Met of zonder de Talibaan, de burqa blijft gewild

De val van de streng religieuze Talibaan-beweging betekent niet het einde van de burqa. Ook in Pakistan bedekken veel Pathaanse vrouwen zich van top tot teen.

De Talibaan mogen dan uit het zadel zijn geworpen in buurland Afghanistan, de 44-jarige kleermaker Mohammad Azam gaat elke ochtend met plezier naar zijn werk in Rawalpindi. Al 25 jaar lang maakt hij burqa's. Die allesverhullende kleding werd het symbool van vrouwenonderdrukking onder de Talibaan, maar behoort in feite tot het traditionele cultuurpatroon van de Pathanen in Afghanistan én Pakistan.

De burqa is op het gebied van kleding de meest extreme vorm van `purdah', de aan de koran ontleende regels voor afzondering tussen vrouwen en mannen die ook in Pakistan strikt worden nageleefd. Slechts weinig vrouwen in Islamabad zullen zich buitenshuis begeven zonder dupatta of chadar die hun hals en borsten extra bedekt. Sommige vrouwen trekken de sjaal over hun hoofd om de haren te bedekken als ze met `vreemde' mannen in contact komen. Anderen gaan vrijwel geheel gesluierd over straat.

Maar de burqa is allesverhullend, van top tot teen. Zelfs de donkere ogen van de draagster zijn door een geborduurd lapje stof met gaatjes onttrokken aan blikken van voorbijgangers. Zij ziet meer van de buitenwereld dan de buitenwereld van haar. Sommigen verdedigen de burqa daarom als het perfecte kledingstuk om een vrouw vrijheid te geven te gaan en te staan in een door `purdah' geregeerde samenleving. Dat neemt niet weg dat de burqa vooral wordt gedragen op het platteland en in een stad als Peshawar, waar Pathaanse tradities nog sterk leven. Kleermaker Azam haalt zijn schouders op. ,,De burqa behoort nu eenmaal tot onze Pathaanse cultuur'' zegt hij. ,,Mijn vrouw draagt er ook een als zij het huis uit gaat.''

In de nauwe straatjes van de Raja Bazar in Rawalpindi, waar tientallen kleermakers hun lappen stoffen voor hun winkels hebben opgehangen, kun je zijden trouwjurken en elegante uitgaanskleding kopen, maar ook eenvoudige rechttoe-rechtaan gewaden van kunststof. Hoe kleurrijk en gevarieerd de dameskleding ook is, ze bestaat altijd uit een wijde, lange broek met daarover een lange jurk tot op de knieën en een daarbij behorende sjaal.

In een zijsteegje is het atelier waar Azam en zijn vijf collega's hun burqa's maken. Azam zit in kleermakerszit op een matje op de betonnen vloer, gekleed in een witte, mannelijke variant van de `shalwar kameez', eveneens een wijde broek met een hemd tot op de knieën. Die kleding werd in de jaren zeventig geïntroduceerd door premier Zulfikar Ali Bhutto en werd door diens opvolger, generaal Zia-ul-Haq, verplicht gesteld voor ambtenaren als `islamitische' kleding. Je kunt er gemakkelijk mee op de grond knielen om te bidden.

Behendig knipt kleermaker Azam strookjes uit een lap stof en legt die op een laag tafeltje voor hem. Een leerlingkleermaker van een jaar of zestien tegenover hem heeft een strijkbout in de hand en brengt een keurige vouw aan in de uitgeknipte patronen. De ruimte waarin zij werken is ongeveer twee bij drie meter. Naast hen in de smalle, schaars verlichte gang klinkt het gezoem van naaimachines. Daar worden de uitgeknipte lapjes en stukken aan elkaar genaaid.

Een kleermaker kan een eenvoudige burqa in ongeveer drie uur in elkaar zetten, legt Azam uit. Maar aan een duurder model met subtiele stiksels hebben vier man een aantal dagen werk. Eén knipt de patronen uit, een ander maakt het hoofdgedeelte en weer een ander stikt de delen aan elkaar. Het borduursel wordt door vrouwen thuis gedaan. Zo'n burqa kost al gauw duizend rupees, ongeveer veertig gulden. Azam verdient als `meesterkleermaker' ongeveer 10.000 rupees (400 gulden) in de maand. ,,Een goed salaris'', zegt hij. Volgens hem is de vraag naar burqa's wel afgenomen in vergelijking met een jaar of tien geleden. ,,Mensen worden nu eenmaal moderner'', zegt hij. Maar gelukkig komen er de laatste tijd steeds meer Europese toeristen bij hem kopen. ,,Ik weet ook niet wat ze er mee willen'', zegt hij.