Blairs spagaat tussen EU en VS pijnlijker

De speciale Amerikaans-Brits relatie staat onder druk door het vermeende unilateralisme van de VS.

Het is een bekend beeld: zodra de Britse premier Blair terugkomt van een reis, beginnen onderaan de vliegtuigtrap de problemen. Na zijn rondreis in Afrika, waarvan hij gisteren terugkeerde, is het niet anders: ruzie in de gezondheidszorg, stakende treinmachinisten en een rel over dubieuze stortingen in de Labourkas. Maar een van zijn dringendste problemen is buitenlands. De groeiende verontrusting in Europa over het vermeende unilateralisme van de VS dwingt Blair positie te kiezen om geloofwaardig te blijven.

Van het `niet hoeven kiezen' tussen Europa en de VS heeft hij een principe gemaakt. Over het Amerikaans raketschild hield Blair zich bijvoorbeeld nadrukkelijk op de vlakte. Die rol `op het kruispunt van allianties' is na 11 september alleen maar belangrijker geworden, vindt Blair. ,,Het Verenigd Koninkrijk moet een brug zijn tussen de VS en Europa'', zei hij eind vorig jaar. ,,Onze Europese partners hebben baat bij de Britse vriendschap met de VS. En wij willen ons volledig verbinden aan een verenigd Europa door samen te werken met een internationalistische VS.''

In het openbaar noemt Blair zich ,,de trouwste bondgenoot'' van Bush. Dat geeft hem de gelegenheid in Washington achter de schermen te kijken en invloed uit te oefenen, mede namens Europa. Terwijl de VS Blair zo kunnen beschouwen als hun belangrijkste ambassadeur in Europa. Dat president Bush Irak, Iran en Noord-Korea een `As van het Kwaad' noemde, heeft die vermeend unieke Amerikaans-Britse verhouding op scherp gezet. In Frankrijk, Duitsland en Spanje vielen Bush' woorden slecht. Dit weekeinde gaf ook Chris Patten, EU-commissaris voor internationale betrekkingen, tegengas. ,,Absolutistisch en simplistisch'', ,,ondoordacht'', zei hij tegen The Guardian.

Volgens Patten hoeft Europa zich ondanks zijn kleine defensiebudget helemaal niet minderwaardig te voelen, zoals de VS hebben gesuggereerd. Europa is sterk in het verlenen van hulp aan ontwikkelingslanden, een betere methode om te voorkomen dat het terrorisme wortel schiet dan alleen het gooien van bommen achteraf, aldus Patten.

Londen zwijgt officieel nog. Al zei Peter Hain, de uitgesproken staatssecretaris voor Europese Zaken, zaterdag ,,niet het het sufferdje van de VS'' te willen spelen. En anonieme regeringsbronnen, gisteren geciteerd in The Observer, zeiden dat de haviken in het Witte Huis verantwoordelijk waren voor ,,onnodig oorlogszuchtige taal''. Maar ,,megafoondiplomatie'' à la Patten komt er niet. ,,We hebben nog steeds veel meer invloed in de tent dan erbuiten'', aldus één bron nabij Blair.

Toch komt het moment dichterbij dat ook de Britse premier kleur moet bekennen, gelooft Steven Everts, onderzoeker bij het Center for European Reform (CER), een denktank in Londen. ,,Zijn transatlantische spagaat wordt steeds pijnlijker naarmate de twee kanten van de oceaan verder uit elkaar komen te liggen.''

Onzeker blijft wat het retorisch gehalte is van Bush' uitspraken. Zeker is dat Londen niets ziet in een campagne tegen Irak. Toen Lord Robertson, secretaris-generaal van de NAVO twee weken zei graag ,,eerst bewijzen'' te willen zien van Iraakse betrokkenheid bij terrorisme in de wereld, herhaalde hij alleen wat een reeks Britse ministers eerder heeft gezegd. Britse troepen kunnen eventueel worden ingezet bij verdere acties in Jemen of Somalië, landen die zelf ,,te zwak zijn om op treden tegen terroristen binnen hun grenzen'', suggereerde minister van Defensie Hoon. Maar binnenskamers zeggen regeringsfunctionarissen dat het Britse militaire bondgenootschap met de VS uit elkaar zou vallen zodra Amerika serieus plannen maakt om Irak aan te vallen.

Het is de vraag of Amerika deze Europese bondgenoot echt van zich durft te vervreemden. Even open is de vraag naar Blairs geloofwaardigheid in Europa. De Europese leiders die eerst zijn deur platliepen, zien nu met leedvermaak toe hoe hij worstelt om te bewijzen hoe `onmisbaar' hij is, noteerde The Economist, evenmin zonder leedvermaak.

Tijdens zijn reis naar Afrika probeerde Blair de afgelopen dagen het goede voorbeeld te geven, aan Amerika én Europa. In Senegal, Sierra Leone, Ghana en Nigeria riep hij rijke landen op de Afrikaanse armoede en oorlogen aan te pakken door een `nieuw economisch verbond'. De Afrikaanse landen zouden daartoe politiek en economisch moeten hervormen, hun strijdbijlen begraven en mensenrechten respecteren. In ruil daarvoor zou het westen zijn markt voor Afrikaanse produkten moeten openen en steun geven. Dat was geen liefdadigheid, maar eigenbelang, zei hij. ,,De internationale gemeenschap moet weten dat we conflicten niet kunnen negeren, want vroeger of later komen ze op onze drempel terecht.''

Op de komende G8-top zal Blair Europa en VS vragen geld te steken in een `Afrikaans Marshall-plan'. Uit hun antwoord kan blijken hoe serieus ze hem nemen. Voor de Britten geldt iets soortgelijks. Het land mort dat hij de missionaris uithangt in Azië, het Midden-Oosten en nu in Afrika. Zo blijven de problemen thuis liggen. Ook daar staat zijn geloofwaardigheid op het spel.