XXL-hemd is veel te wijd voor Europa

De juiste vraag is niet: met, zonder of tegen de Verenigde Staten? Europa zal alleen gehoor in Washington vinden als het op economisch gebied sterker wordt, vindt Josef Joffe.

Een lang getal – een 48 met negen nullen – getuigt van de groeiende afstand tussen de Verenigde Staten en Europa. President Bush wil het komende jaar 48 miljard dollar extra uittrekken voor defensie; deze verhoging alleen al bedraagt ruim het dubbele van de hele defensiebegroting van de Bondsrepubliek.

Of, nog een vergelijking: in het jaar dat de Amerikanen in totaal 380 miljard dollar aan defensie zullen spenderen, geven de Europese lidstaten van de NAVO er tezamen krap 140 miljard aan uit. Cijfers, dorre cijfers. Toch onderstrepen zij eens te meer het enorme machtsverschil tussen de VS en Europa. En zij maken tevens duidelijk dat de aanspraken van Europa een steeds onrealistischer karakter krijgen.

Het Europese continent – met meer inwoners en een hoogontwikkelde economie – heeft zich immers opgemaakt voor de positie van gelijkwaardige partner en soms ook loyale tegenstander van de VS. Europa riep een gemeenschappelijke munt en een interventiemacht in het leven. Maar de euro is niet de leidende munt, noch een echte reservemunt geworden. Sinds zijn komst, drie jaar geleden, is de koers aanzienlijk gedaald.

En zelfs als de Europese troepen in 2003 met zestigduizend man op volle sterkte zijn, kunnen zij niet meer dan een ondergeschikte rol spelen. Het enige waartoe ze in staat zijn is het handhaven van de vrede. Voor het afdwingen ervan is de troepenmacht te klein en ontbreken de logistiek en technologie.

,,De waarheid gebiedt te zeggen dat Europa in militair opzicht van secundair belang zal zijn'', aldus de secretaris-generaal van de NAVO, Robertson, onlangs op de 38ste veiligheidsconferentie in München. De vijftigduizend militairen op de Balkan worden al als een last ervaren; vrijwel geen enkel Europees land kan maanden, laat staan jaren een effectieve troepenmacht van betekenis stationeren. Hoe terecht en hoe vertrouwd klinkt dit. Europa wilde zich een XXL-hemd aanmeten, maar een maatje M blijkt beter te passen.

Dat zou niet zo erg zijn als de wereld sinds de jaren 1989-1991, de hoogtijdagen van Europa, niet veranderd was. Door het uiteenvallen van het sovjetrijk kwam toen een eind aan de opdeling van een continent met een eeuwenlange gemeenschappelijke geschiedenis. Europa leek toen ideaal gelegen voor een civiele supermacht, die kon bogen op andere wapens dan militaire: een bloeiende economie, een harmonieuze binnenlandse politiek en het bezadigde temperament dat zo goed past bij de rol van makelaar en bemiddelaar.

Inmiddels is de economie uitgebloeid, is het geweld teruggekeerd en is de militaire factor enorm in waarde toegenomen. Ook is het wapentuig veel duurder geworden. Iedere Europese minister van Financiën en generaal moeten de tranen in de ogen zijn gesprongen bij het Amerikaanse vertoon van vuurkracht en technologische hoogstandjes in Afghanistan. In zijn State of the Union noemde Bush de Europese bondgenoot niet eens meer bij name. Hij had het over diverse `coalitie-partners' en over `vrienden en bondgenoten' overal ter wereld.

Ofschoon de NAVO na de terroristische aanslag op de Twin Towers artikel 5 van toepassing verklaarde, werd de hulp ingeroepen van maar een paar Europese landen. En dat terwijl Rusland en Pakistan een belangrijke rol kregen toebedeeld, onder het motto van minister van Defensie Rumsfeld: `De coalitie wordt bepaald door de opdracht, niet omgekeerd'. Het is nog geen zuiver unilateralisme, maar wel de allengs tot doctrine geworden aanspraak op het leiderschap van de `enig overgebleven supermacht'.

Op de conferentie in München was Rumsfelds onderminister, Paul Wolfowitz, zo vriendelijk de denkwijze van haar scherpste kantjes te ontdoen. De NAVO blijft ,,de sleutel tot veiligheid en stabiliteit in Europa, niemand kan dit bondgenootschap in twijfel trekken''.

Desalniettemin zullen de Amerikanen zich bij hun wereldwijde oorlog tegen het terrorisme niets aantrekken van kritiek uit Europa. Ook niet als die gericht is tegen hun dreigende taal over de `As van het Kwaad', een as die loopt van Bagdad via Teheran tot aan Pjongjang. Kennelijk achten de Europeanen Iraakse massavernietigingswapens en Iraanse wapenleveranties aan terreurgroepen in het Midden-Oosten niet als een directe bedreiging voor henzelf. En blijkbaar hebben de Amerikanen besloten tegen het sluiten van een `coalitie van onwilligen' wanneer zij het trio van hun ABC-wapens gaan ontdoen – of dat nu door politieke pressie of geweld zal gebeuren en morgen of in de loop der jaren.

Is dat terecht of niet? De interessantere vraag luidt: kunnen de VS, de grootste wereldmacht sinds Rome, zonder Europa? En wil Europa – gelijkwaardig, maar niet even belangrijk – zonder de VS?

Neen, de Amerikanen kunnen dat niet. Zonder bondgenoten kunnen zij immers geen sancties, embargo's, controles op het geldverkeer en politie- en geheimediensttaken uitvoeren tegen het `Trio van het Kwaad' en het wereldwijde netwerk van terroristen. Juist op het vlak van niet-militaire maatregelen is van alle coalitiepartners het hoogontwikkelde Europa de belangrijkste.

Zijn aanhoudende druk op Irak en het verbod op leveranties van technologie geen betere en goedkopere middelen dan oorlog? Als Noord-Korea een doelwit wordt, moet China in toom gehouden worden. De `bushisten' geloven dat zij hun partners ad hoc kunnen kiezen, en dat de machtige het sterkst is als hij alleen opereert. Maar de Amerikaanse diplomatie was altijd het meest succesvol als ze rekening hield met de belangen en gevoeligheden van anderen. Uit de even behoedzame als sensibele wijze waarop Bush senior de Duitse hereniging, de coalitie in de Golfoorlog en de neergang van het sovjetimperium benaderde, bleek dat hij dat intuïtief begreep. Bush junior moet dit nog leren, wil hij een `coalitie van ontevredenen' tegen de VS voorkomen.

En Europa? Het oude continent mag zich nu niet beperken tot de simpele vraag: `Met, zonder of tegen de VS?' Wie tegenwoordig een rol in de wereldpolitiek wil spelen, moet over veel meer militaire chips beschikken dan Europa kan opbrengen – zie de Duitse klucht rond de Airbus A-400M transportvliegtuigen.

Het XXL-hemd is Europa veel te wijd doordat het economisch zwak staat. Het is verstard en vergooit kansen door het oude te steunen en geen gebruik te maken van nieuwe mogelijkheden. Omgekeerd berust de Amerikaanse macht niet alleen op bommen, maar ook op een cultuur die vlot inspeelt op veranderingen en een verkeerde koers sneller bijstelt.

Een hoogleraar in Princeton berichtte dat op zijn economische faculteit tachtig procent van de promovendi buitenlanders zijn. Waarom komen die niet naar Potsdam of Parijs? Waarom vloeit, ondanks de kwakkelende economie in de VS, zoveel meer kapitaal vanuit Europa daarnaar toe dan omgekeerd. Niemand dwingt Europa tot het financieren van het enorme gat in de Amerikaanse betalingsbalans.

Een krachtiger Europa zou meer invloed kunnen uitoefenen in de wereld en op de Amerikaanse kolos, de kolos die haar zoveel angst, afgunst en bewondering inboezemt. In de 21ste eeuw is macht pas in tweede instantie een kwestie van precisiewapens en bombardementen. Macht komt voort uit een winstgevende economie en een cultuur die naar buiten toe uitstraling heeft. Bovendien kun je met zo'n economie niet alleen militaire transportvliegtuigen betalen, je kunt er ook verkiezingen mee winnen.

Josef Joffe is redacteur van Die Zeit.

© Die Zeit