Torentje

Wie droeg de vlag? Eerlijk gezegd ben ik het al vergeten. In een oude krant die dateert uit de periode dat er nog naarstig werd gezocht naar een waardige vlaggendrager lees ik het verbijsterende commentaar op de Hollandse kwestie van IOC-president Jacques Rogge: ,,Dit is een droevige zaak. Elke Amerikaanse sporter zou zijn leven geven voor het dragen van de vlag. De openingsceremonie en het verblijf in het olympisch dorp behoren tot de fundamentele waarden van de Spelen.'' En even verderop: ,,Sporters van over de hele wereld, van verschillende achtergronden en culturen zullen samen leven en strijden.''

Samen leven en strijden, betekent dit: samen leven en elkaar bestrijden, of samen leven en samen strijden. En in het laatste geval: samen strijden voor wat? Voor het olympisch ideaal dat de metafoor is van een betere wereld? Ik vermoed dat Jacques Rogge dit bedoelt, ondanks de bekende steekpenningen van Salt Lake City.

De voormalig orthopedisch chirurg vertoont nog steeds een sterke aandrang tot genezen. Eigenlijk is Rogge een flauwe schaduw van Martin Luther King. I have a dream. Stiekem ben ik een grote fan van Rogge. Ook ik heb een droom. In mijn droom zie ik prachtig geproportioneerde atleten, en bovendien moreel gestaald, het topje van de menselijke beschaving beklimmen. En ik zie ze hun vuist heffen naar de rest van de wereld terwijl ze uitroepen: ,,Zo kan het ook, klootzakken!''

In een tijdschriftartikel en in een televisieprogramma kwam ik Eric Heiden weer tegen. Heiden won op de Spelen van Lake Placid in 1980 goud op alle vijf de schaatsafstanden. Geen wonder dat ze hem vroegen om als een van de toortsdragers op de openingsceremonie te verschijnen. Heiden stelde één eis: alleen als hij, olympische legende, als laatste in de rij de vlam mocht ontsteken was hij beschikbaar. Het mocht niet. ,,Dan niet'', zei Heiden.

Heiden schaatste niet om beroemd te worden of om zijn hoofd ,,op een pak cornflakes'' terug te vinden. Hij walgde van beroemdheid. Als kleine jongen droomde hij ervan om, net als zijn vader, chirurg te worden. Het beter maken van mensen was hem met de paplepel ingegoten. Na zijn schaatscarrière werd hij inderdaad orthopedisch chirurg. Maar niet dan nadat hij nog twee jaar had doorgebracht in het professionele wielerpeloton. Ik was er bij.

De meest indrukwekkende actie van Heiden zag ik in de Tour van 1986. Ik zag hem poepen. Niet in de bosjes, wat te doen gebruikelijk was, maar op de rand van het wegdek. Shirt uit, broek omlaag en hurken. Met gevaar voor eigen leven draaide hij stoïcijns een torentje op het asfalt. Heiden had lak aan alles, dus ook aan de Europese wieleretiquette. Wij zagen het toen niet zo, maar dat torentje was eigenlijk het vaandel van een wereldverbeteraar.