Haenchen voelt mee met Mahler

Nu Hartmut Haenchen dit weekend ook de `symfonie in gezangen' Das Lied von der Erde aan zijn driejarige Mahlercyclus bij het Nederlands Philharmonisch Orkest heeft toegevoegd, is het aftellen begonnen. In mei dirigeert Haenchen met de Negende zijn laatste symfonie van Mahler als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest. In september wordt deze gevolgd door de monumentale Achtste symfonie, waarmee Haenchen zijn onvergetelijke Mahler-cyclus als gastdirigent besluit.

Niet alleen deze Mahler-cyclus als zodanig verdient alle lof. Ook de wijze waarop Mahlers werken in de serie `Mahler-Wenen-Amsterdam' in een kader zijn geplaatst, zorgt voor talrijke verassende inzichten. Bijzonder eigenaardig bleek bij voorbeeld het als voorafje tot Das Lied von der Erde gespeelde Scherzo uit de Symfonie in E van Mahlers hypergetalenteerde, jong gestorven studiegenoot Hans Rott (1858-1884), waarin eigenlijk elke maat wel op een of andere manier naar Mahlers latere werken vooruitwijst.

In zijn serie boekjes met `fictieve brieven' van Mahler, laat Haenchen de componist Das Lied von der Erde omschrijven als `een creatie in het licht van de dood'. Die omschrijving slaat op meer dan Mahlers rouw om de dood van zijn kleuterdochtertje Maria Anna. De weemoedige middeleeuwse Chinese poëzie verheerlijkt het aardse als abstractum, en vervoert de luisteraar zo naar gene zijde van leven en dood. Jeugd, schoonheid, eenzaamheid, dionysische extase, afscheid - alles wat ontstaat is waard dat het te gronde gaat.

Hartmut Haenchen sprak zich in deze krant eerder uit over zijn verregaande identificatie met Gustav Mahler. De zeer persoonlijke Mahler-stijl die van die houding het gevolg is, en waarvan de fictieve brieven het tastbare resultaat zijn, maakte zaterdagavond van zijn visie op Das Lied von der Erde een aangrijpend muzikaal statement, waarin het lange slotlied Der Abschied zich liet beluisteren als sleutellied.

Strikt muzikaal gesproken benadert Haenchen Das Lied von der Erde met een inmiddels vertrouwde rijkdom aan contrasten. Het Nederlands Philharmonisch Orkest is hoorbaar ervaren met Haenchens Mahler-stijl, waardoor in de ritmiek zeldzame staaltjes van gecontroleerde vrijheid werden bereikt. Dat Haenchen op vleugels van die vertrouwdheid heel ver komt in buitenmuzikale zeggingskracht, bleek in elk van de zes liederen. De orkestrale climax die klonk onder de door tenor Robert Dean Smith dapper en krachtig bezongen `ijdelheid der aarde' in Das Trinklied vom Jammer der Erde was veelzeggend. Indrukwekkend was ook de onomwonden helderheid waarmee Haenchen in Von der Jugend treffend de kinderwereld evoceerde. Slechts het spiegelend wateroppervlak wekte hier geraffineerd de suggestie van méér diepgang, doordat de lucide orkestklank een moment lang door een uitgesponnen legato werd vertroebeld.

Hoewel ook mezzo Birgitta Svendén zich in Der Abschied hoorbaar moeite gaf voor een persoonlijk getinte tekstexpressie, kwamen Haenchen en het orkest hier tot meer reliëf.

Misschien had het Nederlands Philharmonisch Orkest ervoor moeten opteren vooraf vaste zangers te engageren voor de gehele cyclus, zodat ook het vocaal aandeel een organisch deel zou uitmaken van het interpretatief continuüm dat Haenchens Mahler-reeks maakt tot een cyclus in de breedste zin des woords.

Concert: Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen m.m.v. Birgitta Svendén (mezzosopraan) en Robert Dean Smith (tenor). Programma: G. Mahler, Das Lied von der Erde; werken van H. Rott en H. Wolf. Gehoord: 9/2 Concertgebouw, Amsterdam. Herh: 11/2.