Wilsons `Aida' pleit voor individualiteit

Reeds de oude Egyptenaren zouden Aida hebben willen zien, zoals de Amerikaanse regisseur en ontwerper Robert Wilson die nu presenteert in Brussel. Zo glijden hier de grote steenblokken voor de piramides automatisch naar de bouwplaats, zomaar, zonder sjouwen en sjorren. Dat Wilson het eeuwige raadsel van de piramidenbouw oplost wekt bijzondere verwachtingen voor de Madama Butterfly, die Wilson in het volgende seizoen bij de Nederlandse Opera zal regisseren.

Het wonder van Wilsons zeer esthetische Aida is, dat die van alle tijden is, vanaf de oude Eyptenaren tot de verre toekomst. De moeiteloos voortglijdende steenblokken passen in de surrealistisch streng geregelde wereld die hier wordt verbeeld: het is er een van robotten en automatismen. Onderlinge menselijke reacties ontbreken vrijwel geheel, nooit kijkt de een de ander aan.

De manier waarop men zich beweegt en gebaren maakt is ontleend aan de hoekige stramme, tweedimensionale manier waarop de Egyptenaren zichzelf afbeeldden op reliëfs en muurschilderingen. De oude Eyptenaren zouden nu met verbazing kijken naar zichzelf, omdat ze zich in het dagelijks leven toch niet anders bewogen dan wij nu doen. Maar hoe `typisch-egyptisch' Wilsons Aida ook lijkt, personages en koorleden zijn niet typisch oud-egyptisch uitgedost. De kostuums tonen een grote variëteit aan stijlen, van tijdloos en empire tot hedendaagse avondkledij of kleren die normaal worden gedragen door aliens.

Het bijzondere van de interpretatie is dat niet de Ethiopische slavin Aida de hoofdpersoon is, maar Amneris, de Egyptische faraodochter en Aida's rivale in de liefde voor legeraanvoerder Radamès. Dat blijkt pas in de laatste acte, als Radamès wegens landverraad door de Egyptische priesters ter dood wordt veroordeeld. Amneris' liefde voor hem is echt, ze is woedend over het vonnis en die menselijke reactie doet haar net zo ontdooien als de ijselijke Chinese prinses Turandot. Intens vervoerend vertolkt door Ildiko Komlosi, breekt Amneris uit de mechanische bewegingspatronen. Ze beweegt verder als een gewoon mens en ze tiert vergeefs tegen het meedogenloze vonnis van de priesters met hun robotachtige en starre denkwereld. Amneris noemt hen `onmensen'.

Wilsons enscenering, met door dirigent Antonio Pappano krachtig en dramatisch uitgelichte muzikale details, is daarmee een aanval op clichédenken en een pleidooi voor individualiteit en humaniteit, zoals die wordt geïllustreerd met de zelfopofferende liefde van Aida (een goede, vibrato rijke Norma Fantini) voor Radamès (een stralend zingende Johan Botha), met wie ze vrijwillig het graf ingaat.

Wilsons Aida is de perfecte realisering van het oude provocatieve idee van Gerard Mortier, die Aida zag als kameropera. De enscenering binnen het bijna lege, minimalistische decor met veel lichteffecten, is intiem. De triomfscène telt slechts zes soldaten, acht dansers en tien gevangenen.

Voorstelling: Aida van G. Verdi door de Nationale Opera Brussel o.l.v. Antonio Pappano. Gezien: 5/2 Kon. Muntschouwburg Brussel. Herh.: 12, 14, 17, 20/2.