Toen had je nog winterboeken

Net als echte winters zijn echte winterboeken al lang uit de mode. Winterboeken waren mengsels van verhalen, raadsels en liedjes. In de verhalen was Koning Winter natuurlijk heer en meester. Laat ik die sfeer eens proberen te beschrijven:

,,Het land huivert onder de ijzige adem van de kou. Te midden van de witberijpte weilanden, waartegen de zwermen kraaien extra scherp afsteken, liggen de boerderijen diep weggedoken onder hun besneeuwde daken. In het rivierlandschap lijkt een schilderij van Pieter Breughel tot leven te komen – de grijze hemelkoepel, die zich boven de witte dorpen en de bevroren waterlopen spant; de zwarte silhouetten van schaatsenrijders op het ijs. Tegen de avond komt de zon als een zilveren vlek achter de wolken vandaan en daalt vervolgens als een oranje bol naar de einder af. Dan zwijgen de vogels en vervaagt het licht over de grijze velden, en al gauw zijgt de duisternis op de verkleumde aarde neer.''

Zou ik een winterboek samenstellen, dan ruimde ik zeker een plaatsje in voor Thomas Rosenboom. In de eerste regels van `Gewassen vlees', een originele roman over een decadente burgemeesterszoon uit Workum, doet hij de lezer naar een warme kruik verlangen. ,,De kou drukte als een stempel op het stramme land. Niets bewoog, alleen de lucht, onzichtbaar – de lege bomen stonden stil in de ijzige storm. Oude dauw, bevroren al bij de inval van de vorst, glinsterde op de groene, toch levenloze velden, de gruppen van de ploeg lagen als een fossiel patroon over de akkers. Het was of de kou ook alle tijd tot stilstand had gebracht en schuilen deed in de grond en in de dingen, die, plotseling oud, verstijfden onder zoveel vreemd verleden.''

De omslag van het boek zou de bekende schoolplaat van Koekkoek moeten zijn over wintervogels, met die zwarte merel op de voorgrond.

Hoewel geen winterboek in bovenstaande zin, heeft ook `Hollandse winters' van A.M. Meijerman de lezer veel te bieden. Dit – al lang uitverkochte – boekje staat vol tragische en grappige gegevens over het barre jaargetijde in onze gewesten. Het laat er geen twijfel over bestaan dat een strenge winter vroeger een nationale ramp betekende, met alle ellende van bevriezing, honger en overstromingen van dien. De wegen waren slecht en modderig, en bij regen en sneeuw nagenoeg onbegaanbaar. Boerderijen, en zelfs dorpen, waren soms wekenlang van de buitenwereld afgesloten. Op de eilanden stagneerde de bevoorrading volledig en was de bevolking geheel op zichzelf aangewezen. Tot diep in de achttiende eeuw brandden er in de huizen geen kachels. Maar ook als het haardvuur hoog werd opgestookt, zoals in de land- en grachtenhuizen, dan nog bevroor de inkt soms in de pen. In Friese boerenwoningen beschermden de bewoners zich tegen de kou door de rechtop gezette vloermat om zich heen te slaan. Mensen vroren dood in hun bed, of ze werden als starre poppen langs de weg of in hun slede gevonden. Chirurgijns konden in deze tijd een fortuin verdienen met het afzetten van bevroren ledematen.

Vooral in Friesland waren de spekrijderijen populair, een nogal beschamende vorm van liefdadigheid, waarbij de winnaar van een schaatswedstrijd een zak vol levensmiddelen kon verdienen.

De verhalen over de legendarische wapenfeiten van hardrijders leiden met name in deze provincie een bloeiend bestaan. Ook kwam het daar af en toe tot een handgemeen, als vrachtboten de dunne ijslaag in een vaart vernietigden en de plaatselijke bevolking dit wilde verhinderen.

Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat een Fries de taak op zich heeft genomen om een grondige studie te schrijven over het schaatsen en het schaatsenmaken van de middeleeuwen tot nu. In het onlangs verschenen prachtwerk `Van glis tot klapschaats' (een glis is een benen schaats) staat Wiebe Blauw uitvoerig stil bij alle typen schaatsen die in Nederland zijn ontwikkeld. Dan blijkt dat Friesland bij lange na niet het enige gewest was waar houten schaatsen werden gemaakt.

Over de dood of de duivel die de eenzame schaatser als een schaduw volgt, zal men in dit boek niets horen. Die volksverhalen staan in `Hollandse winters' en in menig oud winterboek opgetekend.

Wiebe Blauw. Van glis tot klapschaats. Van Wijnen, Franeker, E22,50.