Het woord Koerdistan maakt enthousiasme los

Het gebeurde op straat bij het Taksim-plein. ,,Ga je nog reizen binnenkort?'' zei een Koerdische kennis die ik toevallig tegenkwam. ,,Ik hoop naar Noord-Irak te gaan'', zei ik, ,,naar het Koerdische autonome gebied. Koerdistan noemen ze dat daar zelf, geloof ik.'' Ik had het woord Koerdistan nog niet laten vallen of de Koerd sloeg een arm om mijn schouders. ,,Kom nu toch eens snel thee bij me drinken'', zei hij. ,,Ik wacht.''

Toen ik even daarna in een restaurant zat, legde ik het gebeurde voor aan een vriend van mij die afkomstig is uit de Zwarte Zee-regio, een gebied waar van oudsher bijzonder weinig sympathie bestaat voor de Koerdische aspiraties. ,,Kwam het nu omdat ik Koerdistan noemde dat hij ineens zo enthousiast werd?'' vroeg ik. ,,Vast wel'', zei hij met een blik die mij deed vermoeden dat er bij hem voorlopig geen thee meer inzit. ,,Zo'n woord moet jij ook niet gebruiken. Dat gebied daar heet Noord-Irak, zo kennen wij het hier.''

Er zijn weinig woorden die de Turkse bevolking zo verdelen als het woord Koerdistan. Ook drie jaar na de gevangenzetting van PKK-leider Abdullah Öcalan, die de facto een einde maakte aan elke georganiseerde poging een Koerdistan in Turkije te creëren, staat het woord voor veel Koerden nog steeds voor de ultieme droom van een plek waar zij vrij en zonder discriminatie een eigen leven kunnen opbouwen. Voor veel niet-Koerdische Turken staat Koerdistan echter voor separatisme en een bloedige oorlog in het zuidoosten, die tienduizenden slachtoffers heeft gemaakt.

Hoe gevoelig dit alles nog ligt, bleek de afgelopen weken weer eens toen petities gingen circuleren, waarin werd gevraagd om onderwijs in het Koerdisch. Vragen staat vrij (en weigeren erbij), dus een oppervlakkige waarnemer zou verwachten dat de Turkse autoriteiten de petities simpelweg naast zich zouden neerleggen. Niets van dat al: tientallen ondertekenaars van de petities werden opgepakt op verdenking van banden met de PKK en tientallen anderen werden van een universiteit afgegooid.

Misschien nog instructiever was de reactie van een aantal leden van het establishment: onderwijs in het Koerdisch is verboden, want het schaadt de territoriale integriteit van de Turkse staat. De Koerdische geest was weer uit de fles.

Het zijn die intense emoties die uiteindelijk verklaren waarom de Koerdische kwestie in Turkije zo omstreden blijft. Want enig nuchter nadenken zou beide partijen in het debat met een paar voor hen onaangename feiten confronteren. Veel Koerden (niet alle: er zijn ook Koerden die fel tegen elke vorm van separatisme zijn) dromen misschien nog van een Koerdistan, maar het is een feit dat de PKK de strijd daarvoor al jaren geleden heeft verloren. Daarnaast is dat Koerdistan een arm gebied dat zonder subsidies van de regering in Ankara tot grote diepten zou zinken. Ten slotte is het een grote vraag waar Koerdistan zou moeten liggen: de grootste Koerdische stad – gemeten naar het aantal Koerden dat er woont – is Istanbul.

Ook de argumenten aan Turkse zijde zijn niet geheel coherent. Onderwijs in het Koerdisch is taboe, maar de belangrijkste staatsuniversiteit van Turkije (de Bosporus-universiteit in Istanbul) verzorgt al haar onderwijs wel in een andere taal dan het Turks, namelijk in het Engels. En Turkije maakt zich aan de ene kant erg zorgen over zijn territoriale integriteit en soevereniteit, maar is er daarnaast wel op gebrand zo snel mogelijk lid te worden van de Europese Unie, een samenwerkingsverband dat de zeggenschap van de lidstaten over de eigen zaakjes toch aanzienlijk limiteert.

Paradoxaal genoeg zijn beide partijen het maar over één ding eens en dat is dat het lidmaatschap van Turkije van de Europese Unie een goede zaak is. De Koerden zien Europa als een bondgenoot in de strijd voor meer sociaal-culturele rechten, terwijl Turkije dat lidmaatschap als de ultieme garantie ziet voor welvaart, stabiliteit en vrede. Zware debatten in Turkije over de Koerdische kwestie schuiven dat lidmaatschap echter steeds meer naar de toekomst. Hoe meer beide partijen discussiëren, hoe meer zij alle twee verliezen.

Toen ik pas in Turkije woonde, vestigde ik de aandacht nog wel eens op dat laatste punt, maar de reactie daarop was nooit zo stimulerend. ,,Je hebt groot gelijk'', zei een Koerd een keer tegen mij. ,,Zeg dat maar tegen de autoriteiten. Als zij inbinden, is de kwestie zo geregeld.'' Maar veel niet-Koerdische Turken vonden het ook een goed argument. ,,Laat de Koerden zich maar koesthouden'', zei iemand ooit tegen mij. ,,Dan worden we sneller lid van de Europese Unie – dat willen ze toch zo graag?''

Inmiddels luister ik vooral en denk ik na over wat ik hoor. Was het nu echt het woord Koerdistan dat mijn kennis zo enthousiast maakte? Om de proef op te som te nemen stuurde ik diezelfde dag nog een sms in de paar woorden Koerdisch die ik ken, naar een andere kennis. Een voor zijn doen uiterst warm antwoord, eveneens in het Koerdisch (ik moest het laten vertalen!), volgde direct. Inderdaad, het was Koerdistan.