Nederland staat alleen, maar ziet steun groeien

Nederland wil een besluit over uitbreiding van de Europese Unie koppelen aan hervorming van het landbouwbeleid. Daarin staat het alleen, vooralsnog.

,,We zijn tot de tanden toe gewapend.'' Minister Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken) klinkt heldhaftig als hij vertelt hoe het Nederlandse standpunt over de uitbreiding van de Europese Unie wordt verkondigd. Hij kan soldatenmoed gebruiken, want voorlopig staat Nederland binnen de EU geheel alleen. Zó alleen, dat de Spaanse minister Josep Piqué, het Nederlandse standpunt niet eens noemde toen hij het afgelopen weekeinde verslag deed van informeel overleg van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken.

Piqué zei vrijdagavond als voorzitter van de EU-ministers in het Spaanse Cáceres dat niemand een verband legde tussen onderhandelingen over de EU-uitbreiding en hervorming van het Europese landbouwbeleid. Minister Van Aartsen was op dat ogenblik niet bij zijn Europese collega's aanwezig en kon hem daarom niet corrigeren. Hij was in Den Haag opgehouden door het kabinetsberaad over deelname aan het programma voor het Amerikaanse gevechtsvliegtuig, Joint Fight Striker. Per brief had hij Piqué meegedeeld welk verband Nederland legt tussen uitbreiding van de EU en hervorming van de landbouw. ,,Geen commentaar'', zei de Spaanse minister toen hem naar die brief gevraagd werd.

Verbaasde diplomaten vroegen zich af waarom staatssecretaris Dick Benschop (Europese Zaken) niet als plaatsvervanger van Van Aartsen naar Cáceres was gekomen. Hij had de taak op zich kunnen nemen om de ministers van het Nederlandse standpunt te overtuigen. Van Aartsen afgelopen zaterdag, nadat hij vrijdagavond, toen de discussie over de EU-uitbreiding al voorbij was, in Cáceres was gearriveerd: ,,Een vervanger ligt niet voor de hand bij een informele bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken.''

Hij voegde eraan toe dat het overbodig was geweest om hem te vervangen, omdat alle EU-landen uitstekend op de hoogte waren van het Nederlandse standpunt. Bovendien was er volgens hem onder leiding van Piqué alleen maar ,,vriendelijk'' gepraat en ging het niet om het innemen van definitieve standpunten.

De Nederlandse regering wil dat boeren van nieuwe EU-lidstaten geen recht moeten krijgen op inkomenssteun, zoals hun collega's in de huidige EU krijgen. Als de nieuwe lidstaten wel inkomenssteun krijgen, wil Nederland daar volgens Van Aartsen slechts mee akkoord gaan wanneer tegelijk afgesproken wordt om in de hele EU inkomenssteun voor boeren geleidelijk af te schaffen. De EU streeft ernaar om onderhandelingen over toetreding met tien kandidaat-lidstaten aan het einde van dit jaar af te sluiten. Van Aartsen heeft zijn collega Piqué schriftelijk meegedeeld uiterlijk in december van dit jaar een besluit van de Europese regeringsleiders over de afschaffing van de inkomenssteun voor boeren te willen.

De Nederlandse minister zei zaterdag de indruk te hebben dat zich binnen de EU ,,steun ontwikkelt'' voor het Nederlandse standpunt. ,,Het Verenigd Koninkrijk en Zweden staan van nature positief tegenover deze ideeën'', meende hij. Zijn Britse collega, Jack Straw, zei in Cáceres inderdaad voorstander van hervorming van het Europese landbouwbeleid te zijn. Maar hij voegde eraan toe deze zaak niet in relatie te willen brengen met de onderhandelingen over de EU-uitbreiding. De Zweedse minister Anna Lindh nam hetzelfde standpunt in.

De Duitse minister, Joschka Fischer, kwam ook niet met steun voor de Nederlandse positie. Nederland had op Duitse steun gehoopt. De Duitse regering heeft net als de Nederlandse de zorg op lange termijn hoge kosten van de EU-uitbreiding te moeten dragen. Fischer stelde zich in Cáceres echter behoedzaam op. Hij wil meer duidelijkheid hebben over de financiële gevolgen op lange termijn van het voorstel van de Europese Commissie om boeren van nieuwe lidstaten inkomenssteun te geven. ,,Alles wordt extreem duur als het huidige systeem van landbouwsteun wordt voortgezet. De vraag komt dan: wie betaalt het'', zei hij.

De Duitse regering vindt de Nederlandse gedachte niet slecht om eind van dit jaar tot geleidelijke afschaffing van de inkomenssteun voor boeren te besluiten. Maar Duitsland kan zich slecht voorstellen dat de Europese regeringsleiders hierover dit jaar een akkoord kunnen bereiken. Daarom ziet Duitsland het niet zitten om de afsluiting van onderhandelingen over toetreding van nieuwe landen tot de EU van zo'n akkoord afhankelijk te maken. Duitsland wil er ook niet van beschuldigd worden een nieuwe barrière op te werpen bij de onderhandelingen met de tien kandidaat-lidstaten in Oost-Europa, alsmede Cyprus en Malta.

De Franse minister, Hubert Védrine, vertelde zijn EU-collega's dat zijn land niet wil praten over welke verandering dan ook bij de inkomenssteun voor boeren. Franse diplomaten zeiden dat bij de onderhandelingen over de EU-uitbreiding ,,het uur der waarheid'' gekomen is. Frankrijk is er de afgelopen jaren dikwijls van beschuldigd de EU-uitbreiding te willen uitstellen. ,,Nu blijkt de hypocrisie van andere landen. Die maken moeilijkheden zodra ze zien dat ze opofferingen moeten doen'', zei een Franse diplomaat.

Van Aartsen toonde zich niet onder de indruk van het gebrek aan Duitse en Franse steun. Het heeft volgens hem allemaal te maken met Franse en Duitse verkiezingen dit jaar. Pas als die voorbij zijn zullen deze landen volgens hem hun werkelijke meningen vertellen. De Franse verkiezingen zijn dit voorjaar, de Duitse eind september. Pas eind november zal er een nieuwe regering in Berlijn zijn om mee te onderhandelen.

Toch kan een akkoord over verandering van het landbouwbeleid en afsluiting van onderhandelingen met kandidaat-landen voor het einde van dit jaar rond zijn, zei Van Aartsen. Alle EU-landen houden officieel aan dat tijdpad voor de kandidaat-lidstaten vast. Maar diplomaten zeggen vertrouwelijk zich niet voor te kunnen stellen dat de zaken in zo korte tijd geregeld kunnen worden. Zij gaan ervan uit dat de kandidaat-lidstaten nog enkele maanden extra geduld zullen moeten hebben en dat de onderhandelingen met hen pas in de loop van volgend voorjaar worden afgesloten.