Lenig als een kat over de piste

Op het koningsnummer van de Winterspelen heerste bijna vanzelfsprekend een Oostenrijker. Toch won niet favoriet Stephan Eberharter de olympische titel op de afdaling in Snow Basin, maar zijn landgenoot Fritz Strobl. Een introverte man die skiet op gevoel.

Een 29-jarige zwijgzame boerenzoon uit de Lienzer Dolomieten bedwong tot verrassing van vooral zichzelf de onheilspellende afdaling van de Grizzly in Snow Basin als snelste. Fritz Strobel – 's zomers van beroep politieman in Hallein en 's winters beroepsskiër – stortte zich met een bewonderenswaardige beheersing en technische vaardigheid van de helling in Snow Basin. Strobl wint sinds zijn vroege jeugd regelmatig wedstrijden, wordt vaak tweede, derde en vierde, maar een wereldtitel of zoals gisteren een olympische titel had hij nog niet aan zijn prijzenverzameling kunnen toevoegen.

Het was, zoals de Oostenrijkers zeggen, Kaiserwetter tijdens het koningsnummer van de Winterspelen. In het licht van een felle zon en onder een blauw firmament lag de olympische helling klaar om genomen te worden door de men of madness. Met favoriet Stephan Eberharter voorop leek de vierkoppige Oostenrijkse afvaardiging klaar om alle drie beschikbare medailles te veroveren. Skiërs die weliswaar wat betreft faam en naam geen van allen tot de verbeelding spreken, maar goed genoeg zijn om de buitenlandse concurrentie zoals in de afgelopen serie wereldbekerwedstrijden voor te blijven.

Deze Oostenrijkse skiërs hebben zeker niet de uitstraling van Hermann Maier, de Oostenrijkse afgod en durfal die in het najaar bij een motorongeluk zwaar gewond raakte. Dat is die man die vier jaar geleden op de Winterspelen van Nagano tijdens de afdaling uit koers raakte, vervolgens als door een katapult werd afgeschoten en pas na het doorsnijden van twee vangnetten tot stilstand kwam, overeind krabbelde, op een brancard onder een helikopter werd afgevoerd om een paar dagen later (met een lijf vol bruisende adrenaline en pijnstillers) alsnog een olympische titel op zowel de Super G als de reuzenslalom te winnen. Even leek het erop dat deze winter Maier zich alsnog zou plaatsen voor de Winterspelen van Salt Lake City, maar het herstel na het motorongeluk ging net niet snel genoeg. Maier bleef thuis.

Het is nog maar de vraag of de flamboyante metselaar Maier, die door zijn spectaculaire stijl wel de Herminator wordt genoemd, zich had kunnen plaatsen voor de olympische afdalingsploeg. De concurrentie in deze skinatie is zo groot dat tot een paar dagen voor de olympische wedstrijd nog moest worden gestreden om drie van de vier startplaatsen. Alleen Eberharter was zeker van een startbewijs. Zeven anderen, onder wie Strobl, dienden afgelopen vrijdag en zaterdag in twee trainingswedstrijden uit te maken wie de gelukkigen zouden zijn. Naast Strobl plaatsen zich nog Greber en Gruber.

Wereldkampioen Hannes Trinkl haalde het evenals Kroll, Schifferer en Knauss niet, en kon (mede omdat hij alleen voor de afdeling in aanmerking kwam) onverrichter ter zake naar huis. Gisteren pakte hij teleurgesteld, maar zonder protest, zijn koffers.

De harde concurrentiestrijd in Oostenrijk, zo vlak voor de belangrijkste afdaling van het jaar, had geen nadelige gevolgen voor de skiërs. Skiërs klagen niet zoals schaatsers. Ze doen wat ze moeten doen en storten zich als het moet – en hun spieren en gewrichten het toelaten – elke dag met doodsverachting van de hellingen. Geen helling is hun te steil, geen snelheid te hoog. Dat is de afgelopen maanden wel gebleken toen de ene na de andere skiër (en skister, zoals de verongelukte Cavagnoud) onderuit ging en gewond raakte. Josef Strobl (geen familie van Fritz) bijvoorbeeld. Bij een sprong scheurde hij zijn kniepezen, zo groot was de kracht die zijn benen moesten ontwikkelen om de ski's in de lucht te kunnen controleren.

Snelheden van meer dan 120 kilometer per uur zijn niet uitzonderlijk. Zeker sinds de intrede van de carveski's (getailleerde ski's). Om beter grip op de sneeuwlaag te kunnen hebben, zijn de kanten van de ski's messcherp geslepen. Zo scherp vaak dat wanneer de skiër uit de bocht vliegt de vangnetten worden doorgesneden. Hellingen als de Grizzly in Snow Basin en die van de Hahnenkamm in Kitzbühel vereisen naast enorme spierkracht een perfecte techniek en zelfheeersing. Dat Strobl uiteindelijk de snelste was, vóór de 31-jarige Noorse routinier Lasse Kjus en Eberharter, was voor de Oostenrijkse afdalerstrainer Robert Trenkwalder geen verrassing. ,,Strobl is de rust zelve, hij is geduldig en onverschillig. Hij skiet niet spectaculair, juist economisch. Hij vertrouwt op zijn gevoel. Hij past zich aan de omstandigheden aan. Geen onvolkomenheid of plotseling obstakel kan hem verassen, omdat hij met gevoel skiet. Hij glijdt als een kat over de piste, lenig, behendig en alert.''

Strobl, die al vanaf zijn vierde op ski's staat, is een introverte skiër. Hij is het tegenovergestelde van de extraverte, wilde Maier die zich zonder vrees, als het ware schreeuwend, vooral vertrouwend op zijn spierkracht naar beneden stort. Aan Strobl (1 meter 85 lang, 92 kilo zwaar) zie je nauwelijks dat hij hard gaat. Onverstoorbaar gleed hij door de Hibernation Hole op weg naar de Arrowhead Jump, langs Three Toes, over de Muzzle Loader Jump, door de Slingshot, over de Buffalo Jump om dan met volle snelheid (zo'n 125 kilometer per uur) in het gat naar de finish te glijden. Daar werd hij opgewacht door honderden trouwe Oostenrijkers en door duizenden hysterische Amerikanen die al schreeuwden toen ze een voorskiër naar beneden zagen komen en hem aanzagen voor een wedstrijdskiër.

De vergelijking met de Streiff op de Hahnenkamm in Kitzbühel, wel de moeilijkste aller hellingen genoemd waarop Strobl in 1996 en 1997 de afdaling won, drong zich op. Maar zowel Strobl als Eberharter meende dat de Grizzly in Snow Basin veel weg had van de helling in St.Moritz, waar de Oostenrijkse ploeg voorafgaande aan de Winterspelen haar trainingskamp had opgeslagen. Strobl: ,,Ik voelde me meteen thuis hier.'' En Eberharter: ,,Een achtbaan was het. Het was alsof het bekend terrein was.'' De favoriet was niet teleurgesteld. ,,Ik heb al een bronzen medaille. Ik kan nu nog twee gouden medailles halen, op de Super G en de reuzenslalom.'' Hij gunde Strobl de titel: ,,Wie zo rustig en beheerst skiet als Fritz vandaag, hoort te winnen.''

Het flegma van de politieagent uit Hallein hield ook stand nadat bekend was geworden dat hij de gouden medaille had gewonnen. ,,Ik had niet op een medaille gerekend'', vertelde Strobl aandoenlijk. ,,Ik wilde gewoon zo goed mogelijk skiën. Daar gaat het bij mij altijd om. En dat is me gelukt.''

Dankzij Strobl werd de beste skinatie voor het eerst sinds tien jaar weer verblijd met een winnaar op de olympische afdaling. In Lillehammer won de Amerikaan Moe, in Nagano de Fransman Cretier en gisteren dan de Oostenrijker Strobl – drie outsiders achterelkaar.

De kans dat de dit seizoen weer ongenaakbare Oostenrijkse skiërs ook een gouden medaille halen op de vier komende onderdelen is groot. De concurrentie van de Zwitsers, Fransen, Italianen, Duitsers en Amerikanen is minder groot dan in andere jaren. Alleen de Noren met de routiniers Kjus (gisteren tweede) en Aamodt (vierde) zijn geduchte rivalen. Kjus (vorig jaar ook al tweede) heeft na de olympische afdaling in Snow Basin al veertien medailles op wereldkampioenschappen en Winterspelen behaald, Aamodt staat nog op vijftien. Twee skiërs die net als Fritz Strobl een perfecte techniek paren aan flegma. Angst hebben ze zelden. Sterker nog: ze gaan het gevecht aan, niet met hun concurrenten maar met de gevaren die ze op hun ski's tegenkomen. Het voortdurende gevecht maakt hen sterk en onverschrokken – en de skisport zo fascinerend.