Kolenstad even gelukkig op Chinees nieuwjaar

Vandaag is het volgens de Chinese maankalender nieuwjaarsdag. In de verpauperde kolenstad Baotou het lichtpuntje van het jaar.

De straten van Baotou in Binnen-Mongolië zijn vrijwel uitgestorven op oudejaarsdag: de meeste winkels zijn dicht, alleen de verkopers van dozen fruit, vuurwerk en offeranden voor de doden staan nog met hun waar op straat.

,,Ik heb deze kleren zelf gemaakt'', zegt een oude vrouw die naast verschillende soorten namaakgeld ook een stapeltje papieren broekpakken te koop aanbiedt. Tussen twee lagen glanzend groen sitspapier heeft ze watten gelijmd, zodat de kleren dik genoeg zijn om bescherming te bieden tegen de winterkou. Op het jasje zijn gouden knopen geschilderd. ,,Als je het broekpak verbrandt, dan brengt het vuur de kleren over naar een overleden familielid dat in de schaduwwereld leeft'', zegt de vrouw. Die wereld, waarin je terechtkomt na je dood, is in veel opzichten een kopie van de dagelijkse Chinese wereld. Ook daar heb je kleding en geld nodig, al was het alleen maar omdat de ambtenaren in die wereld al net zo corrupt zijn als in deze. ,,Je moet de spullen nog vandaag verbranden, het brengt onheil omdat in de eerste dagen van het nieuwe jaar te doen'', waarschuwt de vrouw.

,,Bijgeloof'', zegt een jongere omstander, die zijn geld liever in vuurwerk steekt. Het mandje voorop zijn fiets ligt vol met vuurpijlen en rotjes die vanavond de lucht ingaan.

Even verderop staat een ouder echtpaar in gewatteerde kleren heilwensen voor Chinees Nieuwjaar te verkopen. Die wensen staan op lange stroken rood papier, die je naast en boven je deur en ramen moet plakken. Ze zijn er met zwarte en met gouden karakters. ,,Die zwarte moet je niet nemen, die zijn alleen bedoeld voor families waar een sterfgeval is geweest'', zegt een vrouw die op de valreep nog wat wensen voor haar zuster komt kopen. ,,Neem maar liever die met gouden karakters.''

Dit jaar valt Chinees nieuwjaar op 12 februari. Het is nog steeds de belangrijkste feestdag van het jaar. Veel belangrijker dan de dag waarop de Volksrepubliek China werd uitgeroepen of de internationale Dag van de Arbeid. Daaraan heeft zelfs de communistische partij niets kunnen veranderen.

Chinees nieuwjaar valt elk jaar op een andere dag, net als Pasen in het westen. Dat heeft te maken met de traditionele Chinese kalender, die zich baseert op maan- en niet op zonnestanden. Met het Chinees nieuwjaar begint ook de lente. Dit jaar wordt het Jaar van het Paard, een van de twaalf tekens in de Chinese dierenriem.

In en om Baotou wordt Chinees nieuwjaar uitgebreid gevierd. De boerderijen in het Ordos-gebergte liggen er allemaal netjes aan kant bij: de maïs ligt op de daken te drogen, huis, fornuis en hof zijn schoongeboend en alle muren zijn voorzien van rode heilwensen. Baotou zelf is een fantasieloze industriestad, met een hoge werkloosheid. De hoofdstraat in het centrum bestaat alleen nog uit een brede strook zand, want er is geen geld voor asfalt. Langs de straat bevinden zich veel nieuwe winkelcomplexen, die bijna allemaal leegstaan: niemand kan de hoge winkelhuur opbrengen in een stad waar nauwelijks koopkrachtige klanten te vinden zijn.

Iedere Chinees die het maar enigszins voor elkaar kan krijgen, probeert vóór oudejaarsavond terug te keren naar zijn ouderlijk huis. Veel jongeren zijn van het arme platteland naar de grotere steden getrokken, waardoor de treinen en bussen elk jaar weer afgeladen zijn. De feestdagen worden vooral gevuld met heel veel eten, veel drinken en uitgebreid bezoek aan familie en vrienden.

Voor de deur van restaurant Het Speklammetje in hartje Baotou bouwen twee mannen met zwarte gezichten aan een grote kolenhoop. Ze hebben een kar vol grote brokken kolen, die wordt voortgetrokken door een grijsbestofte ezel. Straks, als het donker is, gaan overal in de stad de kolenhopen in de brand. Sommige stapels zijn versierd met kleurige linten papier, waardoor ze uit de verte op zwarte sneeuwmannen lijken. Kolen zijn hier goedkoop, want in de buurt van de stad bevinden zich grote mijnen met dagbouw, die het omringende steppenlandschap onder een laag zwart gruis leggen. Het kolenvuur moet voorspoed afdwingen voor het nieuwe jaar, en iedereen met een beetje geld heeft een stapel voor de deur.

Als het eenmaal donker is en de kolenvuren branden, krijgt de stad iets betoverends: de TL-buizen in de huiskamers van de kazerneflats blijven voor deze ene keer uit, overal branden rode lantaarns die een feeëriek licht verspreiden. Kinderen steken sterretjes en rotjes af, uit de ramen hangen lange slierten duizendklappers voor straks als het twaalf uur is. De overledenen hebben hun warme winterkleding binnen, de familie is thuis en de heilsvuren branden: Voor even is Baotou gelukkig.