Zeven offertes die nauwelijks verschillen

Bouwfraude of niet? Reconstructie van een omstreden aanbesteding – het stadhuis Almere – waar niemand écht greep op kan krijgen.

`Het kan in Almere!' staat groot op het stadhuis van de Flevostad. De lijfspreuk slaat op de groei die de stad al jaren doormaakt. Het stadhuis van Almere uit 1986 is symbool voor de groei. De behuizing blijkt vanaf de oplevering keer op keer te krap. Zeven jaar geleden onderkende de gemeente het probleem. Een grote verbouwing zou soelaas moeten bieden.

Na jaren voorbereiding gaat de gemeenteraad in juli 2000 akkoord met het plan het Amsterdamse architectenbureau Dam & Partners voor 68 miljoen gulden, 30,9 miljoen euro, de verbouwing van het stadhuis te laten ontwerpen. Almere slaat zelf ook aan het calculeren en laat bovendien een extern bureau de begrotingen doorrekenen. Almere wil zeker zijn van de kosten. Maar de praktijk blijkt weerbarstiger dan het papierwerk. De offerteprijzen van de verschillende aanbieders verschillen nauwelijks van elkaar.

Sinds de fraude bij de aanleg van de Schipholspoortunnel komen steeds meer vermeende fraudezaken aan het licht. Maar het onderzoek hiernaar door het openbaar ministerie, de Nederlandse Mededingingsautoriteit verloopt moeizaam. Verdenkingen genoeg, maar hard bewijs ontbreekt. De zaak-Almere toont waarom.

In februari vorig jaar kondigt de gemeente Almere de Europese aanbesteding aan van het stadhuis. Voor het bouwkundige deel zijn de kosten op 28 miljoen gulden (bijna 13 miljoen euro) geraamd, zeven bouwers mogen een offerte uitbrengen. Vijftien ondernemingen schrijven zich in, eind maart vorig jaar beslist de notaris in Almere door middel van loting welke zeven concerns door mogen in de strijd om deze bouwopdracht. De andere acht vallen af.

Na een paar weken komen de bouwers en de gemeente weer bij elkaar. De notaris leest alle offertes één voor één hardop voor. ,,Ik stond met het water in mijn handen'', zegt Ton Dekker, bij Almere verantwoordelijk voor de aanbestedingsprocedure. Wat blijkt? Alle offertes van de ondernemingen die het bouwkundig deel wilden binnenhalen, liggen ruim 50 procent hoger dan de officiële begrotingen die de architect en de gemeente hebben gemaakt. En de offertes verschillen minimaal van elkaar. De hoogste bouwer heeft 45.434.000 gulden (20.651.818 euro) nodig, de laagste kan het voor net iets minder: 43.477.000 gulden (19.762.272 euro).

Dekker: ,,Ik hield een pokerface, maar ik dacht: potverdrietje! Ik had onze raming bij me en dacht: hoe vertel ik dit mijn baas?''

Almere zet de procedure door. De gemeente zoekt de verklaring in de overspannen bouwmarkt en de daardoor sterk oplopende prijzen. Ook hebben de ambtenaren al eerder overschrijdingen op aanbestedingen gehad. Met de directe huisvestingsproblemen en de al aangevraagde bouwvergunning in het achterhoofd, laat Almere de procedure doorgaan. Dekker: ,,Opnieuw opstarten was geen oplossing. De aanbieders veranderen niet en bovendien kunnen bouwers dit project als een `besmet werk' gaan zien. Dan wil niemand er meer op inschrijven.''

Het architectenbureau is nauwelijks verbaasd. ,,Wij bedenken een gebouw en rekenen uit wat het moet kosten. Wanneer bouwers het nodig vinden het anders te berekenen, doen ze dat'', zegt een van de directeuren van Dam & Partners, Derk Onnekes. ,,De laatste jaren hebben bouwers het druk en ze pompen hun prijzen daarom structureel twintig procent op.'' Volgens het bureau is een prijsverschil van tien procent redelijk.

Almere haalt de gouden randjes van het ontwerp, en in december vorig jaar gaat de laagste aanbieder, bouwbedrijf J.P. van Eesteren uit Amsterdam, gewoon aan de slag tegen een iets lagere prijs. Mededingingsautoriteit NMa wordt gevraagd de procedure door te lichten. Almere wil er zeker van zijn zelf geen fouten te hebben gemaakt. Directeur van het Facilitair Bedrijf van Almere, André Kaneman: ,,Het hardop uitspreken kan eigenlijk niet, bewijs ontbreekt, maar een vermoeden van bouwfraude speelde hierbij wel mee.''

Almere kan gerust zijn, de procedure was correct verlopen. ,,Maar wij hebben wel strafrechtelijke onregelmatigheden geconstateerd'', zegt de woordvoerder. De NMa stelt dat sprake is geweest van onregelmatigheden ,,die duiden op corruptie of fraude. Dat zou er bijvoorbeeld op kunnen duiden dat een van de ambtenaren details gelekt heeft omdat hij vriendjes is met een aannemer.''

Van de zeven bouwondernemingen hebben er twee ieder door twee divisies offerte laten uitbrengen. Voormolen Bouw is, net als de uiteindelijke uitvoerder J.P. van Eesteren, onderdeel van TBI Holdings. De verantwoordelijke voor aanbestedingsprocedures bij Voormolen, J. Baijens, verbaast zich nu over het meedingen. Normaal, zo is volgens hem afgesproken binnen TBI, mogen twee divisies niet bieden op hetzelfde project. ,,De hoogste baas wijst dan aan welk bedrijfsonderdeel de gelukkige is.'' TBI-bestuursvoorzitter G. Woudenberg ontkent dit.

De andere dubbele aanbieder, Heijmans, heeft begin vorig jaar – toen de offertes nog niet berekend en ingediend waren – IBC overgenomen. Bij Heijmans is het ongebruikelijk dat twee bedrijfsdivisies op hetzelfde project bieden. De verschillende Heijmans-divisies weten van elkaar op welke projecten geboden wordt, en ook wát geboden wordt. In dit specifieke geval waren de bouwdivisies van IBC en Heijmans al exact dezelfde, dus diende een bouwbedrijf twee offertes voor hetzelfde project in.

De Heijmans-woordvoerder kan niet zeggen waarom de prijzen van de offertes hoger dan geraamd lagen. ,,Zegt dat iets over de aanbiedingen van de bouwers of over de raming van de gemeente zelf? Ik neem aan dat de verschillende bouwers niet even met elkaar gebeld hebben.''

Volgens W. van Dam, directeur van bouwonderneming Trebbe, is het niet vreemd dat bouwers onderling prijsafspraken maken. ,,Wanneer ik niet geïnteresseerd ben in een project, maar ik ken een collega die dat wel wil, dan bel ik even. Ik krijg dan van hem `een cijfer', het bedrag waarop hij inschrijft. Ik ga er dan boven zitten.'' Het zou kunnen, zegt hij, dat voor het stadhuis van Almere anderen van elkaar een cijfer hebben gekregen. ,,Maar niet van mij. Ik had het werk graag zelf binnen gehaald.'' Geen van de overige bouwbedrijven, waaronder het bij de bouwfraudezaak van de Schipholtunnel betrokken Strukton of winnaar van de aanbesteding J.P. van Eesteren, wil ingaan op vragen naar deze aanbesteding.

,,Er zijn serieuze aanwijzingen voor onregelmatigheden in deze zaak'', zegt voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie M. Vos. ,,Maar om het te bewijzen is heel lastig. Zo zijn er meerdere zaken.'' TU Delft-bouwhoogleraar H. Priemus zegt: ,,Zaken als deze zijn hoogst verdacht. Het gezond verstand zegt dat dit niet klopt, maar dat juridisch hard krijgen, is bijzonder moeilijk.''