Voor de Zonnekoning is artikel 1 maar lastig

Hij vond misschien dat hij niet ver genoeg was gegaan. Pim Fortuyn keek de beide Volkskrant-journalisten nog een keer goed aan. Hij had al een tijdje georeerd over wat er mis was met Nederland: het poldermodel, de gezondheidszorg, Paars, de krullenbollen van D66; uitgekauwde thema's waar Pim zich blijkbaar al een tijdje mee verveelt, want er komt niks nieuws ter tafel dat hij niet al heeft gezegd. Misschien voelde hij dat de aardigheid er wat dit betreft nu echt vanaf was.

Hij besluit in een hogere versnelling te gaan en steekt zijn hoogstpersoonlijke tirade tegen de asielzoekers af: Nederland is vol, de grenzen gaan dicht, internationale verdragen moeten worden opgezegd.

Jan Nagel had hem nog zo op het hart gedrukt, zelfs met hem afgesproken, hier niet meer over te beginnen. Leefbaar Nederland mag geen partij worden waar niet mee te leven valt. Het kan hem niet schelen: iemand moet toch die waarheid zeggen?

De journalisten knippen geen een keer met de ogen. Pim vraagt zich af wat hij nu nog kan doen om het bezoek werkelijk geinteresseerd te krijgen in wat hij denkt en voelt. ,,En er is alle reden om de islam te wantrouwen want ze is achterlijk, ja, dat meen ik serieus, en de islamitische man pikt, zoals iedereen weet, onze blonde vrouwen af om ze daarna te dumpen voor een import-geitenmelkster.''

De zonnekoning Fortuyn veegt en passant de vloer aan met een geloof van een miljard mensen, en voegt nog een sociologische waarneming toe aan zijn lange lijst van kalenderwijsheden: ,,Marokkanen stelen nooit van Marokkanen, is u dat wel eens opgevallen?'' Omdat het toch een pot nat is, krijgen

nu ook de goed opgeleide Marokkaanse en Turkse meiden er van langs.

De journalisten luisteren gedwee, en weten dat er nog steeds niks is gezegd waarmee ze terug kunnen komen op de redactie. Hun beroepseer staat op het spel, ze zijn gekomen om naar een aanstaande politicus te luisteren, niet een omhooggevallen vrije jongen die zijn gebundelde columns verbaal recycelt.

Misschien dat hier het gesprek even heeft gestokt. Er werd water ingeschoken, een glaasje wijn misschien. Zijn weerzin van mensen met een ander geloof, een andere traditie is bij Pim zo sterk, dat het bijna onverdraaglijk voor de man zelf moet zijn geworden.

De publieke opinie was zelfs iets gaan voelen voor deze opzichtige, ijdele man die de media feilloos bespeelde en volgens de grote groep blanke vrije jongens precies zei wat iedereen alleen maar dacht. Hij zou een welkome verandering zijn in de Tweede Kamer, een brutale intelligente knaap die van zin was om een volksknuppel in het hoenderhok te gooien. Het werd tijd voor dat soort van getapte jongens, hoorde je overal.

In gedachten zagen we de Melkerts, de Dijkstallen en Rosenmöllers hem bedremmeld het antwoord schuldig blijven op zijn snedige vragen, en in de kamerdiscussie is hij niet beroerd om het gemiauw van poezen met kattenkwaad te beantwoorden. We waren het zelfs gaan gedogen, omdat elke maatschappij blijkbaar een volksmenner nodig heeft die in verkrampte tijden onderbuikgevoelens bespreekbaar maakt.

Hij werd zelfs voor allochtonen een aantrekkelijke kandidaat, niet alleen door zijn charisma en grote mond, maar ook omdat hij opvalt tussen alle grijze politici. Al vinden ze het bedenkelijk dat je zo makkelijk succes kunt hebben in Nederland door in elke lezing, elk interview weer op neurotische wijze terug te komen op de islam – een geloof waar je de ballen verstand van hebt – als de grootste boosdoener sinds de barbaren, en nog serieus genomen wordt ook.

Maar wat bezielt een van de meest succesvolle politieke hemelbestormers van de laatste jaren om zich in het zicht van de haven, met tweëentwintig door de opiniepeilingen in het vooruitzicht gestelde zetels, van zijn meest rabiate kant te laten zien? Vond hij dat het nog niet genoeg was en vond hij misschien ook dat de journalisten nog niet genoeg onder de indruk waren van zijn verbale krachtpatserij? Om een voorpagina te halen bij de Volkskrant moet je meer te vertellen hebben dan het recyclen van opgewarmde columns.

Hij besloot er een schepje bovenop te gooien. Was het ijdelheid en een aangeboren neiging om te provoceren die hem verleidden tot zijn gewraakte uitspraak, dat wat hem betrof het snel gedaan was met artikel 1 van de grondwet? Hij wilde het afschaffen, zodat mensen voortaan lekker op elkaar konden gaan schelden zonder dat ze voor elk wissewasje aan de schandpaal hoefden.

Pim Fortuyn denkt dat daar artikel 1 voor is: het verhindert mensen zoals hij, de sprekers van die ene waarheid, om eens flink die ene waarheid te spreken. Maar afschaffen van deze grondwet zou niet alleen betekenen dat het verschil tussen een rechtsstaat en een land dat onderscheid maakt tussen eersteklas en tweedeklas-burgers definitief opgeheven wordt, het ontneemt ook haar inwoners het recht om actie te ondernemen tegen personen die vrijelijk met beschimpingen en racistische uitlatingen strooien.

Het maakt de weg vrij voor apartheid. Maar voor de Zonnekoning is artikel 1 maar een lastig iets, een nagel aan zijn doodskist en je moet bij dat soort van dingen niet te lang over de consequenties nadenken. Weg ermee!

In dezelfde alinea neemt hij het op voor alle mensen die de wereld hartgrondig de waarheid willen zeggen. Voor de mensen die eindelijks eens willen zeggen dat alle Antillianen dieven zijn, alle Surinamers drugsdealers, alle Marokkanen vrouwenverkrachters, alle moslims homohaters, alle calvinisten zeiklaarzen, alle hetero's seksueel gefrustreerden, alle Turken Grijze Wolven, alle asielzoekers fundamentalistische broedplaatsen, alle homo's notoire kontneukers, alle Afrikanen profiteurs, alle Paarsen nietsnutten, alle linkse mensen lamzakken, alle vrouwen slachtoffers, alle joden zielig, zonder daarvoor in de overbevolkte kikkerpoel voor op de vingers getikt te worden. Omleggen van grondartikel 1 reflecteert het diepe verlangen van de patjepeeër om zich kenbaar te maken.

Nu weten de journalisten dat het voortkabbelende borreltafelgesprek een beslissende wending heeft genomen, ja, eindelijk haar ranzige geur heeft gekregen die van de voorpagina af zal stomen. Pim Fortuyn ziet dat ook. Hij hoeft natuurlijk niet meer erbij te zeggen dat hij ook met positieve discriminatie korte metten wil maken. Het is tijd om het bezoek uit te laten en de hondjes te voeren. Politicus worden is nog nooit zo makkelijk geweest.

Abdelkader Benali is schrijver.