Bloedarmoede Europees pingpong

Uiteindelijk zegevierde de jeugd op de Top-12 in Rotterdam. Maar de veteranen domineren nog altijd het Europese tafeltennis.

In een door veteranen gedomineerd deelnemersveld grepen de 20-jarige Duitser Timo Boll en de 24-jarige Kroatische Tamara Boros gisteren de hoofdprijzen op het Top 12-toernooi in Rotterdam. Maar zij camoufleerden tevens de bloedarmoede in het Europese tafeltennis, want de gebrekkige aanwas van jong talent begint zorgwekkende vormen aan te nemen. Zo kon de reeds 32-jarige Russische aanvalster Galina Melnik nota bene bij haar debuut op de Top-12 zelfs de kwartfinales bereiken. Ook de Nederlandse dertigers Trinko Keen en Danny Heister profiteerden indirect van de stagnatie in Europa.

Het kan geen toeval zijn geweest dat de organisatie van de Top-12 in de sporthal naast de Rotterdamse Kuip voor een crèche had gezorgd. Tieners behoren namelijk niet tot de Europese elite. Twee weken geleden speelden de 40-jarige Bettine Vriesekoop en de drie jaar jongere Chinese Ni Xia Lian voor hun Nederlandse club De Treffers in de Europa Cup 1-finale tegen het Duitse Langweid met de 33-jarige Hongaarse Csilla Batorfi en de even oude Marie Svensson uit Zweden. Met enig cynisme zou de vraag kunnen worden gesteld of hier een bejaardentoernooi was georganiseerd met een Europa Cup als inzet, maar de Top-12 in Rotterdam bood hetzelfde beeld.

Ternauwernood werd de 37-jarige Xia Lian gisteren door de Duitse routinier Nicole Struse (32) uit de finale gehouden, terwijl de finalisten bij de mannen, de Wit-Rus Vladimir Samsonov (26) en Boll, een veld van spelers van 30 jaar en ouder achter zich hielden. De verrassende kampioen Boll was verreweg de jongste deelnemer, terwijl Boros als 24-jarige omringd door dertigers - eindelijk een groot toernooi op haar naam wist te schrijven. ,,Tafeltennis is nu eenmaal een ervaringssport'', meent Vriesekoop. ,,Alleen in het schaatsen is het mogelijk dat de Amerikaan Parra op de vijf kilometer zomaar vijftien seconden onder zijn persoonlijke record duikt. In het tafeltennis heb je voor een dergelijke progressie wel tien jaar nodig.''

In Nederland hebben Heister en Keen geen concurrentie te duchten. Al jarenlang schuiven zij elkaar de Nederlandse titel toe en zelfs op Europees niveau hoeven ze de jeugd nog niet te vrezen. Hoewel Keen, 20ste op de wereldranglijst, dankzij een wildcard verzekerd was van deelname aan de Top-12 en Heister (26ste) liefst vijf afmeldingen van hoger gerangschikte spelers nodig had om te mogen aantreden in Rotterdam, worden ze pas op 30-jarige leeftijd tot potentiële toernooiwinnaars gerekend. Twee weken geleden liet Keen in de halve finale van de Open Oostenrijkse kampioenschappen tegen het in Rotterdam afwezige Zweedse fenomeen Waldner vier matchpoints onbenut.

Heister verknoeide zaterdag in de kwartfinale tegen de Fransman Chila (32) twee matchpoints voor een plaats bij de laatste vier op de Top-12. ,,In Azië word je als speler van 23 jaar al oud gevonden'', vertelde Heister. ,,China bedankt een pingponger op die leeftijd voor bewezen diensten en vervangt hem voor een talent van 18 jaar. Dat kan daar ook, omdat kinderen van zes jaar al vijf uur per dag achter de tafel staan. Uit dat onuitputtelijke reservoir kan Europa onmogelijk putten. Bij ons begin je op latere leeftijd aan topsport en wordt het rendement van vele jaren trainingsarbeid pas veel later zichtbaar. Het is moeilijk je als jonge speler tussen de gevestigde orde te nestelen. De Fransman Eloi is 32 jaar. Toch haalde hij zelfs als vijfde reserve de kwartfinales. Zo klein is het niveauverschil in de top van het Europese tafeltennis.''

Desondanks domineren de Chinezen ook bij de mannen en volgens oud-bondscoach Jan Vlieg zal het Europese tafeltennis binnenkort ook de tol betalen voor de vergrijzing van het trainersgilde. De voor Luxemburg spelende Ni Xia Lian werd gesouffleerd door de reeds 62-jarige Milan Stencel, die ooit in Nederlandse dienst werkzaam was. ,,Als diehard van het eerste uur vertelde Stencel me dat hij als tafeltenniscoach tot een uitstervend ras behoort'', zei Vlieg. ,,In het Europese poldermodel wordt het gezag van een trainer niet meer geaccepteerd.''

Cynisch verklaarde de als autoritair bekend staande Stencel dat hij de spelers tegenwoordig nog slechts glazen water mag aanreiken. ,,De Chinese tafeltennisprofessor Li, die we in Nederland niet goed genoeg vonden, lacht zich het schompes'', zegt Vlieg. ,,Volgens hem is Europa gek geworden. Wij denken dat de Mount Everest op 35 manieren beklommen kan worden, terwijl er slechts twee routes zijn. De Chinese weg en het pad dat topspeelsters als Vriesekoop, Boros en de Roemeense Steff hebben gevolgd. De Nederlandse bond geeft iedereen een deeltijdbaan, opdat niemand verantwoordelijk kan gesteld. Zo vries je dus dood op weg naar de top van de Mount Everest.''

Theoretici hebben de macht in het Europese tafeltennis overgenomen, meent Vriesekoop. ,,In geen enkel Europees land zie ik voormalige topspeelsters terugkeren als coach, omdat het financieel niet interessant is. Batorfi heeft niets te zoeken in haar vaderland Hongarije. Die zie je straks terug als regiotrainer in Duitsland, waardoor Hongaarse talenten niet van haar kennis zullen profiteren. Maar welk kind heeft nog het geduld om jarenlang te investeren in tafeltennis? We leven in een oppervlakkige wereld. Kinderen staan liever op rollerskates dan zes uur per dag achter een tafeltennistafel.''