Op Molukken vredesakkoord ondertekend

Molukse moslims en christenen hebben vandaag een vredesovereenkomst getekend in Indonesië. Beide partijen hebben de wens uitgesproken een definitief einde te maken aan het nu al drie jaar slepende conflict

Het conflict heeft naar schatting 5.000 mensenlevens geëist.

Het akkoord van elf punten dat in Malino, een bergstadje in het zuiden van Sulawesi werd ondertekend, kwam tot stand onder bemiddeling van de Indonesische regering, die zich met enkele ministeriële handtekeningen tevens garant stelt voor de uitvoering.

Zeventig Molukkers, 35 moslims en 35 christenen, kwamen drie dagen bijeen. De besprekingen werden geleid door een team van bemiddelaars dat werd aangevoerd door Yusuf Kalla, coördinerend minister van Welzijn in het kabinet van president Megawati Soekarnoputri. Andere leden van het team waren de gouverneur, de militaire commandant en de politiechef van de Molukken.

In de Overeenkomst van Malino, de officiële naam van het akkoord, verbinden de beide delegaties, de bemiddelaars en de waarnemers – samen goed voor honderd handtekeningen zich – ,,alle vormen van twist te beëindigen en alle meningsverschillen bij te leggen'' (punt 1). In punt 2 verplichten politie en leger zich om alle partijdigheid te laten varen , want ,,de wet moet op onpartijdige, rechtvaardige wijze worden gehandhaafd'' en ,,het apparaat dient zich professioneel te gedragen bij de uitoefening van zijn functie.'' In de loop der jaren hadden agenten en soldaten die waren ingezet om de orde te herstellen de neiging partij te kiezen voor geloofs- of dorpsgenoten.

Het Molukse conflict heeft diepe historische wortels, die reiken tot in de koloniale periode, toen de Nederlanders christenen een voorkeursbehandeling gaven. Molukse christenen, met name gewezen soldaten van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL), verwierpen de liquidatie in 1950 van de federale staatsvorm en de uitroeping van de `eenheidsstaat' Indonesië, waarin moslims de meerderheid vormden, en riepen de Republiek der Zuidelijke Molukken (RMS) uit. Die werd opgerold door het Indonesische leger. Sindsdien werden christenen verdacht van anti-Indonesische gevoelens en werden zij navenant gediscrimineerd. Binnen enkele tientallen jaren werden de christenen door de instroom van overwegend islamitische immigranten een minderheid. Na de uitbarsting van het conflict in januari 1999 is een groot deel van de moslimmigranten met geweld verjaagd. In mei 2000 arriveerden op Ambon enkele duizenden zogenoemde Laskar Jihad (strijders voor het geloof) die de Molukse moslims gewapenderhand hielpen bij aanvallen op christendorpen.

De Overeenkomst van Malino doet recht aan de verlangens van beide conflictpartijen. De moslimzijde wordt tevreden gesteld met de uitdrukkelijke verwerping van 'separatisme' (lees: oude RMS-sympathieën) en de erkenning van het recht ,,van Indonesiërs om zich in de Molukken te vestigen''. Aan de grieven van de christengemeenschap jegens de Laskar Jihad wordt tegemoetgekomen met punt 5, waarin staat dat ,,alle burgers hun wapens moeten inleveren en groepen die naar de Molukken zijn gekomen om onrust te stokken het gebied dienen te verlaten.''