`Cambodja's beulen maakten mijn leven tot een hel'

De Verenigde Naties trekken zich terug uit een tribunaal dat in Cambodja de daders van een van de grootste genociden ooit moet berechten. Een grote teleurstelling voor Cambodjanen die het `Rode Khmer-boek' willen sluiten.

Zoals de meeste Cambodjanen van zijn leeftijd zegt ook Im Sophaul het zonder nadenken: ,,Drie jaar, acht maanden en twintig dagen.'' Het is de duur van het terreurregime van de Rode Khmers die tussen 1975 en 1979 minstens een kwart, mogelijk eenderde van de Cambodjaanse bevolking heeft gedood. ,,Tijdens Pol Pot'' – de andere benaming van de genocide, naar de leider ervan – had de 45-jarige weduwenaar een uiterst gevaarlijk beroep: leraar Engels. ,,Dus intellectueel, dus een vijand van de revolutie, dus ten dode opgeschreven.''

Toch overleefde hij het maoïstische experiment dat van Cambodja een zelfvoorzienende agrarische heilstaat moest maken. ,,Ik hield me al die tijd dom. Ik keek sloom uit mijn ogen, liet mijn tong een beetje uit mijn mond vallen en liep als een aap. Om mij heen werd de een na de ander geboeid en geblinddoekt weggeleid naar de `killing fields' of stierf van de honger, maar ik deed niets, alleen maar doen alsof ik achterlijk was.''

Nog nooit heeft een dader van deze genocide een rechter gezien. En het lijkt er sinds dit weekeinde op dat dit ook nooit zal gebeuren. Want de Verenigde Naties hebben hun pogingen opgegeven Cambodja te helpen met het opzetten van een tribunaal dat de nog levende Rode Khmer-leiders van destijds moet berechten. Vijf jaar geleden smeekte de huidige machthebber premier Hun Sen nog om een VN-tribunaal, nu wil hij geen enkele buitenlandse bemoeienis meer. In 1997 zat hij door een burgeroorlog in het nauw, nu zit hij door sluw en meedogenloos optreden steviger in het zadel dan ooit.

Hun Sen stelt dat een tribunaal oude wonden kan open halen, tot een nieuwe burgeroorlog kan leiden en zijn steeds belangrijker wordende handelspartner China in verlegenheid kan brengen. Als goedmaker belooft Hun Sen zijn landgenoten een tribunaal onder Cambodjaans recht. Twee uitvoerders, Ta Mok en Kaing Kek Ieu, zullen daarvoor verschijnen. Maar aan hun opdrachtgevers Nuon Chea, Khieu Samphan en Ieng Sary heeft Hun Sen min of meer gratie beloofd en zij blijven daardoor hoogstwaarschijnlijk buiten schot.

,,Alleen Cambodjaanse rechters?'', lacht Im Sophaul ongelovig, ,,zo'n tribunaal wordt een grap. Alle rechters hier zijn corrupt. Wie hun het meeste geld geeft, wint.'' Hij zegt het een week voordat duidelijk wordt dat die grap mogelijk werkelijkheid wordt. ,,Laatst was Ieng Sary hier om Angkor te bezoeken'', vertelt Im Sophaul over het naburige tempelcomplex. ,,Het leek wel een staatsbezoek. Hij kreeg de bodyguards van Hun Sen te leen, overal politie-escorte en hij sliep in het dure hotel van de regering.''

De voormalige leraar doet niet veel meer sinds hij tuberculose heeft, hoewel zijn vrienden fluisteren dat hij zoals zoveel Cambodjanen hiv-drager is. Hij ligt op een bed dat zijn kinderen hebben gezet op de veranda van de familieboerderij, even buiten de noordwestelijke stad Siem Reap. Voor de deur ligt een militaire begraafplaats. `Strijders tegen de Rode Khmer' leest een roestend bord boven de ingang. Op de vraag waarom de graven zo slecht onderhouden zijn, begint Sophaul hard te hoesten. ,,Omdat daar niemand ligt'', hijgt hij uiteindelijk, ,,alle slachtoffers van de Khmer Rouge liggen in massagraven.''

De lijken van naar schatting twee miljoen Cambodjanen kwamen in die velden des doods terecht. ,,Ik had daar eigenlijk ook in moeten liggen'', zegt Sophaul afwezig, ,,Mijn moeder, twee van mijn zussen, een broer, drie ooms, een tante, neven en nichten van me zijn er uiteindelijk in terecht gekomen.'' Vrijwel iedereen in Cambodja heeft wel een familielid, vriend of kennis verloren door toedoen van Rode Khmers die, als ze niet zelf slachtoffer werden van het paranoia-regime, in samenleving en leger zijn verdampt. ,,Het zijn beulen, maar ik kan ze niet haten. Tijdens Pol Pot waren het nog kinderen. Ze zijn gehersenspoeld. Nu vertonen ze onaangepast gedrag. Het zijn hele goede soldaten die precies doen wat hun wordt gezegd.''

Ze maakten desalniettemin Sophaul's leven ,,tot een hel''. ,,Ik begrijp echt niet hoe ik het overleefd heb. Zo vaak sprak ik bijna een woord Engels, zo zwak was ik van de waterige rijst – het enige dat we kregen – en zo wanhopig werd ik van het lopen. Voor het jaar Nul woonde ik in Phnom Penh. De Rode Khmers kwamen en hebben iedereen meegenomen totdat de stad leeg was. Ik werd gescheiden van mijn familie, waarvan ik de meesten nooit meer heb gezien, en moest lopen, lopen, lopen. Van rijstveld naar rijstveld, heel Cambodja door. Je mocht nooit met iemand praten. We waren insecten.'' Er volgt een lange stilte. ,,Ik wil de Pol Pot-tijd afsluiten. In mijn hoofd'', zegt Sophaul dan. ,,Ik wil horen wat de hoogste leiders van de Rode Khmers te zeggen hebben. Ik wil weten hoe het kon gebeuren. En als ze gestraft worden zal de pijn wegrennen van mijn hart.''