George W. en de politiek van het grote geld

De daadkracht van president Bush in zijn strijd tegen terreur ontbreekt in zijn benadering van het Enron-schandaal. Zijn optreden herinnert meer en meer aan zijn tijd als gouverneur van Texas,

waar politiek en zakenleven nauw met elkaar zijn verweven.

Tussen de haven van Houston en de glimmende kantoortorens van de olie- en gasbedrijven in het centrum van Amerika's vierde stad ligt achteraf de Holthouse Boys & Girls Club. Vorige week heette het clubhuis nog de `Enron Boys & Girls Club'.

Tegen de gevel is een nieuw bord geschroefd. De meest zwarte – jongens en meisjes die op een doordeweekse dag puzzelen of wat tafelvoetbal spelen, hebben waarschijnlijk niet geweten dat hun clubhuis in december drie weken in gevaar was. 2 december ging de energiereus failliet die voor tien jaar zijn naam aan het jeugdhonk had gegeven. Tien keer 240.000 dollar viel weg.

,,Het was geen gelukkige tijd'', zegt John Havard, de voorzitter van de clubhuizen in Houston, met gevoel voor betrekkelijkheid. Totdat een nieuwe self made miljonair te hulp sprong. Zijn bord is nog mooier dan het vorige en zolang hij zijn rijkdom niet verspeelt, kunnen de jongens en meisjes van de Canal Street-buurt terecht in hun tweede huis.

Enron was een Texaans bedrijf, maar `Enron' had overal kunnen gebeuren. Dat is de vaste overtuiging van zakenlieden, accountants én critici van de Texaanse manier van zakendoen in Houston en Austin. Maar Texas is wel `de hoofdstad van de vrije markt', de een na grootste staat van de Verenigde Staten en dé staat waar alles kan wat een ondernemende man zich in zijn hoofd haalt.

In deze staat, waar zakenleven en politiek nauw met elkaar zijn verweven, waar mensen en bedrijven geen staats-inkomstenbelasting betalen en het Congres maar zes maanden per twee jaar bijeen komt, is George W. Bush een man geworden. ,,Hij heeft het Texas Model niet meer nodig'', zegt Bruce Buchanan, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Texas in Austin. ,,Hij kan als president geld ophalen zo veel hij wil.''

Dat doet hij dan ook. Gisteren ontvouwde de president zijn ideeën over de gezondheidszorg in Milwaukee en verleende steun aan de Republikein die gouverneur wil worden van Wisconsin. Toehoorders van zijn toespraak hadden 1000 dollar betaald. De voorafgaande receptie kostte 10.000 dollar per persoon.

Het was een vrijmoedige operatie in de week dat het Huis van Afgevaardigden voor het eerst sinds lange tijd serieus kans maakt de wetgeving die de campagne-financiering reguleert aan te scherpen. Het Witte Huis strijdt daar alleen achter de schermen tegen om in het post-Enron-tijdperk niet te kijk te staan als voorvechter van het grote geld in de politiek.

In Texas was hij dat wel. Zonder het aan de grote klok te hangen, maakte hij zich financieel geheel afhankelijk van bedrijven, grote zakenmensen en advocaten die voor die belangen werken. ,,George W. Bush ging voorbij aan geld van groepen en personen met een ideologische boodschap'', aldus Craig McDonald, directeur van Texans for Public Justice, een hervormingsgezinde stichting die de weg van het geld in de politiek uitpluist. ,,Hij was niet ultra-rechts geïnspireerd. Bush was een pragmatische afgezant van het zakenleven. Zo heeft hij Texas zes jaar bestuurd. Dat model heeft hij meegenomen naar Washington.''

Als gouverneur had George W. Bush (van 1994 tot eind 2000) formeel niet zo veel macht. Maar hij kon benoemingen doen in hoge functies en (tussentijds) de rechterlijke macht. En dat zonder al te veel op de vingers te worden gekeken door een Congres dat meestal ontbreekt en waarvan de leden 316 dollar per maand verdienen na belasting. De begroting van zes miljard dollar wordt jaarlijks door de gekozen bestuurders en het ambtelijk personeel uitgegeven. Voorstellen om de wetgevende vergadering vaker bijeen te roepen, hebben het nooit gehaald: Texanen menen dat hoe minder hun volksvertegenwoordigers bij elkaar zijn, hoe minder kattenkwaad zij uithalen. Ook dat is het Texas Model.

Het recht van de gouverneur om mensen neer te zetten werd moeiteloos onderkend door Kenneth Lay, de grote man van de nu gevallen handelsfirma Enron. Lay schrijft 21 december 1994 aan de net gekozen maar nog niet aangetreden gouverneur Bush dat hij een paar wensen heeft voor benoemingen en beleid. De brief werd vorige week in Austin vrijgegeven op aandringen van actiegroepen.

Lay schrijft dat het bereiken van ,,maximale efficiency in de openbare nutssector'' (waar Enron deregulering nastreeft om maximaal te kunnen handelen) zeer gediend zou zijn met de benoeming van een zekere Pat Wood tot voorzitter van de Public Utility Commission, het orgaan dat toezicht houdt op de energiesector in de staat. Wood is dan begin dertig en een weinig voor de hand liggende kandidaat, maar volgens Lay kan hij het vereiste ,,nieuwe denken'' leveren. De benoeming volgde niet lang daarna. Vorig jaar werd Wood voorzitter van het federale toezichtorgaan voor de energie-sector (FERC), weer op aanraden van Lay.

Behalve een curator voor de universiteit van Texas (die niet zou worden benoemd) heeft Lay nog een beleidsadvies. Hij onderstreept het belang van hervorming van het het recht op schadevergoeding. `Tort Reform' is dringend geboden, Texas maakt zich belachelijk in het land met zijn rechtspraak dat ontmoedigt ondernemers zich in de staat te vestigen, klaagt de Enron-topman. ,,Dit zou een van de hoogste prioriteiten van je eerste maanden moeten zijn. Hoogachtend, Ken.''

Die laatste raadgeving was niet aan dovemansoren gericht. Zodra hij in functie was verklaarde gouverneur Bush `tort reform' tot een zaak met spoedeisend karakter. In haar eerste zitting kreeg de wetgevende vergadering betrekkelijk vergaande wijzigingen te behandelen, die in twee weken waren aangenomen. ,,It was a done deal'', zoals meer dan een waarnemer zich herinnert.

Joe Gunn, voorzitter van de vakcentrale AFL/CIO in Texas, gaat nog wat verder: ,,Het was een verkapte manier om het bedrijfsleven te beschermen. Als ik een been of mijn inkomen verlies, is het moeilijker mijn recht te halen. Jury's zijn sinds die pr-campagne voor `tort reform' lagere schadevergoedingen gaan uitkeren.''

President Bush is zijn succes met beperking van de aansprakelijkheid in Texas niet vergeten. Gisteravond bracht hij het thema terloops ter sprake. De oorlog maakt hem populair, maar hij en zijn Republikeinse partij kunnen geen verkiezingen winnen zonder economische voorspoed. Om de medische en financiële zorgen van de gemiddelde Amerikaan tegemoet te komen ontvouwde de president zijn ideeën over pillen en ziektekosten. Hij steunde zelfs het Democratische troetelproject van een Handvest Patiëntenrechten, ,,mits dat niet leidt tot onzinnige rechstzaken'' `frivolous lawsuits', precies de bewoordingen waarmee de aannemers en doktoren het thema in Texas destijds aan de man brachten.

Eens voor hervorming van het aansprakelijkheidsrecht, altijd er voor. Een man van principes, zou men zeggen. Tot op zekere hoogte, meent Tom Smith, directeur van het kantoor Texas van Public Citizen, een door Ralph Nader opgerichte landelijke organisatie die `gezondheid, veiligheid en democratie' nastreeft. In zijn kantoor op een steenworp afstand van het Texaanse Capitool in Austin zegt hij: ,,Onder George W. Bush is de aansprakelijkheid van grote bedrijven voor wandaden van dochterondernemingen in Texas sterk beperkt. De hervorming is destijds ook geafficheerd als bescherming van de kleine zakenman, maar die kan grote bedrijven in veel gevallen nauwelijks meer aanspreken.''

De `tort reform' kan nog een uitwerking hebben, voorspelt Smith. De kans is groot dat Arthur Andersen, de accountants van Enron, en huisadvocaat Vinson & Elkins in Houston zo veel geweten hebben over de omstreden Enron-methodes om verliezen buiten de boeken te houden dat zij door gedupeerden aansprakelijk gesteld zullen worden. ,,Bij Enron is niets meer te halen, maar de weg is waarschijnlijk afgesneden om bij Arthur Andersen en Vinson & Elkins verhaal te krijgen'', aldus Smith. Het Texas Model zit vol verrassingen.

Dit is het begin van een korte serie over politiek en zakenleven in de VS