Primeur: klavier met instelbaar toucher

Voor het eerst sinds 150 jaar dient zich een mechanische verbetering aan van de piano waar pianisten iets aan hebben. Evert Snel vond een elektro-magnetisch instelbaar klavier uit, waarmee de pianist zelf de aanslagsterkte van de toetsen kan regelen. Niemand hoeft nu nog langer met een concertvleugel de wereld rond te reizen, zoals Vladimir Horowitz deed.

Een piano is geen viool of fluit. Een concertvleugel weegt al gauw zo'n zeshonderd kilo. Die neem je dus als pianist niet zomaar even mee voor een concert. Vladimir Horowitz was een van de weinigen die dat wel deden. Hij kon het zich permitteren om zijn eigen Steinway concertvleugel overal mee naar toe te slepen.

De reden dat Horowitz zo aan zijn eigen piano hechtte, had niet alleen te maken met de sprankelend zangerige toon die hij uit het instrument wist te toveren, maar vooral met het toucher. Hij duwde per toets niet meer dan zo'n 38 gram naar beneden, terwijl het toetsgewicht van de gemiddelde concertvleugel ongeveer 50 gram bedraagt.

Door een uitvinding van pianorestaurateur Evert Snel en oud-Philips-ingenieur Hans Velo zou Horowitz, als hij nog had geleefd, zijn concertvleugel voortaan thuis hebben kunnen laten. Een slimme plaatsing van kleine magneetjes in de toets maakt het pianotoucher variabel.

,,Het gewicht van de hamerkoppen is in de loop der jaren steeds zwaarder geworden'', zegt Evert Snel in zijn werkplaats in Werkhoven. ,,In 1850 woog een hamerkopje van een Erard-piano 6 of 7 gram. In de bas, want een discantkop is een stuk lichter. Een Steinway-baskop weegt tegenwoordig wel tien gram – een toename van 50 tot 75 procent.''

De zwaardere hamerkoppen zijn een gevolg van de behoefte aan steeds meer klank. In de romantiek zochten componisten nadrukkelijk naar de grenzen van de dynamiek. Daardoor veranderde het instrument van een pianoforte in een pianissimofortissimo, de ppp's en fff's wisselden elkaar in steeds hoger tempo af. Beethoven wilde met zijn Sonate Pathétique meer geluid uit de vleugel halen dan de subtiele Scarlatti en de evenwichtige Haydn. Tsjaikovski gebruikte het klavier in de opening van zijn Eerste pianoconcert bijna als slagwerk. Muziek werd bovendien in steeds grotere concertzalen en voor een groeiend publiek gespeeld. De vleugel, en dus ook de hamerkop, groeiden mee met de zaal.

Evert Snel tovert een doos met hamerkoppen tevoorschijn en legt er één op een digitaal weegschaaltje: 9,6 gram. ,,Als je de steel en de roulette erbij optelt – en die zijn allebei natuurlijk aangepast aan de zwaardere koppen – kom je al gauw aan 20 gram. Dit gewicht verhoudt zich tot de toetsdruk als één staat tot vijf. Het speelgewicht loopt daardoor aan de baskant op tot soms wel 100 gram per toets.''

Dat is veel te veel. En om dat te compenseren brengen pianobouwers in de toets kleine stukjes lood aan. Eerst één, later steeds meer. Daardoor neemt de massatraagheid in de toets toe, wat ongunstig uitpakt voor het zogeheten Aufgewicht, het gewicht waarmee de toets uit ingedrukte stand terugkeert. Het Aufgewicht bepaalt in belangrijke mate de snelheid van de toets. En dat wordt door al het lood te klein.

Uit een oud Steinway-toetsenbord dat naakt op een werktafel ligt, plukt Snel één toets. Het toetsenbord wordt verbouwd voor het magneetsysteem. Snel laat de zes ronde stukjes hout zien die binnen in de toets de plaatsen markeren waar ooit het lood zat.

,,Al dat lood moest iedere keer op en neer'', zegt Snel. ,,Het maakt pianotoetsen trager en daar houden pianisten niet van. Hoe sneller de toetsen reageren, hoe meer greep de pianist heeft op zijn instrument.''

Alle lood, bij elkaar een aantal kilo's, is uit de Steinway-toetsen verwijderd en vervangen door piepkleine magneetjes, één aan de voorkant en één aan de achterkant van iedere toets.

Die magneetjes worden aangetrokken of afgestoten door magneetjes die in twee houten lijstjes onder de toetsen liggen. Daar waar de pianist de toets naar beneden drukt zitten twee elkaar aantrekkende magneetjes, aan de andere kant van de balans – waar de toets dus omhooggaat – twee afstotende. Een verandering van de afstand tussen de uiterst krachtige magneetjes beïnvloedt de aantrekkingskracht en daarmee het toetsgewicht.

De magneetjes zijn met een imbussleuteltje iets naar boven of naar beneden te draaien, waardoor de aantrekking en afstoting vergroot of verkleind worden. Zo is het toucher van iedere toets nauwkeurig in te stellen, tot wel twintig procent meer of minder toetsgewicht.

,,Pianist Rian de Waal was onder de indruk'', vertelt Evert Snel. ,,Hij zei: `Ik kan nu wel twee keer zo lang spelen, zonder dat ik forceer.' RSI is ook in de pianistenwereld een veel voorkomend probleem. Dat gaat zo ver dat de meeste pianisten precies weten in welke zalen een zware vleugel staat. Met een aanpasbaar toucher kunnen ze thuis een dag voor het concert alvast wennen aan een zware vleugel.''

In de opslagruimte naast de werkplaats in Werkhoven staat een Fazioli-concertvleugel, waarin het magneetsysteem is ingebouwd. In de zwaarste stand ploegen de vingers zich moeizaam over de toetsen.

Als vervolgens met een sleutel de zes stelschroeven (twee voor de bas, twee voor de discant en twee voor het middengebied) een halve slag worden gedraaid, is het toucher ineens een stuk lichter en dwarrelen de vingers vrolijk over het klavier.

,,De pianowereld is heel conservatief'', zegt Snel. ,,Veranderingen worden altijd met argwaan bekeken. Aanvankelijk heb ik daarom vaak niets gezegd over de magneetjes in de huurvleugels, om te testen of pianisten tevreden waren. Niemand heeft ooit iets negatiefs over het toucher opgemerkt.

,,Een paar weken geleden heeft het Altenberg Trio uit Wenen hier een paar dagen gerepeteerd voor een concert in Doorn. Op de derde dag heb ik het gewone toetsenbord vervangen door magneettoetsen. De pianist voelde dat de aanslag lichter was en vond dat maar niks. Hij was pas tevreden toen ik het toucher weer de zwaarte had gegeven van het oude toetsenbord. Maar toen de piano na het concert terugkwam, zag ik dat hij de toetsen uiteindelijk toch in een lichtere stand had gezet.''

Niet iedere pianist is zo huiverig. Paul Koomen ging onmiddellijk overstag. Met een verwijzing naar het systeem dat de snelle repetitie van tonen mogelijk maakte, zei hij: ,,Dit is de eerste uitvinding waar pianisten iets aan hebben, sinds Erard het dubbelrepetitiemechaniek uitvond.'' Dat mechaniek is anderhalve eeuw oud.