de actieve betrokkenheid van de Indonesische regering. Het bemiddelingsteam werd geleid door superminister van Welzijn, Yusuf Kalla. In het akkoord verplicht Jakarta zich niet alleen tot het onpartijdig waarborgen van de openbare orde, maar ook tot wederopbouw van vernielde wijken, dorpen en openbare gebouwen. Dat zal deels gebeuren uit de begroting, deels met financiële steun van donorlanden en internationale organisaties. Er staat, kortom, een premie op naleving van het akkoord.

Vóór de overeenkomst pleit ook dat conflictpartijen en bemiddelaars de hete hangijzers niet uit de weg zijn gegaan en niet zijn bezweken voor de verleiding alleen de gezamenlijke vredeswil te benoemen. Het conflict tussen moslims en christenen in de Molukken heeft een lange geschiedenis en wortelt in complexe sociale problemen, maar het zijn de `wapenfeiten' van de laatste drie jaar die vers in het collectieve geheugen liggen. Zoals: de gewelddadige verdrijving van moslim-immigranten van het hoofdeiland Ambon in 1999 en de komst van fanatieke hulptroepen van elders voor het aldus verzwakte islamitische kamp, in het voorjaar van 2000.

Opinieleiders in het moslimkamp, zoals de voormalige militaire commandant van de Molukken, brigade-generaal bd Rustam Kastor, schrijven de verdrijving van islamitische immigranten toe aan een vooropgezet plan van de christenen met een overwinning bij de verkiezingen van 1999 de basis te leggen voor herstel van de Republiek Zuidelijke Molukken (RMS). De Laskar Jihad (strijders voor het geloof), moslimfanatici uit Java, wekten de Molukse moslims op om zich ,,niet langer te laten koeioneren door de RMS'' en ontketenden in 2000 een gewapend offensief tegen christelijke dorpen en stadswijken.

Het gisteren gesloten akkoord verklaart iedere vorm van separatisme uit den boze en onderstreept dat de oplossing voor het conflict moet worden gezocht binnen het kader van de eenheidsstaat Indonesië. Vervolgens heet het dat in deze eenheidsstaat Molukkers zich overal elders in het land en, omgekeerd, alle Indonesiërs zich in de Molukken mogen vestigen. Niettemin bepaalt punt 5 dat ,,alle burgers hun wapens moeten inleveren en groepen die naar de Molukken zijn gekomen om onrust te stoken het gebied dienen te verlaten''.

Dat zijn hete hangijzers en het zag er gistermorgen nog naar uit dat de door de christelijke delegatie geëiste uitzetting van de paramilitaire Laskar Jihad een struikelblok zou worden. Dat is niet gebeurd, maar de leider van de moslimdelegatie, de politicus Thamrin Ely, zei na de ondertekeningsceremonie dat de Laskar Jihad ,,als Indonesische burgers het recht hebben om in de Molukken te blijven, zolang zij de wet niet overtreden''. Het akkoord maakt van hun aanwezigheid dan ook wat die is, een probleem van openbare orde.

Rest wat in modern Indonesisch sosialisasi heet, popularisering van het akkoord via een intensieve voorlichtingscampagne. Succes is niet verzekerd, want in de voorbije drie jaar openbaarde zich een diepe gezagscrisis in de Molukken. Politici, traditionele en religieuze leiders verloren hun aloude greep op de Molukse jongeren, die, vaak zonder werk en uitzicht, in de straatoorlog en de daarmee gepaard gaande plunderingen een alternatieve bron van inkomsten zijn gaan zien. En het Molukse machismo brengt met zich mee dat het gekrenkte eergevoel van de straatvechters in beide kampen niet snel heelt.

Het is tegenwoordig mode om Indonesië af te schrijven als een hopeloos geval, als een land dat maar niet wil deugen. Toch is de regering van president Megawati Soekarnoputri er in een half jaar in geslaagd roerige randgewesten als Atjeh en Papoea een vergaande vorm van autonomie te verlenen en daarvoor steun te vinden bij regionale elites. Gisteren werd, tenslotte, een belangrijke stap gezet naar vrede in het Molukse wespennest. Er komt, eindelijk, wat rust aan het Indonesische front.