Open darmen

Onze uitgebreide pleewoordenschat, zo schreef ik onlangs, is ontstaan door schaamte en humor. Die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Want wat is er leuker dan grappen maken over dingen die gevoelig liggen?

Zonder twijfel is poep- en pieshumor zo oud als de mensheid (,,Zegt Adam tegen Eva: ken je die mop van die drol die ...), maar in het Nederlandse taalgebied lijkt het coprofiele genre zijn hoogtepunt te hebben bereikt in de 17de eeuw. Althans, ik zie een boek als De doorluchtige daden van Jan Stront, opgedragen aen het kackhuys, in onze tijd niet gauw meer ontstaan. Het eerste deel van deze pornografische roman verscheen in 1684, het tweede deel in 1696. Onlangs verscheen een uitstekende, geannoteerde hertaling (door Inger Leemans), die ik iedereen van harte kan aanbevelen, al was het maar om kennis te nemen van het scabreuze taalgebruik in de Gouden Eeuw.

Een humoristische aanduiding voor `wc' die al uit 1520 dateert, is kasteel van Portugal. Men speelde hier met poort in de betekenis `aars'. Vandaar ook naar Portugal gaan voor `naar de wc gaan', Portugalsbriefje voor `wc-papier' en Portugaalse vijgen voor `drek of `stront'. Kasteel van Portugal is sinds lang verouderd, maar volgens een Vlaamse lezer wordt de wc in Vlaanderen soms kasteeltje van nooddruftigheid genoemd.

Naast Portugal heb ik nog één geografisch pleesynoniem gevonden en dat is Balkan. Dit werd of wordt op de Koninklijke Militaire Academie in Breda gebruikt. In zijn Woordenboek van Jan Soldaat (1980) geeft Henk Salleveldt als toelichting: ,,Oorspronkelijk een cadettenwoord: de Balkan noemde men de uitbouw aan het Academiegebouw, waarin zich de toiletten bevonden, zinspelend op de ideeën uitbouw, koude en rotzooi. Anderen zeggen, dat de veldlatrine oorspronkelijk zo werd genoemd, omdat men daarop met zijn rug tegen de balk an zat.''

Van geografische namen is het een kleine stap naar eigennamen, want ook die vinden we volop onder de pleesynoniemen. De bron is hier verlegenheid. Menigeen kondigt aan even naar de wc te gaan, en wat klinkt er nou neutraler dan bijvoorbeeld: ,,Ik ga even naar tante Meijer?'' In de naslagwerken zijn verder te vinden tante Betje, tante Kee, tante Keja, tante Lot(je), tante Marie (of Maria) en tante Suze (of Su). Uit de inzendingen van lezers blijkt dat tante Lotje nog relatief vaak wordt gebruikt.

Overigens komen we de `pleetantes' in verschillende talen tegen. De Duitsers gaan zu Tante Meijer, de Denen naar Madam Meijer of Madam Soerensen, de Engelsen zeggen to see ones aunt, de Fransen aller chez sa tante, en een bepaald type mannen (doorgaans ooms met krulsnor) vinden het leuk om aan te kondigen ,,ik ga mijn zwager even een hand geven''. Overigens moet u achter die eigennamen niks zoeken: het gaat gewoon om veelvoorkomende namen, hoewel is gesuggereerd dat bij tante Meijer het Jiddische meijer een rol speelt. Dat betekent `honderd' en daarmee zou dit een toespeling kunnen zijn op kamer honderd, wéér een andere benaming voor `de plaats waar zelfs de keizer te voet gaat'.

Tot slot nog een benaming die veel lezers leerden kennen op verkennerskampen: HUDO. ,,Na aankomst legde iedere patrouille zijn eigen kampeerplek aan'', aldus een voormalige padvinder. ,,De leiders zorgden intussen voor een HUDO. Hiervoor zocht men vier jonge bomen, min of meer in een vierkant, waartussen zeilen aan touwen werden opgehangen. In de zo verkregen ruimte groef men een diepe kuil met daar overheen een balk waarop men kon gaan zitten. Ernaast stond een schep waarmee men na gedane arbeid zand in de kuil kon gooien. Verder werd de kuil ontsmet met lysol. Het was natuurlijk zaak om niet zelf in de kuil te vallen. Volgens de hopman was HUDO een afkorting van `Houdt Uw Darmen Open'. Zelf geloof ik eerder dat het is afgeleid van hurkdoos.''

Van plee, via Portugal, naar open padvindersdarmen, het wordt tijd voor iets prinsesselijks, waarover volgende week meer.

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl. Voor een samenvatting zie op vrijdag www.nrc.nl