Chinese Panchen rijp voor de openbaarheid

Het aantal keren dat de Panchen Lama in het openbaar is verschenen, is op een hand te tellen. Meestal kreeg de wereld niet meer dan een glimp van het kind te zien. Maar nu de jongen twaalf is geworden, achten de Chinese autoriteiten de tijd klaarblijkelijk rijp om zijn publieke optreden enigszins op te schroeven.

Gisteren verscheen Gyancain Norbu uitzonderlijk prominent in het Chinese nieuws aan de zijde van politburolid Li Ruihuan. Het ging om een ontmoeting ter gelegenheid van zijn verjaardag, waarmee de communistische leiders van de Volksrepubliek willen laten zien hoezeer zij de religieuze vrijheid van het Tibetaanse volk respecteren.

De Tibetaanse gemeenschap is daar sinds de militaire inlijving van het gebied, meer dan veertig jaar geleden, minder van overtuigd. Het Tibetaanse volk wijst de positie van de jongen, die met Chinese steun is aangewezen, af. Zij stellen zich liever achter een andere Panchen Lama die de zegen heeft van de in 1959 gevluchte spirituele leider van de Tibetanen, de Dalai Lama.

Die Panchen Lama, Gedhun Choekyi Nyima, werd in 1995 door de Dalai Lama erkend, vlak nadat Peking zijn eigen Panchen-reïncarnatie had bepaald. De Chinese autoriteiten wezen de inmenging van de Dalai Lama af en arresteerden het jongetje en zijn familie. Sindsdien is noch van het kind, noch van zijn ouders iets vernomen. Gedhun Choekyi Nyima wordt door internationale organisaties voor de rechten van de mens beschouwd als de jongste politieke gevangene ter wereld.

Gyancain Norbu, die door de Dalai Lama-getrouwe meerderheid in Tibet wordt omschreven als `de Chinese Panchen', verblijft sinds 1995 in Peking waar hij wordt begeleid door zijn communistische leermeesters. Over de jongen en zijn achtergrond geven de Chinese autoriteiten weinig vrij, maar zeker is dat Peking de volledige zeggenschap over zijn opvoeding en scholing opeist. De stem van de Panchen Lama is bepalend in de opvolging van de Dalai Lama wanneer die komt te overlijden.

De gezondheid van de huidige Dalai Lama, die in ballingschap in het Indiase Dharamsala verblijft, gaat achteruit. China kijkt uit naar dat moment omdat het hoopt het verzet aan zijn buitengrenzen daarmee voorgoed de kop in te drukken.