Het proces-Miloševic

Toen de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in 1993 het internationaal tribunaal voor het voormalige Joegoslavië instelde, konden weinigen zich voorstellen dat Slobodan Miloševic daar ooit voor zou moeten verschijnen. De president van Servië gold weliswaar als de grote machinator achter de troebelen op dat deel van de Balkan, maar ook als de man die de sleutel had tot wat het moeizame akkoord van Dayton zou worden. Wie kon hem wat maken?

Het onvoorstelbare is gebeurd. Vandaag begint in Den Haag het proces tegen Miloševic, die vorig jaar juni na de grote omwenteling in Servië werd gearresteerd en overgedragen aan het tribunaal. Het is een historische gebeurtenis dat een voormalig staatshoofd zich moet verantwoorden voor een internationaal hof. Dit vormt zonder meer een bijdrage aan de internationale rechtsontwikkeling, moeizaam als deze is.

In de zaak tegen Miloševic zijn reeds verschillende belangrijke juridische horden genomen. Ten eerste de aanspraak van Servië hem zelf te berechten. Het beginsel dat nationale berechting waar mogelijk voorrang heeft, is erkend in het statuut van het nieuwe internationale strafhof waarvan de oprichting snel nadert. De Serviërs konden zich er bovendien op beroepen dat Miloševic niet van buitenaf ten val was gebracht maar door henzelf. Toch heeft het tribunaal terecht vastgehouden aan berechting in Den Haag, wegens het grensoverstijgend kaliber van de aanklacht tegen Miloševic en de onvermijdelijke nationale blinde vlekken in een zaak als deze.

De overdracht van Miloševic door de autoriteiten in Belgrado naar Den Haag onder zware (financiële) pressie verdiende bepaald geen schoonheidsprijs. Maar volgens het internationale recht heeft een internationaal tribunaal daar geen boodschap aan. Miloševic op zijn beurt ontkent categorisch het bestaansrecht van dit tribunaal, hetgeen op zijn minst vreemd mag heten van de man die zich in het akkoord van Dayton aan de oprichting van het hof committeerde. Zijn beroep op onschendbaarheid als voormalig staatshoofd lijkt een gepasseerd station. Dat werd al uitgesloten door de tribunalen van Neurenberg en Tokio na de Tweede Wereldoorlog.

Ook zonder dat blijven er problemen genoeg. Miloševic heeft als verdachte gekozen voor een tactiek van totale obstructie. Dat maakt het voeren van een eerlijk proces er niet makkelijker op. Toch is dat bepalend voor de overtuigingskracht van het uiteindelijke vonnis, dat overigens wel enkele jaren op zich zal laten wachten. Wat er bekend is geworden over de recente vrijspraak in hoger beroep in de zaak-Ahmici herinnert eraan dat het tribunaal ondanks zijn hoge status niet immuun voor beschadiging is.

De enormiteit van de misdrijven tegen de menselijkheid die Miloševic worden verweten staat niet ter discussie, zijn rol als een voorname auctor intellectualis eigenlijk ook niet. Maar in de rechtszaal gaat het om het bewijs van `command responsibility', een directe regierol. Dat vormt, zoals het in de juridische vakpers is genoemd, een enorme uitdaging. De aanklager kan op straffe van een groot verlies van geloofwaardigheid niet wegkomen met wat in het jargon een `Al Capone-vonnis' wordt genoemd: de veroordeling van een notoire gangster voor overtreding van de belastingwetgeving.