Mormon City

Het is wennen voor de Hollanders: rock- in plaats van blaasmuziek in de ijshal. In een poging een paar duizend Hollandse en een paar honderd Amerikaanse toeschouwers een opwindende schaatsmiddag te bezorgen, klonk er onafgebroken rockmuziek door de Olympic Oval.

Snerpende gitaren en bonkende bassen denderden door de `fabriekshal' in Salt Lake City. De omroeper voorzag de wedstrijden van commentaar, terwijl op een lichtbord teksten als Make more noise en Great race flitsten. De schreewlelijk aan de microfoon legde uit dat de binnenste van de drie banen niet voor de race maar voor de opwarming werd gebruikt. Hij vertelde dat schaatser Bart Veldkamp een bril droeg omdat hij zo hard schaatste dat de tegenwind tranen in zijn ogen kon veroorzaken. Tijdens de dweilpauzes klom de schreeuwlelijk op de tribune en vroeg hij het publiek zoveel mogelijk lawaai te maken. Degene die daar het best in slaagde, werd geïnterviewd in het zicht van de lokale tv-camera. Een mevrouw uit Texas werd wild van opwinding en schreeuwde bijna het dak van de ijshal af toen ze microfoon en camera op zich gericht wist. Op de eretribune keken heren als Kofi Annan en Ruud Lubbers toe. Dit was de sfeer die Amerikanen graag bij sport willen: sport als een opgeblazen show, sport met opgepompt lawaai. Terwijl oud-olympisch kampioen Bonnie Blair met een slapend kind op haar schoot tijdens de huldiging van de winnaars haar `zilveren' landgenoot Derek Parra minutenlang ,,great, you're great'' toekrijste, stond Ard Schenk – een van de grootste schaatsers aller tijden – met zijn hoofd te schudden. Hij wil graag dat schaatsen een mondiale sport wordt, maar schaatsen in Amerika? Dan toch liever het carnaval van Thialf. Of niet, Ard?