Vennik en Dijkstal kijken om in wrok

In de jazzmuziek wordt steeds meer teruggeblikt, maar het is zeldzaam als een Nederlandse jazzmusicus op het podium nadrukkelijk naar zijn eigen carrière verwijst. Het gebeurde vrijdag in het BIMhuis waar saxofonist Dick Vennik (61) via VVD-voorman Dijkstal liet weten waardoor begin jaren '80 zijn groep Free Fair + 8 van het toneel was verdwenen.

Alleen als je lid was van de CPN en de verplichte piep-piep-knormuziek maakte kreeg je in die jaren namelijk subsidie, aldus Hans Dijkstal. Hij baseerde zich op een recent interview van Vennik in De Telegraaf dat volgens de saxofonist zeker niet aangedikt, eerder `afgezwakt' in die krant was verschenen. De aanleiding tot deze interessante bewering was het verschijnen van Metal Beauty, een nieuwe cd van Venniks Free Fair. Een groep die in de jaren '74 - '84 regelmatig optrad en later versterkt met een achttal koperblazers drie nooit herperste langspeelplaten maakte.

De woede over het `regime' van destijds leek in het BIMhuis nog volop aanwezig. De vier trompetten en trombones, allemaal geleend van het Metropole Orkest, waarin ook Vennik zelf jarenlang speelde, knalden zó ongenadig hard dat de saxofonist alle zeilen bij moest zetten om zichzelf verstaanbaar te maken. Desondanks kon het niemand ontgaan dat hij nog altijd voortreffelijk speelt in een stijl die de snelheid van Johnny Griffin combineert met de volle toon van wijlen John Coltrane.

Met Napalis, een schallende compositie van pianist Rob van den Broeck, met een ruige solo van trombonist Bart van Lier, de enige overblijver uit de jaren '80, wordt de eigen geschiedenis herdacht. Het thema van de titelsong Metal Beauty met zijn dartele gestopte trompetjes daarentegen verwijst eerder naar Igor Stravinsky. In de uitwerking die daarop volgt gaat die associatie helaas teloor, waardoor je onbedoeld iets gaat begrijpen van de beslissingen van de cultuurpausen van destijds.

Dat arrangeur Vennik en de al even integere componist Van den Broeck destijds buiten de prijzen vielen heeft mogelijk meer met `wal en schip' te maken dan met een doortrapt communistisch complot. Het wachten is nochtans op de bevlogen historicus die zich over deze materie wil buigen. `De CPN en de piep-piep-knorbeweging', is toch een dolle en uitdagende titel?

Voor de Groningse pianist Rein de Graaff (59), die jarenlang samen met Vennik aan het hoofd stond van een kwartet, smaakt de jazzgeschiedenis minder bitter. Hij verkoos het amateur te blijven maar speelde desondanks met bijna iedereen die hij bewonderde sinds hij in zijn jeugd gegrepen werd door de bebop, de jazzstijl die ontstond in de jaren '40. Hij zocht contact met de saxofonisten Dexter Gordon en Lee Konitz, de trompettisten Lee Morgan en Clark Terry en tientallen andere musici wier lp's hij bijna mee kon zingen. Hij eerde ze in een `Stoomcursus Bebop' die in de jaren '87-'97 parallel liep in Utrechtse Vredenburg en de Groningse Oosterpoort.

De Graaff is het terugblikken nog steeds niet zat. Zijn programma `Blue Concept' is gewijd aan de vrijwel vergeten saxofonist en componist Gigi Gryce (1927-1983). De voor deze gelegenheid opgeroepen saxofonist Herb Geller is al zeventig, maar de door De Graaff opgediepte muziek waaronder Smoke Signal uit '55 klinkt nog absoluut niet dood.

Ouwe koek en herinneringen uit een ver verleden, voor een publiek dat er niet bij was is er maar één ding van belang: of die grijsaard op het podium er met smaak van kan verhalen. Dat de Graaff daar dit weekend beter in slaagde dan Vennik had meer met karakter dan muziek te maken: liefde versus gekrenkte trots.

Concerten: Free fair + 8 en het Trio Rein de Graaff met Herb Geller en John Marshall. Gehoord: 8 en 9/2 BIMhuis, Amsterdam.