`Wij zijn geen zigeuners die stelen, wij werken'

Wat in het westen doorgaans in de inzamelbakken verdwijnt, kan op de markt in Roemenië nog een lucratief tweede economisch leven krijgen. De neven Gábor zien handel in gebruikte schoenen en laarzen.

,,Wij zijn Gábor-zigeuners, wij zijn geen zigeuners die stelen, maar zigeuners die werken!'' Grijnzend staan de drie neven van de Gábor-clan naast hun handel op de dorpsmarkt van Sacel in het noordwesten van Roemenië. Hun handen zwart van de schoenpoets. Aan weerszijden van de ingang van de markt hebben ze hun waar uitgestald op doeken op de grond: tientallen paren tweedehands schoenen en laarzen blinken in het vale winterlicht.

De afgedragen schoenen van het rijke westen beginnen hier aan een tweede leven. De duurste exemplaren kosten een paar tientjes: soepele kniehoge laarzen van stevig leer. De goedkoopste gaan voor een paar euro van de hand.

De neven Gábor reizen met hun handel alle boerenmarkten van dit stuk van Roemenië af. Drie jongens van een jaar of twintig. Ze hebben alle drie gezinnen en twee kinderen elk. Die gezinnen zien ze alleen in de weekeinden. Door de week zijn ze de snelle jongens van de Roemeense vrije markt.

De schoenen komen, zo vertelt een van de neven, allemaal uit West-Europa. Ze kopen ze op via een tussenpersoon die de weg weet in de wereld van tweedehands kleding in het westen. De afdankertjes van de rijke wereld zijn een goudmijntje voor de neven Gábor. Ze verdienen er per persoon zeker 114 euro per maand mee, iets meer dan een gemiddeld inkomen.

Met hun zakeninstinct geven ze daarvan maar de helft uit aan hun gezinnen, de rest wordt besteed aan nieuwe aankopen. Hun handel groeit langzaam maar zeker. De neven zijn de `prinsen' van de boerenmarkt.

Ook de zeventigjarige Maria reist de boerenmarkten af. Zij heeft een stalletje met beddengoed en sjaaltjes, spotgoedkoop textiel uit Oekraïne dat op niet geheel legale wijze zijn weg vindt naar de Roemeense marktjes. Maar Maria's zaken gaan aanzienlijk minder goed dan die van de neven Gábor. Beddengoed wordt eindeloos uit- en ingevouwen. Een enkele vrouw slaat uitdagend een bontgekleurde sjaal om. Maar de spulletje gaan steevast weer terug het stalletje in: deze luxe is te duur. Er gaan dagen voorbij dat ze niets verkoopt.

Integratie van Roemenië in de Europese Unie is voor Maria een kwestie van `Onze Lieve Heer' en de goedheid van het westen. ,,De mensen hier hebben geen geld om iets te kopen. De fabrieken liggen stil en de werkloosheid is groot. Wij bidden om buitenlandse investeerders.'' Maria legt helder uit dat haar Roemenië niet verder kan zonder de hulp van het rijke westen. ,,Nu zullen we zien wie onze vrienden zijn. Ik hoop en bid dat de Almachtige God de mensen in het westen zal bewegen om ons te accepteren.''

De neven Gábor zijn minder afhankelijk van de ondoorgrondelijke wegen van het opperwezen. In de koude Roemeense winter met zijn sneeuw en modder kan geen mens zonder goede schoenen. Ze poetsen zich een ongeluk tot de westerse afdankertjes weer waterdicht en `als nieuw' doorverkocht kunnen worden. In het Roemeense betoog van de neven valt om de haverklap de uitdrukking `second hand'. Het klinkt zakelijk alsof ze het hebben over de prijs van ruwe olie op de wereldmarkt.

De second hand is een groeimarkt. De omlooptijd van de westerse schoenen en kleding wordt alleen maar korter. En wat voor de neven Gábor van enorm belang is: ze kunnen sinds 1 januari ongehinderd naar de Schengen-landen reizen om hun handel op te halen. Tot dit jaar hadden Roemeense staatsburgers een visum nodig om naar het rijke westen te kunnen reizen. Eindeloze procedures maakten het voor de drie neven praktisch onmogelijk om op legale wijze aan de benodigde papieren te komen. Ze waren gewend de visa `te kopen'. Voor ieder visum moesten ze 2.500 mark neerleggen. Ondanks dat enorme bedrag was de second hand al goede handel. Nu ze vrij kunnen reizen lacht de toekomst hun helemaal tegemoet.