Gedichten Huwelijk wellicht gebundeld

De achttien huwelijksgedichten voor Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta, die op 2 februari door burgemeester Job Cohen aan het bruidspaar werden uitgereikt, komen waarschijnlijk in de winkel te liggen. Het Amsterdams Fonds voor de Kunst, dat de dichters benaderde, bereidt een bundel voor.

Het fonds benaderde in december namens de gemeente alle nog levende winnaars van de Herman Gorterprijs. De dichters moesten op korte termijn, binnen vijf weken, een gedicht leveren tegen een vergoeding van 1.135 euro. Dertien van de achtentwintig gaven gehoor: Robert Anker, Huub Beurskens, Anneke Brassinga, Elisabeth Eybers, C.O. Jellema, Hester Knibbe, Leyn Leijnse, Adriaan Morriën, Tonnus Oosterhoff, Willem Jan Otten, Kees Ouwens, Rob Schouten en Nachoem M. Wijnberg. Vijf andere dichters – Clark Accord, Def. P., Hassan El Maroudi, Diana Ozon en Friso Wiegersma – werden gevraagd omdat zij `een bijzondere band' met Amsterdam hebben.

De huwelijksgedichten gaan soms over de waterhuishouding, een specialisme van de kroonprins, maar meestal over de liefde. Def P. uit kritiek: ,,Laten jullie dit geintje nou door het volk betalen?/ Heeft de monarchie het recht dit schaamteloos te bepalen?'' De gedichten bevatten legio verwijzingen naar het koninklijk huwelijk. Subtiel, zoals in De pasgetrouwde van Willem Jan Otten: ,,Gevuld met water stond er op de tafel in de tuin/ een schaal. Wie hem daar plaatste, deze februarinacht, geen flauw benul.'' Of heel expliciet, zoals bij het Sinterklaasrijm van Friso Wiegersma: ,,En dat het afgezaagd zou zijn/ ik zit er niet meer mee: Want hier regeert de liefde écht, zo waar als ik besta/ Bij Willem Alexander/ samen met zijn Máxima.''

Rutger Kopland (1976, Een lege plek om te blijven) weigerde om politieke redenen. ,,Dit huwelijk stemde niet feestelijk, en motiveerde mij in het geheel niet om een cadeautje te maken'', aldus de dichter. Ook vond hij dat er haastje-repje moest worden geleverd. ,,Alsof je een gedicht in een middag schrijft.''

Een ander punt van kritiek van Rutger Kopland was het `verschrikkelijk grote bedrag' dat ermee is gemoeid. Alleen al de gedichten kosten de gemeente ruim twintigduizend euro. ,,Daar had je een mooie beurs voor kunnen uitreiken.'' Ook Jan Kuijper (1980, Oogleden) vindt 1.135 euro bijzonder veel geld voor een gedicht. ,,Zo'n bedrag heb ik voor zoiets nooit eerder aangeboden gekregen.'' Kuijper weigerde medewerking omdat hij tegen de monarchie is. ,,Als je meedoet, ben je een lakei.''