Eerste zorgen bij Ierse bank Allied al in december

Het bestuur van Allfirst, de Amerikaanse bankdochter van Allied Irish Banks, maakte zich in december al zorgen over het gedrag van de valutahandelaar die het concern met een strop van 860 miljoen euro opzadelde.

Dat heeft bestuursvoorzitter M. Buckley van Ierlands grootste bank gisteren in een radio-interview verklaard. Tot vorige week stelde de bank dat halverwege januari pas de eerste indicaties kwamen dat er iets mis was met de handelsposities bij de Amerikaanse bankdochter.

Het gedrag van de handelaar J. Rusnak viel in december al op doordat hij steeds meer contant geld nodig had om de lopende gang van zaken te financieren. Het is nog onduidelijk waardoor de bank ruim een maand nodig had voordat de werkelijke omvang van de schade duidelijk werd.

Er komen steeds meer aanwijzingen over de werkwijze van Rusnak. De leiding van de Ierse bank vermoedt dat de handelaar een handlanger heeft gehad op de afdeling die alle handelstransacties moet controleren. Daarnaast wordt er van uitgegaan dat Rusnak medewerking kreeg van tegenpartijen op de markt.

Rusnak wordt een van de grootste bankstroppen aangerekend sinds Nick Leeson de Britse Barings bank naar de kelder hielp. Rusnak werd net als Leeson gemangeld door Japanse marktmalaise. Leeson verborg zijn verliezen door ze naar een geheime rekening te verhuizen, terwijl Rusnak winstgevende transacties fingeerde die reële verliezen compenseerden.

In eerste instantie zou Rusnak verliezen hebben gemaakt door de dalende yen. Om die verliezen aan de buitenwereld te onttrekken voerde hij tegenovergestelde transacties uit die de tegenvaller neutraliseerden. Dat deed hij alleen op papier en niet op de markt.

De oplopende verliezen op de werkelijke uitstaande contracten vergden steeds meer buffervermogen op de rekening die marktpartijen verplicht moeten aanhouden op de beurs waar zij handelen. Om aan dit geld te komen zou de handelaar nieuwe opties hebben verkocht die zeer lucratief waren voor de tegenpartij. Het gerucht gaat dat hij transacties aanging die erop speculeerden dat de Japanse munt sterk in waarde zou stijgen. Rusnak gaf tegenpartijen het recht om bij hem op termijn dollars te kopen voor 70 yen per stuk. Dat recht leverde veel geld op omdat op de markt veel meer Japanse munten nodig zijn om dollars aan te kopen. Begin 2001 kostte een dollar 116 yen. Die koers is sindsdien gedaald tot 134 yen per dollar vanochtend.