Nu al kritiek op doorrekenen van WAO-plan

Werkgevers en vakbonden nemen bij voorbaat afstand van een doorrekening door het Centraal Planbureau van het SER-plan voor een nieuwe WAO.

,,Het CPB hanteert alleen maar een kille cijfermatige reeks en wil niet uitgaan van gedragseffecten. Dan valt het altijd duur uit'', zegt CNV-voorzitter Doekle Terpstra.

Het CPB presenteert donderdag een doorrekening die in opdracht van de SER is gemaakt. Het akkoord binnen de Sociaal-Economische Raad, dat in januari op hoofdlijnen werd gesloten, voorziet in een uitkering van 72,5 procent van het laatst verdiende loon voor volledig arbeidsongeschikten. Nu is dat nog circa 67,5 procent. Alleen iemand van wie zeker is dat hij langer dan vijf jaar arbeidsongeschikt zal zijn, krijgt nog een WAO-uitkering. Gedeeltelijk arbeidsongeschikten moeten in dienst blijven van hun werkgever.

Een woordvoerder van de FNV sluit zich bij CNV'er Terpstra aan en ook de werkgevers zijn verbolgen. Zij vinden het onjuist dat het CPB het akkoord van januari als uitgangspunt neemt, en niet wacht tot er een gedetailleerder plan klaarligt. De onderhandelaars verwachten dat het CPB zal concluderen dat het SER-plan duur gaat worden, omdat het planbureau nauwelijks effect verwacht van een strengere keuring, of in ieder geval daar sceptisch over is. Binnen de SER is er ook onvrede over het feit dat het CPB de berekeningen deze week openbaar maakt.

CPB-directiesecretaris J. Timmerhuis erkent dat er ,,wat verschil van mening is''. ,,Wij maken een doorrekening van wat nu bij ons voorligt. Daar hebben ook de politieke partijen en het departement (van Sociale Zaken, red.) behoefte aan.'' Over het feit dat het CPB de doorrekening openbaar maakt zegt ze: ,,Wij zijn een openbaar instituut. Anders gaan anderen er selectief mee aan de haal.''

Het onderzoeksinstituut Nyfer is positief over het SER-plan op een termijn van 10 à 15 jaar. Dan kan er vier miljard euro per jaar worden bespaard, aldus onderzoeker L. van der Geest. Het instituut ging bij zijn berekeningen echter uit van een gelijkblijvende uitkering.

In hun verkiezingsprogramma gaan CDA en PvdA niet uit van een verhoging van de WAO-uitkering, zo bleek gisteren in deze krant. Daarmee lijkt een belangrijk deel van het draagvlak voor het SER-akkoord weg te vallen. VVD en D66 waren van meet af aan al tegen een verhoging van de uitkeringen. ,,Voor ons staat of valt het SER-akkoord hiermee'', zegt CNV'er Terpstra. Het FNV kon hier vanmorgen nog niet op reageren.

Het CDA wil pas de uitkeringen verhogen als gebleken is dat de instroom in de WAO fors vermindert. PvdA'er Smits zei gisteren dat haar partij niet tegen een verhoging van de uitkeringen is, maar dat dit ook geen halszaak is.

PvdA-lijsttrekker Melkert zegt nu dat de PvdA een genuanceerder standpunt heeft ,,dan uit de woorden van José Smits kon worden opgemaakt''. ,,De hoofdlijnen van het pakket dat de SER voorstelt, verdienen ondersteuning en uitvoering'', zegt Melkert. Hij beklemtoont dat als er een systeem wordt ingevoerd waarvan zeker is dat het een beperking bereikt van de instroom aan nieuwe WAO'ers, de uitkering voor de volledig arbeidsongeschikten gelijktijdig omhoog kan. Vervolgens, vindt Melkert, zal wel moeten worden geëvalueerd of effecten ook daadwerkelijk worden bereikt. ,,Dan moeten we bezien of het stelsel houdbaar is.'' Melkert pleit er ook voor dat er voor de huidige groep arbeidsongeschikten (nu circa 960.000) meer maatregelen worden genomen om ze uit de WAO te krijgen.

Vandaag kreeg SER-voorzitter Wijffels een rapport van een commissie onder leiding van voormalig LISV-voorzitter F. Buurmeijer. De uitzendbranche wil de rest van het bedrijfsleven laten meebetalen aan de ziektewetpremie, om zo het relatief hoge verzuimrisico in de uitzendbranche af te dekken. Uitzendbureaus kunnen volgens deze commissie het verzuim niet zelf beïnvloeden, omdat ze de arbeidsomstandigheden binnen bedrijven waar ze personeel naar uitzenden niet kunnen bepalen. Bovendien helpt de uitzendbranche relatief veel moeilijk bemiddelbare groepen zoals WAO'ers aan werk, die een verhoogd risico op arbeidsongeschiktheid hebben. De uitzendbranche wil verder dat uitzendkrachten pas aanspraak kunnen maken op de ziektewet als ze in een periode van 39 weken minstens 26 weken hebben gewerkt.