De maandagziekte

Te veel lichaamsrust kan negatieve gevolgen hebben. Dat Ids Postma op het laatste moment mag meedoen aan de 500 meter is daarom goed nieuws. Hij ziet die race als een ideale opwarming voor zijn favoriete afstanden. Zo verkleint hij de kans op de zogenaamde `maandagziekte', als Postma al weet wat dat inhoudt.

In 1960 werd schaatser Jan Pesman hierdoor getroffen op de tien kilometer. Deze merkwaardige kwaal ontstond omdat zijn coach Klaas Schenk niet wilde dat Pesman de 1.500 meter reed. ,,Klaas Schenk vond het beter om mij te sparen'', zei hij later in het boek `Oranje op olympisch ijs'. ,,Maar mij haalde het juist uit mijn ritme. Ik moest rijden, spanning voelen, kilometers maken.''

Tijdens de tien kilometer gebeurde er iets merkwaardigs. ,,Ik werd stijf in de kont. De maandagziekte, schoot er door m'n kop. Je moet van het land komen om die te kennen. In het weekeinde gingen vroeger de paarden op stal. Die hadden een week staan beulen op het land en kregen dan krachtvoer. Maandagochtend haalde je ze dan uit de stal. Leek er eerst niks aan de hand, maar na een paar uur zag je ze een stijve rug krijgen. Zat alles vast.'' Het gebrek aan beweging werkte dus juist in het nadeel van het paard en in dit geval dus ook in het nadeel van Pesman. ,,Adem had ik genoeg, maar alles deed me zeer. En zweten! Als ik die 1.500 meter had mogen rijden, had ik hem goed gereden.''

Pesman was zo verbolgen dat hij daarna nooit meer meedeed aan een wedstrijd. Door een volgende ruzie met officials is hij uiteindelijk definitief gestopt met schaatsen.

jurryt@xs4all.nl