Wel gevlucht maar niet gered

De vlucht van Noord-Koreanen gaat onverminderd door. Buurland China accepteert hen niet. In Japan deden zij dit weekend hun verhaal.

Tien jaar lang diende Lee Young-kuk in de elite-eenheid die verantwoordelijk was voor de veiligheid van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il. Een ,,heetgebakerde, slimme man die anderen nauwelijks vertrouwt'', zegt Lee nu over zijn vroegere baas, leider van de laatste communistische dictatuur ter wereld. Als het gedrag van mensen Kim niet beviel hadden de lijfwachten aan een half woord genoeg, zegt Lee. ,,Als Kim Jong-il over een bezoeker zei `deze man is niet loyaal' dan verdween hij direct in een kamp.''

Lee is een gedrongen man van begin veertig. Als 17-jarige dienstplichtige werd hij in 1978 geselecteerd voor de elite-eenheid omdat hij afkomstig is uit een arme familie zonder contrarevolutionaire antecedenten. ,,Alle bodyguards komen uit zeer arme families omdat deze mensen totale trouw aan Kim zullen betonen'', zegt Lee.

Maar toen Lee's diensttijd er na tien jaar op zat kreeg hij zijn bedenkingen over het systeem. Hij begon illegaal naar Zuid-Koreaanse radio-uitzendingen te luisteren en besloot via China over te lopen. Helaas mislukte het plan en verdween hij vier lang in het beruchte Yodok-kamp voor politieke gevangenen. Na zijn vrijlating in 1999 lukte het uiteindelijk wel om via China Zuid-Korea te bereiken.

Lee behoorde niet alleen in diensttijd tot een elite, ook als vluchteling behoort hij tot een selecte groep van slechts duizend Noord-Koreaanse vluchtelingen die de afgelopen vijf jaar het zuiden hebben weten te bereiken. Hij sprak dit weekeinde op een symposium in Tokio over de rampzalige situatie in zijn vaderland en de grote aantallen Noord-Koreaanse vluchtelingen in buurland China die hongersnood en onderdrukking zijn ontvlucht. Omdat de regering van China de vluchtelingen niet erkent, leven ze ondergronds in voortdurende angst om te worden opgepakt en gedeporteerd naar hun vaderland. Schattingen van NGO's komen op een aantal van zeker honderdduizend vluchtelingen in China, misschien wel driehonderdduizend. Omdat duizenden jaarlijks door China worden teruggestuurd moet het aantal Noord-Koreanen dat de oversteek naar China maakt nog vele malen groter zijn.

Ondergronds is er in China een strijd gaande om deze Noord-Koreanen te redden. Organisaties uit Zuid-Korea en Japan zetten in China schuilplaatsen op voor de vluchtelingen, geven financiële steun en proberen hen naar Zuid-Korea te loodsen. Ook probeert men via interviews een beeld te krijgen van de situatie in het gesloten Noord-Korea zelf. Dit werk is niet zonder gevaar. De Zuid-Koreaanse dominee An Seung-woon verdween spoorloos in China in de zomer van 1995. Twee weken later meldde Noord-Korea dat An uit eigen vrije wil naar Noord-Korea was overgelopen. Volgens zijn zoon An Sang-youb is zijn vader echter door Noord-Koreaanse agenten ontvoerd omdat hij hulp bood aan vluchtelingen.

In Tokio is ook de 30-jarige Jung Choon-hwa aanwezig. Zij was getrouwd en woonde in een gehucht van zestig huizen in het onbarmhartige noordoostelijke berggebied van Noord-Korea. In 1994 stopte de overheid wegens mislukte oogsten en weggevallen steun van oude bondgenoten als de Sovjet-Unie met het uitdelen van voedselrantsoenen en moest iedereen het zelf maar uitzoeken. De grote hoeveelheden buitenlandse voedselhulp van de afgelopen jaren lijken maar in zeer beperkte mate voor herstel van de voedselvoorziening te hebben gezorgd.

Het einde van de rantsoenen zorgde voor een heropleving van markten in het land. Ook Jung scharrelde met handel eten voor haar familie bij elkaar. Omdat veel mensen zich op markten verzamelden waren dit voor de overheid de ideale plaatsen voor publieke executies om nog iets van recht en orde te handhaven. Jung zegt drie executies te hebben meegemaakt, eenmaal omdat iemand een koe – collectief bezit – had geslacht. In 1998 besloot Jung met haar buurvrouw de naburige grens met China over te steken, waar ze zoals veel vrouwelijke vluchtelingen in handen viel van mensenhandelaren die vrouwen als prostituees verkopen. Na enkele jaren wist ze China te ontvluchten. Over de gezinsleden die ze in Noord-Korea heeft achter gelaten wil ze niet praten.

Op basis van vele interviews met vluchtelingen spreekt dominee Benjamin Yoon, oprichter van de Zuid-Koreaanse Citizen's Alliance for North Korean Human Rights en organisator van het symposium in Tokio, over totale ,,sociale desintegratie'' in Noord-Korea, met name op het achtergestelde platteland. Schrikbarend is dat grote aantallen jonge kinderen alleen de oversteek naar China maken, omdat beide ouders door honger zijn omgekomen of zo ziek zijn dat ze niet meer voor hun kinderen kunnen zorgen. Soms sturen ouders bewust hun kind alleen de grens over in de hoop dat het kind in ieder geval een betere toekomst heeft.

De Amerikaan Tim Peters laat een foto zien van het tienjarige Noord-Koreaans jongetje Yoo Chul-min dat hij vorig jaar in noordoost China ontmoette. Peters woont in Seoul en heeft de organisatie Helping Hands Korea opgezet. Regelmatig reist hij naar China om vluchtelingen te helpen. Zo ontmoette hij ook Yoo. Afgelopen zomer probeerde het jongetje met een aantal andere vluchtelingen lopend de Chinees-Mongoolse grens over te steken, vertelt Peters. Ze verdwaalden echter in het woestijnachtige land en Yoo stierf aan uitputting.

Niet alleen is het een probleem voor de vluchtelingen dat China hen niet als zodanig erkent, ook steekt de Zuid-Koreaanse regering geen hand naar hen uit om de relaties met grote buur China niet te verstoren. Het heeft dus geen zin voor vluchtelingen om naar de Zuid-Koreaanse ambassade in Peking te gaan. De vluchtelingen die niet ondergronds in China willen blijven leven, uitgebuit door de Chinese bevolking die profiteert van hun illegale status, proberen over land buurlanden als Mongolië of Vietnam te bereiken in de hoop dat ze daar veilig zijn of naar Zuid-Korea kunnen reizen.

Ondanks de grote aantallen vluchtelingen in China zijn er de afgelopen vijf jaar in totaal maar zo'n duizend Noord-Koreaanse vluchtelingen in het zuiden aangekomen. ,,Zuid-Koreaanse ambassades accepteren alleen vluchtelingen die van waarde zijn vanwege informatie of die familie in het zuiden hebben'', zegt de Amerikaan Peters. Andere vluchtelingen moeten een reis naar het `andere Korea' zelf zien te regelen als verstekeling op een schip bijvoorbeeld, of het geluk hebben in China tegen iemand als Lee aan te lopen.