Vlagweigeraars

Wantrouw collectieve verontwaardiging; je weet nooit precies wat er achter schuil gaat. Bovendien is deze vorm van quasi unanieme gekrenktheid onderhevig aan vluchtige factoren zoals de waan van de dag of de gemoedstoestand van de gekrenkten. De collectieve verontwaardiging is sterk afhankelijk van het succes en zelfs van het dagsucces. Als deze ontbreken, dan kan de verontwaardiging tot ongekende hoogte aanzwellen. Maar wanneer het geluk begin te stromen, dan smelt de boosheid als sneeuw voor de zon. Zowel in de sportwereld als in het civiele leven treden bijna dezelfde mechanismen op met als kern altijd een flinke portie schijnheiligheid.

Het kan gaan over het niet willen dragen van de nationale vlag tijdens een openingsceremonie. Maar ook over het afschaffen van artikel 1 van de Grondwet. U zult denken: wat heeft dat hier mee te maken? Simpel: beide gaan over ethiek, normen en waarden. En het is juist in deze vijver waarin immateriële onderwerpen drijven die de identiteit raken, dat de mooiste uitingen van collectieve verontwaardiging worden geboren.

Bovendien zijn verkiezingen ook een soort competitie. Stel dat een politicus vlak voor de verkiezingen de vlag van de grondwet plots niet meer wenst te dragen. Als zijn tegenstanders niets van hem hoeven te vrezen halen ze hooguit hun schouders op. Maar als hij een bedreiging vormt voor hun eigen succes, dan wordt het wapen van de collectieve verontwaardiging uit het politieke arsenaal gehaald. De hypocriete concurrenten zullen alles in het werk stellen om de `vlagverzaker' de nek om te draaien. Desnoods met behulp van citaten uit het dagboek van Anne Frank.

De hypocrisie is er niet minder om als het om echte vlagweigeraars gaat, zoals de schaatsers vrijdag bij de opening van de Spelen. Deze jongens en meisjes zijn heus niet uit een kille hemel gevallen die men nooit eerder boven land heeft waargenomen. Ze zijn ras-Nederlanders die een oersport beoefenen waaraan de nationale eigenheid kleeft. Ook zijn ze niet minder dan het product van een zichzelf relativerende natie die haar normen en waarden geleidelijk heeft verschoven. Van weinig renderend patriottisme naar winstgevende speculatiezucht. Van het neuriën van ouderwetse volkslieden tot de lofzang aanheffen van de marktwetten. Schaatsers zijn niet bereid in de kou voor volk en vaderland te sterven omdat ze allereerst sportende zakenmensen zijn. Ze moeten in de eerste plaats succes en medailles behalen die de sleutel zijn om contracten open te breken en premies te incasseren. Ze lachen zich een hoedje om het fabeltje van de koopman en de dominee. Omdat God en vaderland allang gestorven zijn, huist alleen die handelaar nog in hun hart. En zoals bekend zit hun hart op de goede plaats, tegen hun portefeuille aan.

Verwonderlijk in deze context is de snelheid waarmee de collectieve verontwaardiging tegen de vlagweigeraars monstrueuze dimensies aanneemt. De eensgezindheid tegen de landverraders ontbeert realiteitszin. Alsof de saamhorige samenleving van vroeger nooit zijn individuele revolutie heeft gekend. Alsof multinationals van eigen bodem een vaderlandslievend beleid zouden voeren en zich nooit in landen met goedkope arbeidskrachten zouden vestigen ten nadele van de nationale werkgelegenheid. Het toppunt van schijnheiligheid wordt door premier Kok belichaamt die zei zich voor de houding van de vlagloze schaatsers te generen. Maar ik geneer me als Europeaan al weken voor Kok. Hij weigert de vlag van de Europese industrie te dragen in de keus van een nieuw gevechtsvliegtuig. En hij geeft toe dat alleen het geld en de koopcondities gelden en niet het ideaal van de Europese eensgezindheid.

Laten we de boel relativeren zoals het hoort in dit calculerend landje. Al die fiere hoeders van het nationale erfgoed hebben met de eerste successen van Uytdehaage en Groenewold hun lyrische verontwaardiging snel aan de wilgen gehangen. Voorgoed vergeten die vlag: ze hebben zich nu als vrek vol hebzucht op het blinkend goud en zilver gestort.