Politieke maskerade 1

Pim Fortuyn heeft voorgesteld artikel 1 van de Grondwet (tekst 1983) af te schaffen. Dat artikel leert ons dat allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Zijn voorstel is niet erg oorspronkelijk. Het is zelfs al eens daadwerkelijk uitgevoerd.

Het grondwetsartikel is nieuw in zijn bewoordingen maar is niet nieuw naar zijn inhoud. Ook op 15 mei 1940 kende de Grondwet bepalingen met een antidiscriminatoire strekking. Deze bepalingen waren de Duitse bezetters niet welgevallig. Op 13 september 1940 maakten zij een begin met de feitelijke afschaffing van de grondwettelijke bescherming van het `niet-Arische' bevolkingsdeel. Op die dag verordende Seyss-Inquart nota bene op aandrang van de Nederlandse secretarissen-generaal die een `wettelijke grondslag' verlangden voor het te maken onderscheid tussen joden en niet-joden dat de rechtspositie van de Nederlandse ambtenaren voortaan `zo nodig' zou worden geregeld `in afwijking van het geldende recht'. Begin oktober 1940 werden na een lange bespreking in het college van secretarissen-generaal de formulieren voor de `Ariërverklaring' verzonden. Deze formulieren bereikten ook de leden van de Hoge Raad. Het was de wettelijke taak van dit hoge college te waken tegen verkeerde toepassing of schending van de Nederlandse wetten.

In dit gezelschap bevond zich een jood: hun president, de eminente mr. L.E. Visser. Wat zouden de heren doen? Na twee vergaderingen (mr. Visser had zich aan de discussie onttrokken) besloten zij zonder enige Duitse aandrang laat staan bedreiging, met grote meerderheid van stemmen (vermoedelijk twaalf tegen vijf), de invulling van de 'Ariërverklaring' niet te weigeren. Daarmee verkochten en verrieden zij niet alleen hun president maar ook de Nederlandse grondwet waarvan zij bij hun benoeming hadden gezworen dat zij haar zouden onderhouden en nakomen.

Na de bevrijding heeft één hunner ter verdediging geschreven: ,,Men kan zich indenken, dat de bezetter in het bijzonder de Joodsche ambtenaren wantrouwde en als gevaarlijk beschouwde.''

Het is maar één voorbeeld waartoe de denkbeelden van Fortuyn kunnen leiden. Men zal tegenwerpen: het is een voorbeeld dat zich lang geleden heeft afgespeeld. De tijden zijn veranderd. Het voorbeeld staat echter nog levendig in de herinnering van de velen die de bezetting bewust hebben meegemaakt. Achteraf bezien is misschien het meest verbluffende dat de rechtsstaat Nederland ondanks de talrijke protesten van fatsoenlijke burgers zo gemakkelijk kon worden afgeschaft.