`Geld voor rampenbestrijding'

Om rampenbestrijding door gemeenten op een goed niveau te krijgen is minstens honderd miljoen euro per jaar extra nodig.

Bas Eenhoorn, vice-president van Cap Gemini Ernst en Young, die het onderzoek leidde naar de rampenplannen, zegt dit op basis van een tussentijdse evaluatie, `Zicht op vooruitgang, vooruitgang in zicht'. Die is gisteren aangeboden aan staatssecretaris De Vries van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor rampenbestrijding.

Het extra geld is nodig voor betere communicatiemiddelen, extra rampenoefeningen en het geïntegreerd opleiden van politie, brandweer en geneeskundige hulpverleners. Het rijk, de gemeenten en de provicies zullen het geld moeten opbrengen.

De bureaus COT, Berenschot en Cebeon, die het onderzoek onder leiding van Eenhoorn tevens voorzitter van de VVD uitvoerden, constateren dat de doeleinden die de staatssecretaris in 1999 heeft gesteld, nog niet zijn gehaald. Dat komt door beperkte financiële middelen, gebrek aan menskracht en moeizame fusies in brandweerregio's en geneeskundige diensten.

Eerder werd al bekend dat veel gemeenten hun rampenplannen niet op tijd bij het ministerie van Binnenlandse Zaken hadden ingeleverd. Deze gemeenten dreigden op een zwarte lijst van het ministerie terecht te komen. Wat de consequenties daarvan zijn, is nog niet bekend. De onderzoekers zagen duidelijk vooruitgang, maar de betrokken instanties zijn nog niet halverwege het voorgenomen niveau. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over het instellen van de 25 regio's, waarin brandweer, politie en gezondheidsdiensten gaan samenwerken. De financiële structuur van deze diensten is zeer ongelijk. De bestuurlijke verantwoordelijkheid is ondoorzichtig. De samenwerking tussen brandweer, politie en geneeskundige dienst verloopt nu vaak projectmatig en op ad hoc-basis. Oefeningen zijn veel te vrijblijvend en kwalitatief onder de maat. Ook is er een tekort aan oefencentra en ervaren instructeurs.

Sommige regio's liggen volgens Eenhoorn goed op schema, andere lopen op bepaalde punten flink achter. Toch wil hij niet zeggen welke regio's het goed doen en welke niet, omdat hij ze ,,niet wil opjagen''. Hij heeft er alle vertrouwen in dat de verschillen snel bijtrekken.

Staatssecretaris De Vries laat in een vervolgonderzoek vaststellen hoeveel geld nodig is om alle plannen voor verbetering van rampenbestrijding uit te voeren. In april wordt het onderzoek verwacht.