Het onvervulde leven van een overbodige royal

Haar officiële leven hield op toen ze achttien werd. In dat jaar, 1948, kreeg haar oudere en serieuzere zus Elizabeth een zoon en was prinses Margaret niet langer de Britse reserve-koningin. Tot haar dood, die afgelopen zaterdag op 71-jarige leeftijd na haar vierde of vijfde hersenbloeding niet onverwacht kwam, heeft ze geprobeerd dat vacuüm te vullen: met zeker drie liefdes, die mislukten, met een meer dan plichtmatige belangstelling voor ballet, beeldende kunst en achtergestelde kinderen, met zestig Chesterfield-sigaretten per dag, met feesten, flirten en extravagante kleding, en met de kruiswoordpuzzel van The Times, die ze steevast vóór het middaguur af had, want dan was het weer tijd voor cocktails.

,,Wat zou het land een gezellige koningin hebben gehad als Elizabeth onder de spreekwoordelijke bus zou zijn gekomen'', speculeerde een enkeling oneerbiedig. Het land vraagt zich wel af of het leven van prinses Margaret zin heeft gehad. Niet echt, zeiden haar biograaf en een goede vriend. Ze was namelijk een tikje te slim en te geestig voor haar station in life, de rol van overbodige royal. Zeker wel, zeiden anderen, onder wie George Carey, scheidend aartsbisschop van Canterbury, in een vraaggesprek dat was opgenomen vóór Margarets dood waarin hij al in de verleden tijd over haar spreekt. ,,Haar leven was niet onvervuld'', zei hij, ,,want ze had gekozen voor die loyaliteit aan haar zuster en haar toewijding aan de liefdadigheid. Maar er was natuurlijk droefenis'', erkende Carey.

Die `droefenis' had Margaret mede te wijten aan de anglicaanse kerk, die voorkwam dat ze kon trouwen met de man op wie ze sinds haar veertiende verliefd was: Peter Townsend, een Spitfire-piloot en adjudant van haar vader, koning George VI. Maar de veel oudere Townsend was gescheiden en geen aristocraat. Haar vader, die in 1952 stierf, zou geen bezwaar hebben gehad tegen een huwelijk. Maar de kerk, de regering en de adviseurs van haar zus Elizabeth, die als koningin en hoofd van de kerk formeel toestemming moest geven, wel.

Negen jaar duurde de affaire, waarvan de laatste paar in het licht van de mediaschijnwerpers. In oktober 1955 nam Margaret zelf haar besluit. Ze zou niet met Townsend trouwen omdat haar plicht aan kroon en rijk vóórging, liet ze weten. ,,Onze gevoelens voor elkaar waren onveranderd'', zei Townsend later, ,,maar ze zadelden ons op met zo'n zware last, dat we besloten ze te laten rusten.''

De overgave waarmee ze zich daarna in het Londense society-leven stortte, is een vlucht genoemd. Ze kwam er de fotograaf Anthony Armstrong-Jones tegen, met wie ze in 1960 trouwde. Ze leek gelukkig en kreeg twee kinderen. Maar het huwelijk mislukte, onder meer omdat de Earl of Snowdon, zoals haar man officieel heette, steeds minder overweg kon met zijn half-koninklijke status. Voor haar moet het niet anders geweest zijn. ,,Mijn kinderen zijn geen royals'', zei Margaret. ,,Alleen is de koningin toevallig hun tante.'' In 1976 scheidde ze, waarmee ze naast het dilemma tussen plicht en liefde een nieuwe trend vestigde bij de Windsors.

Echt gelukkig is Margaret niet meer geweest, zeggen haar vrienden. Ze kreeg kwaaltjes en kwalen. Ze rookte stug door, ook na een longoperatie en bracht veel tijd door in haar villa op het Caraïbische eiland Moustique, waar ze in 1998 haar eerste hersenbloeding kreeg. Vorig jaar verscheen ze voor het laatst in het openbaar, op de 101ste verjaardag van de Queen Mum, in een rolstoel en met een donkere bril op.

Met haar rol had ze aan het eind van haar leven meer vrede. Ze was een actieve voorzitter van het Royal Ballet en de kinderbescherming. Maar die rol moest ze zelf uitvinden, want voor de tweede royal is nu eenmaal geen officiële functie. Harry, de tweede zoon van prins Charles, moet daarom nu al oppassen niet in dezelfde val te stappen, waarschuwen sommigen.