Balletje-balletje op het netwerk

Wie denkt dat KPNQwest een exploitant van glasvezelkabels is, heeft het mis. Het bedrijf blijkt een creatieve handelaar in netwerkcapaciteit. `Enronitis' bereikt Nederland.

De angst zit er goed in, ook in Nederland. Angst voor ondernemingen die anders blijken te zijn dan zij lijken. En zo scherp mogelijk aan de wind zeilen in de vaargeul die de verslaggevingsregels bieden. Het Amerikaanse energieconcern Enron belandde op de zandbank.

De ruilhandel in de telecomindustrie zorgt voor nieuwe vrees onder beleggers. Wat is de kwaliteit van de omzet van netwerkexploitanten, nu steeds meer bedrijven afhankelijk blijken te zijn van het verkopen en inkopen van capaciteit, soms bij dezelfde partij? Glasvezelexploitant KPQwest, een samenwerkingsverband van KPN en het Amerikaanse telecombedrijf Qwest, gaf gisteren voor het eerst aan hoeveel van de omzet uit ruilhandel met branchegenoten afkomstig is.

De ruilhandel staat in het middelpunt van de aandacht sinds de ondergang van telecombedrijf Global Crossing. De Amerikaanse toezichthouder SEC onderzoekt of Global Crossing zijn omzetcijfers kunstmatig hoog hield door de verkoop van capaciteit op zijn netwerk in één keer als omzet te boeken en de kosten van inkoop bij dezelfde partij over meerdere jaren te spreiden. Ofwel, slapend winst maken. Rijk worden is weer een ander verhaal.

Bij het onderzoek naar de ruilhandel heeft de SEC onder meer documenten opgevraagd bij Qwest, de moeder van KPNQwest. Bij KPNQwest is circa 15 procent van de sterk gestegen omzet afkomstig uit ruilhandel. Volgens een woordvoerder wordt ruwweg 90 procent van de verkoop van ruimte op het net in één keer geboekt. Wanneer het bedrijf capaciteit inkoopt wordt ruwweg de helft van de uitgaven meteen als kosten verantwoord. De andere helft is als bezitting op de balans gezet en wordt over 15 tot 25 jaar afgeschreven. Kortom die kosten worden in tegenstelling tot de omzet over langere tijd uitgesmeerd. Zo kan het ruilen van capaciteit zich in theorie toch in winsten vertalen.

KPNQwest benadrukt dat het spel eerlijk gespeeld wordt. Alles valt onder de – strenge – Amerikaanse boekhoudregels. Voor het in één keer boeken van een langdurige verhuur van het netwerk gelden ruwweg drie eisen. De lease moet langer dan 15 jaar lopen, de rechten worden overgedragen en er wordt een forse aanbetaling door de afnemer gedaan. Dat gebeurt bij KPNQwest.

Volgens analist Mark Pieter de Boer van effectenbank Dexia heeft het telecombedrijf driekwart van de verkochte omzet al in contanten ontvangen. Dat pleit voor KPNQwest: het gebeurt niet met gesloten beurzen waardoor de uitgaven in de investeringsstatistieken terugkomen. Bij het resterende kwart (110 miljoen) die afnemers nog moeten betalen, loopt KPNQwest risico. De omzet is al geboekt, terwijl een tegenpartij door een faillissement in gebreke kan blijven.

Bij inkoop van vergelijkbare capaciteit worden in de helft van de gevallen de kosten uitgesmeerd. Dat mag ook, want ditmaal hanteert KPNQwest de zogenaamde `operationele lease': de periode duurt korter dan 15 jaar en de rechten op het netwerk worden niet overgedragen.

De onderneming handelt steeds meer in capaciteit. In 2000 stond het borg voor 38 procent van de omzet. Vorig jaar is dat aandeel gegroeid tot 54 procent. En in het laatste afgesloten kwartaal klimt de teller naar 57 procent.

De handelspartners zitten dicht bij huis. Een groeiend deel van de afzet is afkomstig van de moedermaatschappijen KPN en Qwest. Inmiddels komt 44 procent van de afzet op het conto van de moederbedrijven, tegen 39 procent in 2000. De Amerikaanse moeder kocht het afgelopen jaar voor 235 miljoen euro capaciteit en dienstverlening in, ruim het dubbele van de opdrachten in 2000. En KPN plaatste in het zojuist afgesloten boekjaar voor 113 miljoen aan orders, een stijging van 44 procent.

Hoe houdbaar zijn deze opdrachten? Softwarebedrijf Baan Company toonde in het verleden de gevaren van gelieerde opdrachtgevers. Het toenmalige beursgenoteerde bedrijf haalde een groeiend deel van zijn omzet uit orders van privé-vennootschappen van de oprichters van het bedrijf. Toen die praktijk een halt werd toegeroepen – omdat de verkoopmaatschappijtjes aangekochte software op de plank legden en niet doorverkochten – werd de deconfiture van het softwarebedrijf ingeluid.

KPN neemt afstand van KPNQwest en partner Qwest heeft tot eind maart de tijd om een nieuwe partner te vinden. Lukt dat niet dan kan KPN zijn belang van 40 procent zelf verkopen. Speculaties over het uitstappen van moeder Qwest steken ook al de kop op. Het opschudden van de eigendomsverhoudingen is een direct gevaar voor de omzet van KPNQwest. Zullen de moederbedrijven – nu nog goed voor bijna de helft van de omzet – ook zo gretig hun orders blijven plaatsen als zij vertrokken zijn?