Slap excuus

De top van het openbaar minsterie (OM) was eind januari nogal stellig in zijn verklaring over de schikking met het Alphense bedrijf Vos. Dit had een partij vervuilde glycerine verhandeld die uiteindelijk terechtkwam in Haïtiaanse hoestsiroop die tientallen kinderen het leven kostte. Het OM moest wel schikken, was de boodschap. Ondanks herhaalde rechtshulpverzoeken aan Haïti, Duitsland en de VS had het geen behoorlijk uitsluitsel over de tragische afloop kunnen bemachtigen. Ondanks naspeuringen was de justitie zelfs niet in staat gebleken de nabestaanden te informeren van het schikkingsbesluit, zodat zij daar bij de rechter bezwaar tegen konden maken.

Nog geen maand later zijn gegevens aan het licht gekomen die het de vraag maken of het OM werkelijk wel zo zijn best heeft gedaan als deze ernstige zaak verdient. Nederlandse politiebeambten brachten een vergeefs bezoek aan Hamburg, maar in de VS vormde de doodsoorzaak onderwerp van een vakdiscussie, hetgeen toch achterhaalbaar moet zijn geweest voor Nederlandse forensische experts. Amerikaanse toxicologen zeggen zelfs graag in een Nederlandse rechtszaak te willen getuigen. Een Amerikaanse advocaat van slachtoffers heeft zich in 1997 rechtstreeks tot het OM gewend, maar kreeg geen antwoord. Het is maar wat men naspeuringen noemt. Dat zou meer moeten inhouden dan het per diplomatieke post deponeren van een verzoek om informatie.

De hele aanpak wordt getypeerd door `verdenkingsreductie', zoals de Haagse persofficier het fraai uitdrukt, het langzaam terugbrengen van de aanklacht tot een schikking toe. Deze onbevredigende afloop vestigt de aandacht op een aspect dat in de hele discussie over grote transacties (schikkingen) onderbelicht is gebleven. Het instrument van de schikking vormt niet alleen een uitweg voor bedrijven die publiciteit schuwen, maar ook voor aanklagers om hun eigen fouten discreet af te dekken. Uitgangspunt voor een transactie-aanbod in een zaak als deze is dat hij, als het aanbod wordt afgewezen, te winnen valt bij de rechter. Dat maakt het des te meer een vraag waarom het OM in een affaire van dit kaliber een openbare berechting zo krampachtig heeft gemeden. Dat het OM niet de indruk wilde wekken dat Vos BV de enige schuldige in deze affaire was, zoals het college van procureurs-generaal aanvoert, is een slap excuus. Dat kan ook in de rechtszaal duidelijk worden gemaakt.

De nieuwe feiten in het glycerineschandaal zijn zo serieus dat zij volgens een deskundige tot heropening van de zaak kunnen leiden. De affaire vraagt in elk geval om een nader onderzoek door de politieke organen, al hebben deze uiteraard vooral boodschap aan de structurele implicaties. Alleen al de mededeling dat het OM niets kan zeggen over de melding van de Amerikaanse advocaat omdat diens faxbericht niet is terug te vinden, spreekt boekdelen over de resultaten van de grote reorganisatie van het openbaar ministerie waarvan zoveel heil werd verwacht.