`Carnaval, je hebt het in je of niet'

Arnhem, de zuidelijkste stad van het Noorden, en Nijmegen, de noordelijkste stad van het Zuiden, vieren allebei carnaval. De één binnen, de ander buiten.

,,Help, help. Het carnaval verzuipt!'' Luid schreeuwend loopt grootvorst Herman Heinen van carnavalsvereniging de Grensdwazen door de straten van Arnhem. Waar andere deelnemers aan de jaarlijkse optocht met snoep strooien, delen de Grensdwazen rode kaarten uit. ,,Wij wensen u een zeer aangenaam carnaval toe, als u het kunt vinden'', luidt de tekst. Heinen en de overige Grensdwazen zijn bezorgd. ,,Kijk om je heen, iedereen staat doods te kijken'', zegt Heinen. Arnhem telde ooit 48 carnavalsverenigingen, nu 22.

Ook de Grensdwazen, opgericht in 1971, is langzaam aan het inzakken. De Raad van Elf bestaat uit zeven mensen en van de 120 leden die de club ooit telde, zijn er nog maar 35 over. Voldoende reden voor grootvorst Heinen om de noodklok te luiden. Ook burgemeester Paulien Krikke krijgt een rode kaart. Krikke, gestoken in burgerkleding en met haar ambtsketting om de hals, kijkt vanaf een open wagen naar de optocht. Arnhem heeft geen stadsprins, de naijver tussen de verenigingen is te groot.

Twintig kilometer en twee grote rivieren zuidelijker heeft burgemeester Guusje ter Horst een kleurrijke boerenkiel aan. Maar Ter Horst heeft dezer dagen dan ook weinig te zeggen in Nijmegen. Tijdens een heuse bordesscène, mét kus, heeft ze prins Theo IV de stadssleutel van `Knotsenburg' overhandigd. Zijn prinsenwagen rijdt onder nummer 44 mee in de optocht. Buiten mededinging, maar dat heeft volgens de stadsprins ook een voordeel. ,,Dan kan ik niet worden gediskwalificeerd.'' Bij drankmisbruik worden deelnemers uit de uitslag geschrapt.

De Nijmeegse optocht is qua lengte en aantal deelnemers niet zo heel veel groter dan die in Arnhem. Kabouter Plop loopt in Arnhem zelfs tweemaal mee, maar Nijmegen heeft Willem-Alexander en Máxima. Het verschil zit 'm meer in het randgebeuren. In Nijmegen (155.000 inwoners) zijn de kroegen volop versierd en is er op de Grote Markt een feesttent gebouwd. In Arnhem (140.000 inwonders) is het na de optocht bijna uitgestorven op straat. Op de Korenmarkt, het horecacentrum van Arnhem, zijn zelfs enkele kroegen dicht. ,,Carnaval in Arnhem is een besloten vergadering tussen vier muren'', constateert grootvorst Heinen. Burgemeester Krikke noemt het ,,binnencarnaval''.

Carnavalsvierders in beide steden geven dezelfde verklaring. Door de zuidelijke ligging, de bourgondische inslag en het alom aanwezige katholieke geloof is Nijmegen geschikter om carnaval te vieren. Carnaval, van oorsprong een heidens midwinterfeest, is door de katholieken omarmd. Voordat de vastenperiode begint, wordt er vier dagen flink feest gevierd, waarbij door de verkleedpartijen rangen en standen wegvallen.

In Nijmegen speelt het geloof nog een grote rol. De diaconie van de St. Stevenskerk in Nijmegen wees dit jaar een verzoek af om de traditionele zondagse carnavalsmis in haar kerk te houden. Een te frivool feest als carnaval past niet in een protestantse kerk.

Het is te makkelijk om te stellen dat carnaval alleen kan gedijen in een katholieke omgeving, zegt Ineke Stroucken, directeur van het Nederlandse Centrum voor Volkscultuur. Het succes van carnaval heeft meer met het enthousiasme van de verenigingen te maken. ,,Je hebt een paar gekken nodig die het professioneel aanpakken. Het leeft niet als het alleen in drie kroegen wordt gevierd'', zegt ze. Het bouwen van praalwagens voor een optocht, scholen en bejaardentehuizen bezoeken, de burgemeester zijn ambtsketting ontnemen; het zijn volgens Stroucken allemaal acties die bijdragen aan het succes van carnaval.

In Nijmegen zat het carnaval een aantal jaren geleden in een dip, maar de stijgende lijn is weer ingezet. Om verzekerd te zijn van jonge aanwas worden nu op basisscholen lespakketten `Hoe vier ik carnaval' uitgedeeld. ,,Het slaat ontzettend aan. Je ziet dat hele scholen versierd worden'', zegt Pam van de Belt van de Stichting Openbaar Carnaval Nijmegen. Ook in Arnhem worden scholen, ziekenhuizen en bejaardentehuizen bezocht, maar dan door individuele verenigingen. De Raad van Carnavalsverenigingen voor de regio Arnhem ligt volgens secretaris Rien van Ginhoven ,,op zijn kont''. Er zijn te weinig vrijwilligers die mee willen helpen om overkoepelende activiteiten te organiseren.

Ook bij zijn eigen vereniging, de Korenköpkes, merkt Van Ginhoven dat de individualisering toeslaat. In de Arnhemse optocht rijdt geen wagen mee van de Korenköpkes. Een bouwploeg formeren, een loods zoeken, een auto voor het trekken van de wagen; het was allemaal te veel gevraagd. Carnaval verzakelijkt, is de mening van Van Ginhoven. ,,Vroeger kwam er spontaan een straatorkestje een kroeg binnenlopen en voor tien pilsjes speelden ze mee. Nu vraagt zo'n dweilorkest al snel 70 euro per uur.'' En zo gaat het ook met de huur van zalen en de medewerking van de horeca-bazen. `Wat verdien ik eraan', is de eerste vraag die gesteld wordt. De kosten van de optocht in Arnhem worden gedekt via sponsors, verkoop van medailles en een klein beetje subsidie (680 euro). Dat is een schijntje vergeleken met de gemeentelijke subsidie in Nijmegen: 9.000 euro; 10 procent van de totale begroting.

Of carnaval boven de rivieren ooit kan tippen aan Zuid-Nederland? Directeur Stroucken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur denkt van wel. Zij noemt carnaval vieren een kunst. ,,Het eerste jaar is het niets, het tweede jaar lukt het een beetje en pas na tien jaar stelt het wat voor.'' Maar stadsprins Theo denkt niet dat carnaval in Arnhem zich ooit kan meten met dat in Nijmegen. ,,Je hebt het in je of niet. Als je het moet aanleren, blijft het één groot toneelstuk'', zegt Theo IV. Morgen levert hij de sleutel van Knotsenburg weer in en heet hij weer gewoon Theo Peters, gedeputeerde van de provincie Gelderland.