Drastische modernisering koningschap is niet nodig

Voorstanders van modernisering van het koningschap wijzen steevast naar Zweden, waar de koning slechts een representatieve functie heeft. Zo'n model komt het Nederlandse landsbestuur niet ten goede en biedt de bevolking te weinig houvast, meent Paul Scholten.

In het hoofdredactioneel commentaar van 4 februari pleit NRC Handelsblad voor beperking van de bevoegdheden van de koning in het Nederlandse staatsbestel. Het wordt ,,een logische modernisering'' genoemd, ,,dat het staatshoofd, conform het Zweedse model, buiten de regering wordt geplaatst''. Die logica wordt echter niet nader uit de doeken gedaan. Heldere verhoudingen zouden er volgens deze krant door gediend worden.

Op drie belangrijke punten schiet het Zweedse model echter tekort tegenover het Nederlandse.

De kwaliteit van het landsbestuur is er niet mee gediend.

De koning kan in het Nederlandse model de ministers in vertrouwelijkheid informatie vragen, hen stimuleren of waarschuwen. De opvattingen van de premier of van zijn ministers worden in de contacten met de koning slechts aangescherpt, of twijfels van de bewindslieden worden versterkt. 's Konings ongebonden inbreng, gebaseerd op kennis van zaken en soms jarenlange ervaring, zal zeker van waarde zijn. De gesprekken tussen koning en ministers kunnen dus de kwaliteit van het bestuur alleen maar vergroten.

Het feit dat in de huidige situatie de koningin zich hierop uitermate goed voorbereidt, mag in de discussie over haar rol niet tegen haar worden gebruikt. Ook ministers hebben die mogelijkheid. Er kan nooit sprake zijn van te grote beïnvloeding harerzijds wegens de volledige verantwoordelijkheid van de ministers. Zij beslissen, niet de koning. Hun opvatting is bepalend en die komt naar buiten. Er is dus sprake van één eensluidend geluid. Het Zweedse model staat bovenomschreven overleg nimmer toe. De koning staat erbuiten. De ministers kunnen niet profiteren van zijn kennis en ervaring.

Zo'n verandering past niet in het huidige tijdsgewricht en de verdere toekomst.

Een koning, die slechts in de representatieve of niet-bestuurlijk-politieke sfeer actief mag zijn past ongetwijfeld in wat wel `emotiecultuur' wordt genoemd, maar geeft aan de bevolking te weinig houvast. Als de koning in de ogen van het volk te weinig voorstelt omdat hij in het landsbestuur geen enkele rol meer speelt, is hij al snel hun werkelijke koning niet meer. Dit geldt zeker voor de Nederlander met zijn nuchtere kijk op de dingen. Een koning voor de versiering kost hem te veel. De doorsneeburger heeft veel beter door hoe de kaarten liggen dan sommige politici denken.

Omgekeerd kan het ook gebeuren dat, wanneer ministers niet sterk genoeg zijn, de bevolking zich in haar afkeer meer tot de koning wendt. En dat lijkt zeker ook niet wenselijk. Stabiliteit is in deze zaken een groot goed.

De Oranjes zelf lenen zich niet voor `opsluiting in een Zweedse gouden kooi'.

Gelet op wat wij uit de historie en van de idealen en taakopvatting van de Oranjes kennen, mag verwacht worden dat zij niet aan zo'n situatie zullen meewerken. Hun vele malen getoonde verantwoordelijkheidsgevoel en serieuze taakopvatting sporen hier niet mee. Ook hun familiekarakter wijst niet in die richting. Koningin Beatrix weet privé en zakelijk uitstekend te scheiden, waardoor in de privé-situatie voldoende vrijheid is. Ook de prins van Oranje met zijn meer ontspannen opstelling past niet in een Zweedse gouden kooi.

Een dergelijke open houding kan de prins aannemen, nu hij, volwassen geworden, er blijk van geeft meer zeker te zijn van eigen principes en overtuiging. Dit geldt te meer nu hij zich gesteund weet door een intelligente echtgenote. Het is natuurlijk wel logisch van hem enige stijlverandering te verwachten. Een leven in een glazen huis heb je er alleen voor over als er inhoudelijk het nodige tegenover staat. Maar een kooi leidt tot 's konings ondergang al is die kooi van goud. Elke Nederlander is zijn vrijheid lief. Zeker een Willem van Oranje, die altijd al vrij en onverveerd heet te zijn.

Modernisering van het koningschap door het Nederlandse model in te ruilen voor het Zweedse lijkt dus niet de aangewezen weg, hoezeer het in Zweden ook mag gedijen. Modernisering kan zeker ook zonder een dergelijke zware ingreep. De zaterdag van het huwelijk heeft daarvan een uitstekend voorbeeld gegeven.

Het grote gezag dat koningin Beatrix in binnen- en buitenland uitstraalt is, naast de voortreffelijke wijze waarop zij haar taak uitoefent, goed gefundeerd in haar huidige staatsrechtelijke positie. Deze lijkt ondemocratisch van aard, maar is door de constante steun van de overgrote meerderheid van het Nederlandse volk misschien wel het meest democratisch gegrondvest van alle hoge openbare functies die in Nederland te vergeven zijn. Daar is geen verkiezing voor nodig. Hooguit zijn we de Oranjes veel dank verschuldigd voor hun toewijding en inzet voor het land.

Prins Willem-Alexander heeft nog een groot aantal jaren te gaan voordat hij het stokje overneemt. Zo is er alle tijd om die brede democratische steun door zijn daden verder uit te bouwen. Wanneer republikeinen ooit hun ideaal willen verwezenlijken, zullen ze een grondwetswijziging moeten bewerkstelligen. De Zweedse weg is onbegaanbaar. Wie de koninklijke weg van de Grondwet niet wil volgen staat buitenspel.

Overigens is het van belang te weten wat de grote partijen van het Zweedse model vinden. Er moeten op zo'n belangrijk punt niet lang speculaties en onduidelijkheid blijven bestaan. Zou de bevolking zoiets willen? Ik denk van niet.

Mr. P. Scholten was burgemeester van Arnhem van 1989 tot 2001.