Mode in New York komt aanslag te boven

Nog geen half jaar geleden werd de modeweek in New York verstoord door de terroristische aanval op de VS. Geen wonder dat de sfeer zaterdag bij de start van de New York Fashion Week geladen was. Maar de organisatie mag niet klagen. Nog nooit deden zovelen mee aan dit evenement, ruim 150 ontwerpers laten hun nieuwe najaarscollecties zien. Er zijn zelfs ontwerpers, zoals de Britten Luella Bartley en Mathew Williamson, die speciaal naar New York komen en niet op hun oude vertrouwde plek showen. Bovendien heeft de anti-bontorganisatie PETA beloofd zich op de achtergrond te houden. PETA doet zelfs mee aan een modeshow van Marc Bouwer, een jonge ontwerper die geen bont en leer gebruikt.

Inkopers hebben al aangekondigd op safe te spelen en dus vooral goed verkoopbare kleding aan te schaffen voor hun winkels. Commerciële collecties kun je wel aan de Amerikanen overlaten. Daar zijn Calvin Klein, Ralph Lauren en Donna Karan immers groot mee geworden.

Het troetelkind van de internationale pers, Marc Jacobs, presenteerde een collectie met een melancholische uitstraling. Fluwelen rokken, dunne, doorzichtige cocktailjurken, maar ook jasjes met militaire details. Het silhouet is lang, sluik en de stijl is gelaagd: een jurk over een T-shirt en broek en daarover een lang colbert.

Caroline Herrera gebruikte haar kleine showroom om haar klassieke, op mannenkleding geïnspireerde collectie te laten zien. En dat Amerikanen inventief zijn in financieel onzekere tijden, bewees Betsey Johnson. Met haar atelier als locatie en de snijtafel als catwalk, presenteerde ze een sexy, boudoir-achtige collectie, gedragen door haar personeel, dat voor mannequin speelde. Niet voor niets luidde het thema van de show `Sisters!'