Democratie als entertainment

Na de openbare onthoofding van Leefbaar Nederland is het vaak gezegd en geschreven: `Eindelijk gebeurt er weer eens iets in de Nederlandse politiek', en `Het werd hoog tijd dat de partijen van Paars eens een stevige waarschuwing kregen'.

Ten eerste dit leven in de brouwerij. Een aantal plaatselijke partijen die bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen enig succes hebben gehad, is onder leiding van de eerzuchtige voorzitter het nationale pad opgegaan: Leefbaar Nederland. Met een gebrek aan mensenkennis van formaat heeft deze partij van de vereende krachten een lijsttrekker geëngageerd die zich in al zijn publieke uitingen als een veelbelovende kwibus had laten kennen. Op zichzelf niets bijzonders. In ieder democratisch bestel treden van tijd tot tijd zulke mensen naar voren. Ongehinderd door de politieke praktijk van alledag maken ze naam door `te zeggen waar het op staat'. Dit `ongezouten' gaat er altijd in bij een zekere club die zich in iedere democratie, altijd, volgens de leden van de club zelf, buitenspel voelt gezet, terwijl ze het naar haar eigen overtuiging veel beter zou kunnen. Als ze de kans krijgt, valt het tegen.

De lijsttrekker in kwestie had zich enigszins weten te beheersen, eerst als columnist van Elsevier, toen in het gezelschap van zijn nieuwe politieke vrienden. Maar met zijn openbaar leiderschap steeg Leefbaar Nederland in alle opiniepeilingen zo snel, dat hij in een roes raakte. Kenmerkend voor iedere kwibus van dit soort. In het vraaggesprek met de Volkskrant van zaterdag 9 februari gingen de remmen los. Geestdriftig ontmaskerde hij zichzelf als een anarchist met autoritaire trekken – of zo men wil, andersom. De marge van onze politiek in de vorige eeuw is rijk aan dergelijke mensen. We zijn ze ontwend.

Wat is dan zijn aantrekkingskracht? `Hij zegt wat hij denkt en hij doet wat hij zegt.' Het eerste deel kan hij zich veroorloven. Hij is een pasgeboren politicus zonder verleden. Hij maakt geen deel uit van het bestel; hij hoeft niet te schipperen, niet aan coalities te denken. Straks moet hij gaan doen wat hij nu gezegd heeft. In het land zonder absolute meerderheden zal hij nog anders leren, tot verdriet van de kiezers die op hem gaan stemmen.

Zo ver is het nog niet. Binnen een etmaal hadden de leiders van de Leefbaren hun verstand weer bij elkaar. Het was jammer van de zetels, maar dat interview ging niet. Ze wilden zuivere democraten blijven. Het is een weekeinde als een spektakelstuk geworden, met vertoon van vroomheid, heilige verontwaardiging en leedvermaak bij de concurrentie, radeloosheid bij de Leefbaren, terwijl de held van het stuk zich niet uit het veld liet slaan, en zichtbaar genoot. Veertien dagen na het huwelijk allemaal op de televisie. Na de entertainment-monarchie kwam de entertainment-democratie. Dat bedoelen we met leven in de brouwerij; dat is het eerste hoofdstuk.

Wat is de waarschuwing waard? Begrijpen de partijen van de gevestigde politiek dat de fundering van het paarse bestel is aangetast? Beseffen ze dat de glorie van het `poldermodel' vergaan is; dat het al drie jaar geleden begon te stagneren? Het is de oude litanie met een steeds langer wordende tekst. Het onderwijs, de zorg, het zoeken naar oplossingen in `consensus' voor grote nationale vraagstukken die oplossingen eisen waarbij niet iedereen te vriend kan worden gehouden, zoals Schiphol en de HSL. De criminaliteit waarvan iedereen kan bewijzen dat die stijgt of juist daalt, al naar gelang de politieke overtuiging van de geraadpleegde deskundige. Bolletjesslikkers, fietsendieven, wegzendingen. De nieuwe woningnood, de nieuwe armoede, de nieuwe rijken. De desorganisatie, zoals gebleken in Enschede en Volendam, of op een andere manier bij de spoorwegen en op de snelwegen. Het blijkbaar onoplosbare vraagstuk van de WAO.

Aan het einde van acht jaar paars is de meerderheid van de Nederlanders er in welvaart en fun geweldig op vooruitgegaan. De manier waarop ze door hun staat bediend worden is verwaarloosd, in het honderd gelopen. Dat is voor het publiek niet verborgen gebleven. In de media is het ontelbare malen vastgesteld. Aan rapporten, commissies, enquêtes, onthullingen heeft de burgerij geen gebrek gehad. Terwijl dit alles aan de gang was, heeft de meerderheid van onze bestuurders zich gedragen alsof altijd anderen verantwoordelijk waren. Het Nederlands dat in politiek Den Haag wordt gesproken kenmerkt zich door het ontbreken van ja en nee. De bewindslieden blijven ons in de herinnering door hun jolig openbaar gedrag. In deze tijd van de vrije markt spreken we graag over `producten'. Op deze manier uitgedrukt, is de staat een supermarkt met personeel dat aan zijn imago staat te poetsen terwijl het de brave klanten knollen voor citroenen verkoopt en de minder braven proletarisch staan te winkelen.

Tot zover de nationale toestand. Het valt niet te becijferen wat de elfde september in het westen aan kwaad heeft aangericht. Afkeer van vreemdelingen en regelrechte vreemdelingenhaat waren er al. De verwoesting van het WTC en de oorlog, of `oorlog' die daarop is gevolgd, heeft een en ander aangewakkerd. Onbehagen is tot afkeer en angst geworden. Aan de oorzaken kan de regering van ons kleine land niets doen; aan de gevolgen wel.

Dan komt na vier jaar weer de moderne alles eisende kiezer. Hij wil doen wat hij wil, hij wil als God in Frankrijk leven, en hij wil ook dat de staat hem op zijn wenken bedient als het misloopt. Hij stelt vast dat hij allerminst krijgt waarvoor hij betaald heeft. Als de gediplomeerde politieke stand dan doet alsof ze het bedrijf op dezelfde manier wil voortzetten – ja, dan komen de kwakzalvers. Die fase beleven we nu volop. Eindelijk weer leven in de brouwerij! Entertainment is het, live. Kan je lachen. Tot na de verkiezingen.