Politiek en afgesloten landhuizen

In Berlijn trekken twee films die zich in afgesloten landhuizen afspelen de aandacht. In `Gosford Park' onderzoekt Robert Altman de Britse klassenverschillen en François Ozons `8 femmes' is een meesterwerk vol dubbele bodems.

Rassenhaat en klassenhaat, de doodstraf in Amerika en de burgeroorlog in Noord-Ierland vormen de politiek-sociaal explosieve ingrediënten van het buitengewoon sterke hoofdprogramma van de 32ste editie van het Berlijnse filmfestival. Een deel van het Engelse politieke establishment maakte zich woedend over het aanwenden van subsidiegeld voor de productie van Bloody Sunday, waarin filmmaker Paul Greengrass in documentaire cinéma vérité-stijl de gebeurtenissen van 30 januari 1972 in Londonderry reconstrueerde tot een fictiefilm over de omstandigheden die leidden tot het openen van het vuur door Britse paratroopers op een grotendeels onbewapende demonstratie voor burgerrechten, met als resultaat dertien doden.

De onafhankelijke Amerikaanse film Monster's Ball, geregisseerd door de van oorsprong Duitse Marc Forster, provoceert extreme reacties, in zijn portret van de liefdeloosheid van drie generaties blanke beulen in het zuiden van de Verenigde Staten. Nadat vader Billy Bob Thornton en zoon Heath Ledger op de elektrische stoel rookwolkjes hebben laten ontsnappen uit de oren van rapper Sean Combs, implodeert de haat en ontstaat er een verrassende toenadering tussen Combs' weduwe Halle Berry en redneck Thornton.

Bloody Sunday en Monster's Ball zijn uitstekende, bekronenswaardige films met een politieke strekking, maar beide worden overschaduwd door twee zeer ouderwetse films in hetzelfde beproefde genre: de thriller in een afgelegen landhuis, waar een moord is gepleegd en een van de aanwezigen de dader moet zijn.

Zowel Gosford Park van Robert Altman, die deze week een speciale Gouden Beer voor zijn hele oeuvre ontvangt, als de gedoodverfde winnaar van de competitie van dit jaar, François Ozons 8 femmes, zijn sterrenspektakels en genre-oefeningen, waarvan de politieke lading minder eenduidig is, maar desondanks wel aanwezig. Ozon (34), die vorig jaar veel succes had met Sous le sable, en al eens Fassbinder eer bewees met de verfilming van een van diens toneelstukken (Gouttes d'eau sur pierres brûlantes) schaart zich met 8 femmes, wederom een expliciete hommage, definitief in de rijen van de grote vrouwenregisseurs: George Cukor, Douglas Sirk, Vincente Minnelli. Hij verzamelde vier Franse supersterren van dit moment (Catherine Deneuve, Isabelle Huppert, Fanny Ardant en Emmanuelle Béart) met een jonge (Virginie Ledoyen), een zeer oude (Danielle Darrieux) en twee minder bekende actrices tot een ensemble in Technicolor. In het obscure toneelstuk uit de jaren zestig draaien acht vrouwenlevens om dat van een onzichtbare man, die aan het begin vermoord wordt door een van de dames. De vrouwen zijn door zware sneeuwval opgesloten in een villa. Niet alleen de sneeuw ziet er bij Ozon uit als filmsneeuw, alles is kunstmatig in dit briljante cinefiele spel met glamour en reputaties.

Elk van de sterren kreeg in de oogverblindende kostumering een eigen kleur, en een eigen liedje, ontleend aan het repertoire van Franse jaren zestig-sterren als Dalida, Sheila en Sylvie Vartan. De kledingstijl is Dior met korset, de choreograaf liet zich inspireren door Marilyn Monroe en Jane Russell in Gentlemen Prefer Blondes. Béart als fataal dienstmeisje lijkt op Brigitte Bardot, Ardant werd gemodelleerd naar Ava Gardner in The Barefoot Contessa en een voluptueuze Deneuve brengt zowel Lana Turner als Elizabeth Taylor in de herinnering. De vechtpartij tussen monstres sacrés Deneuve en Ardant, eindigend in een erotische omhelzing, is maar een van de vele hoogtepunten in een brutaal, zinderend, zinnelijk en via driedubbele bodems feministisch meesterwerk, dat in de eerste week van uitbreng in Frankrijk het succes van Le fabuleux destin d'Amélie Poulain overtrof. Je kunt alleen maar hopen dat in minder cinefiele streken zo'n stijloefening in even vruchtbare aarde valt.

Ook Robert Altman (76) laat in een villa (Engeland, 1932) onder leiding van inspecteur Stephen Fry bedienden en gasten van een jachtpartij onderling uitzoeken wie de heer des huizes heeft vermoord. Voor de Amerikaan Altman is vooral het klassenverschil tussen upstairs (Kristin Scott Thomas, Jeremy Northam, Michael Gambon) en downstairs (Alan Bates, Derek Jacobi, Helen Mirren) de absurde motor van de handeling, in gang gezet door de verwondering van een andere gast, een Hollywoodproducent (Bob Balaban). Het resultaat is een van Altmans beste films sinds A Wedding en Short Cuts, een ingenieus ensemblestuk en, net als 8 femmes, bovenal een charade. Er wordt zelfs ook gezongen in Gosford Park, ter maskering van de moord en tot vermaak van de stiekem meeluisterende bedienden, aan de piano in de salon door Jeremy Northam, die de echt bestaande Engelse filmster en liedjesschrijver Ivor Novello speelt. Wie weet nog dat hij in The Lodger van Hitchcock te zien was? Altmans bewonderaar Bertrand Tavernier, die in Berlijn een door Short Cuts geïnspireerde film over de Franse filmindustrie in de Tweede Wereldoorlog (Laissez-passer) presenteerde verzuchtte al een dag eerder, dat het gebrek aan historische kennis van een groot deel van het bioscooppubliek het onmogelijk maakt om nog genuanceerde kostuumfilms te maken. Behalve als die kostuums de hoofdrol spelen, zo bewijst de jonge supercinefiel François Ozon, met 8 femmes, een superfilm zoals je ze eerder in Cannes dan in Berlijn zou verwachten.